Lezers schrijven: Samenkomen als gemeente?

 

Mag ik kort reageren op 'Vraag en antwoord' over 1Tim.2:8 in de 'Bode' nr. 7/8 1992? Met 'de betreffende broeder' die leert wat in de vraag is weergegeven ben ik het eens. In zijn antwoord zegt broeder Ouweneel dat gelovigen op allerlei manieren kunnen samenkomen. Akkoord. Maar, zegt hij verder, als ze dat niet doen als huis van God, als gemeente, dan zijn er voorbeelden te bedenken waar het voorschrift van 1Tim.2:8 niet voor zou gelden. Hij betrekt dus het voorschrift van 1Tim.2:8 op het samenkomen als gemeente. Voor hem is het samenkomen in het huis van God dus hetzelfde als het samenkomen als huis van God. Maar het gaat in 1TimotheŘs niet over het al of niet als gemeente samenkomen, maar over de scheppingsorde van God. Het gaat over ons gedrag in het huis van God en niet over het samenkomen als huis van God. En overal waar gelovigen samenkomen, juist niet als gemeente van God, geldt wat Paulus hier voorschrijft.

De genoemde voorbeelden zijn bij uitstek gelegenheden waar dit in de praktijk zou moeten blijken. Mogelijk is het samenkomen als gezin of als echtpaar hier een uitzondering op. Maar dat vloeit dan voort uit de bijzondere plaats die het gezin en het huwelijk in de Schrift innemen. Deze uitzondering zou dan de regel (van de Schrift in 1Tim.2:8) bevestigen. Door de in het antwoord genoemde voorbeelden zouden de uitzonderingen de regel (van de Schrift) gaan vervangen. En dat zal toch ook niet de bedoeling zijn.

 

M.G. de Koning