Gelovige vrouwen

III

Rebekka

Het huwelijk van Rebekka met Isašk is voor onze hedendaagse opvattingen wel op een eigenaardige wijze tot stand gekomen. Voor die tijd was dat echter heel gewoon.

Het eerste wat ons van Rebekka gezegd wordt in Gen. 24 toont ons echt vrouwelijke hoedanigheden. Zij was vriendelijk, behulpzaam, gastvrij, ijverig en bovendien zeer schoon van uiterlijk. Maar voor een gelukkig huwelijk was dit niet genoeg. Daarvoor is wederzijdse liefde nodig. Bij Rebekka ontstond liefde voor Isašk toen zij luisterde naar wat de knecht van Abraham over hem vertelde. Dat deed haar naar hem verlangen. Het slot van Gen. 24 vermeldt dan de liefde van Isašk voor Rebekka. Twee mensen waren daardoor op een goede basis door het huwelijk aan elkaar verbonden.

Een goed begin is echter nog geen garantie voor een goed einde. Er is wel enige overeenkomst tussen het huwelijk van Isašk en Rebekka en dat van Abraham en Sara. Beide vrouwen bleven aanvankelijk kinderloos; beide echtparen verlieten ook het beloofde land als gevolg van hongersnood (Gen. 12 en Gen. 26). Wat het eerste betreft heeft Isašk voor zijn vrouw gebeden en hoewel het niet vermeld wordt, zullen ze het ook samen hebben gedaan. Bij Rebekka was in elk geval dezelfde gezindheid, want zodra ze wist dat ze een tweeling verwachtte, vroeg ze de Heer naar zijn bedoeling daarmee. Het antwoord dat ze ontving heeft ze altijd onthouden: de oudste zou de jongste dienstbaar wezen. Gelukkig voorbeeld om met alle moeilijkheden tot de Heer te gaan.

Om welke reden dan ook schijnt er enige verwijdering te zijn ontstaan tussen Isašk en Rebekka. Van een overleggen met elkaar over de kinderen lezen we tenminste niets. juist het tegenovergestelde. Toen Rebekka merkte dat Isašk, tegen Gods gedachten in, aan Esau de eerstgeboortezegen wilde geven, probeerde ze door een slinkse tegenzet dit te verijdelen. Het zou toch voor de hand gelegen hebben, dat ze met Isašk was gaan praten over zijn verkeerde voornemens. Sara had ook niet zelfstandig gehandeld, toen de vrede in haar gezin bedreigd werd in het geval met Hagar en IsmaŽl. Het behoort ongetwijfeld tot de taak van een gelovige vrouw om haar man te wijzen op zijn verkeerde motieven en op zijn fouten. Als dat in de goede gezindheid gebeurt, zal de man daarvoor dankbaar zijn.

Hoeveel moeilijkheden heeft Rebekka zich door haar bedrog op de hals gehaald. Welk een slecht voorbeeld gaf zij daarmee ook aan haar zoon Jakob.

Het is wel zeker dat Rebekka zich naast liefde tot Jakob, ook heeft laten leiden door de beloften van God. Door het geloof klemde zij zich daaraan vast.

Het doel heiligt de middelen, is een gezegde dat in de wereld weerklank vindt. In de dingen des Heren kan het niet zo zijn. Het geloof verwacht ook de uitkomst van God. Daarin is Rebekka tekort geschoten. Haar voorbeeld is tot waarschuwing voor ons.

Jochebed

Een geloofsheldin van de eerste rang. Heeft zij dan zoveel bizonders gedaan? Als we het haar zouden kunnen vragen, zou ze zeggen: nee, helemaal niet. En menigeen die geen oog heeft voor het werk van het geloof, zal hetzelfde zeggen. Maar wij die iets van haar geschiedenis kennen uit het Woord van God, die door de Heilige Geest attent zijn gemaakt op haar geloofsmoed en kracht, mogen haar en haar man gerangschikt weten onder de grote geloofshelden van het oude testament (Hebr. 11 : 23).

