Wat doen we met wolven?

 

Andrew Nunn

 

Vier adviezen van de broer van Christus

 

Wat wil God dat wij doen?

Judas geeft ons, gelovigen, vier duidelijke opdrachten die betrekking hebben op ons persoonlijke handelen (vs 20-21):

  1. Wij moeten ‘onszelf opbouwen op ons allerheiligst geloof’. Het is nodig dat we Gods Woord bestuderen, leren, geloven en het gehoorzamen. Dit is de beste bescherming! Het is ook het absolute fundament van ons christen-zijn: het behoort onze wens te zijn te groeien in de kennis van en de liefde tot de Heer. Hierin ligt de reden van ons bestaan. Hiervoor zijn wij geschapen.

  2. Wij hebben ook nodig te bidden in de Heilige Geest. God spreekt tot ons door zijn Woord, en wij tot Hem door gebed. Dit tweerichtingsverkeer is onontbeerlijk voor elke goede relatie.

  3. Wij moeten onszelf bewaren in de liefde van God. Uiteraard zijn wij niet in staat Gods liefde te doen ophouden, maar wij kunnen zijn liefde vergeten en we kunnen ook de stroom van Gods liefde door ons heen naar anderen laten stoppen. Het is met het oog hierop dat wij onszelf in zijn liefde moeten bewaren.

  4. Wij moeten geduldig ‘de barmhartigheid van onze Here Jezus Christus’ verwachten. Dit zou kunnen betekenen dat we erop moeten vertrouwen dat de Heer ons beschermt tegen de aanvallen van wolven, óf het betekent dat wij altijd moeten uitzien naar de terugkeer van de Heer, wanneer Hij ons opneemt om voor eeuwig bij Hem te zijn. Waarschijnlijk betekent het beide!

 

Hoe moeten wij hen die in valse leringen gevallen zijn behandelen?

Er zijn drie mogelijkheden, en elk geval moet afzonderlijk bekeken worden (vs 22-23):

  1. Afgedwaalde gelovigen: ‘En hebt medelijden met sommigen die twijfelen.’ Sommige handschriften zeggen: ‘Overtuigt hen die twijfelen.’ Dit slaat op ware gelovigen die de weg zijn kwijtgeraakt en aan de waarheid twijfelen. Wij moeten hun medelijden tonen en hen helpen door hen met degelijke bijbelse argumenten van de waarheid te overtuigen. Het is waar dat alleen de Heilige Geest kan overtuigen, maar wij moeten niet onze verantwoordelijkheid ontvluchten in het bespreken, uitleggen en aantonen van de waarheden die we in Gods Woord hebben gevonden (zie Paulus’ voorbeeld in Hd 17:2-3,17).

  2. Misleide niet-christenen: ‘Redt anderen door hen uit het vuur te rukken.’ Zij die valse leraars volgen, zijn op weg naar de hel! Onze hartenwens zou moeten zijn hen te redden. Net als bij afgedwaalde gelovigen, moeten we vanuit de Schrift spreken, aantonen en hen ervan overtuigen dat Jezus Christus ‘de weg, de waarheid en het leven’ is (Jh 14:6), en dat in niemand anders de behoudenis is (Hd 4:12). Opnieuw moeten we Paulus’ voorbeeld volgen toen hij sprak… en zowel Joden als Grieken overtuigde (Hd 18:4). Laten we anderzijds voorzichtig zijn en dit in diepe afhankelijkheid van de Heer doen, anders zouden we zelf wel eens kunnen afdwalen. ‘Daarom, laat hij die meent te staan, uitkijken dat hij niet valt’ (1Ko 10:12). We moeten dit niet met onze eigen intellectuele kracht proberen.

  3. Valse leraars: ‘Hebt medelijden met anderen in vrees, en haat zelfs het kleed dat door het vlees bevlekt is.’ Dit zijn de echte wolven tegen wie we zijn gewaarschuwd. Wij zouden elk contact met hen moeten vermijden. We moeten medelijden met hen hebben, maar we kunnen hen niet helpen. Alleen God kan in hun boze harten werken. Hoe kunnen we het verschil ontdekken tussen een misleid persoon en een echte wolf? Door hen te confronteren met de waarheid van Gods Woord en de Here Jezus Christus: hun reactie zal duidelijk maken wie ze zijn. Als ze een dialoog, gebaseerd op de Schrift, accepteren, kunnen we hun van dienst zijn. Maar als ze in plaats daarvan ons willen overhalen en voor hun ideeën willen winnen, en geen oprechte dialoog over de Bijbel toestaan, tonen ze dat zij wolven zijn. De acht kenmerken van wolven, die Judas ons heeft gegeven, zullen eveneens helpen hen te herkennen. Laten we enerzijds niet al te snel ‘Een wolf!’ roepen, maar laten we anderzijds, als we echte wolven tegenkomen, op onze tellen passen! Laat hen alleen! Zorg dat u niets met hen te maken hebt, en alarmeer anderen, zodat ook zij de kudde kunnen bewaken.