Jochebed was waarschijnlijk een eigen dochter van Levi, de zoon van Jakob. Zij was in Egypte geboren en het beloofde land had ze nooit gezien. En al is ze er ook nooit gekomen, haar hart was daar toch door het geloof in Gods beloften. Voor haar was Farao reeds een overwonnen vijand en daarom vreesde zij zijn geboden niet.

Twee kinderen hadden Amram en Jochebed reeds toen de koning opdracht gaf alle pasgeboren jongens in de Nijl te werpen. Was dat voor deze twee gehuwden een reden om de geboorte van meer kinderen te verhinderen? In onze tijd zijn er wel echtparen (ook onder ons?) die om minder ingrijpende redenen tot zulk een besluit komen. Amram en Jochebed lieten zich ook in hun huwelijksleven door het geloof leiden. Wat zal er door die twee mensen veel tot God gebeden zijn in de tijd die aan de geboorte van het kind vooraf ging. En toen het kind kwam, toen de moeder een zoon in haar armen hield, was het geloof geoefend. Dat geloof kwam ook tot de daad: zij verborg het kind drie maanden lang. In de sobere mededeling van de feiten die we in Exodus 2 : 1-10 lezen, wordt alles wat gedaan werd om Mozes uit de hand van Farao te redden, aan Jochebed toegeschreven. En Gods geschiedenisbeschrijving is onfeilbaar juist. Welk een praktische geloofsenergie toonde deze vrouw te bezitten. Wat zij deed was niet gemakkelijk. Een baby, een vaak huilend kind, te onttrekken aan de speurdersactiviteit van Farao's soldaten. Dan waren daar nog de twee andere kinderen Mirjam en Ašron, die als gevolg van hun leeftijd zo gemakkelijk iets van het geheim konden verklappen. Hoeveel voorzichtigheid was er nodig. Aan hoeveel mogelijkheden moest ze denken. Ze heeft het alles kunnen doen door het geloof.

"De overwinning, die de wereld overwonnen heeft is: ons geloof" (1 Johannes 5 : 4).

Maar het werk des geloofs kon niet stil blijven staan. Jochebed begreep dat ze het kind niet thuis kon houden. Wat zal ze, met haar man, gebeden hebben om licht wat ze verder moest doen. Dan gaat ze werken. In stilte wordt een kistje van biezen gemaakt en met asfalt en pek bestreken. Daarin legde ze het kind en zette het aan de oever van de rivier. Nu kon ze zelf niets meer doen, alleen God kon hem bewaren.

Haar geloof behaagde God. Hij heeft het ook beloond, zoals Hij altijd doet. Nadat Farao's dochter Mozes gevonden had en hem aan Jochebed toevertrouwd had om hem te zogen, kwam het tweede deel van haar taak. Een grote verantwoordelijkheid werd op haar gelegd. Haar zoon zou straks aan het hof van Farao bloot staan aan de grootste verleidingen. Waarschijnlijk heeft ze ongeveer drie jaar tijd gehad om zorg te besteden aan de opvoeding van haar zoon. Een korte periode maar en daarom zal ze zeker deze tijd buitengewoon benut hebben. Ze heeft hem, hoe klein hij ook was, iets meegegeven van wat ze zelf van God ontvangen had. Tenslotte moest ze Mozes afstaan aan Farao's dochter. Maar haar werk was niet beŽindigd. Toen begon het derde deel van haar taak. Wat kunnen we anders verwachten van een vrouw, die vůůr de geboorte van het kind er voor gebeden heeft, die toen het ter wereld kwam het met haar gebeden en haar zorgen omringde, dan dat zij ook daarna op de knieŽn voor hem gestreden heeft.

Het zal niet nodig zijn aanwijzingen te geven welke praktische lessen het voorbeeld van deze gelovige, vrouw ons geeft. Ze zijn zo duidelijk als het maar kan.

Natuurlijk was het door de genade van God, dat Mozes zulk een leidsman voor zijn volk kon wezen, dat hij de knecht des Heren werd. Maar toch, aan de andere kant, was het geloof en het gebed van zijn moeder Jochebed van grote invloed op zijn leven.

Aan zulke gelovige vrouwen heeft de wereld meer behoefte dan aan vrouwen, die in de maatschappij een rol van betekenis spelen, maar hun roeping in het gezin niet verstaan.

 

H. M.