Vraag & Antwoord

 

H.P. MEDEMA

 

Vraag:

Hoe is het te verklaren dat in Gen.7:2,8 en 8:20 in de geschiedenis van Noach reeds onderscheid gemaakt wordt tussen reine en onreine dieren, terwijl pas in Lev.11 wordt aangegeven waarin dat onderscheid bestond?

E.F. te B.

 

Antwoord:

Om precies te zijn wordt in Lev.11 aangegeven waarin het onderscheid tussen reine en onreine dieren onder de MozaÔsche wetgeving bestond. Maar dat wil volstrekt niet zeggen dat er voordien ook niet zo'n reinheidscriterium bekend was, al hoeven de grenzen tussen rein en onrein niet precies dezelfde geweest te zijn. Met name het feit dat reeds vanaf Gen.4 over een offer gesproken wordt, houdt in dat er ook criteria geweest moeten zijn waaraan men wist welke offerdieren wel en welke niet acceptabel waren. Ongetwijfeld is het ook de bedoeling van de Schrift om een parallel aan te brengen tussen de redding van Noach door de ark en de redding van het volk IsraŽl door de woestijn; vgl. de veertig dagen van Gen.7:4,12,17; 8:6 met de veertig jaren in de woestijn. Bedoeld is wellicht dat de extra hoeveelheid reine dieren (zeven paar tegenover een onreine) bedoeld was als offerdieren. Zoals Noach slechts behouden werd bij het eten van rein voedsel, zo was dat ook het geval bij IsraŽl.

 


Vraag:

Waaruit valt op te maken dat het 'Heilige' en het 'Heilige der Heiligen' in de Tabernakel resp. 20 en 10 el diep waren, en het Heilige der Heiligen dus kubusvormig was?

B.d.J. te E.

 

Antwoord:

De maten van de Tabernakel worden aangegeven door Flavius Josephus, Joodse Oudheden III,6,4. Maar ook uit de overige gegevens die het boek Exodus geeft is dezelfde conclusie te trekken. Ex.26:2 zegt dat de tentkleden vier el breed waren. Ze waren ingedeeld in twee stellen van vijf (Ex.26:3) (bij de geitenharen buitenkleden was dat 5+6, Ex.26:9), welke twee stellen van vijf aan elkaar waren verbonden met lussen en haakjes (Ex.26:10,11). Aan die haakjes kwam de voorhang te hangen (Ex.26:33), zodat het eerste stuk van de tentkleden precies 20 el lang was, waarmee wij de afmeting van het Heilige kennen. Omdat de planken, 20 in getal van anderhalve el breedte (Ex.26:15-18), in totaal een diepte van 30 el aan de Woning gaven, weten wij daaruit dat het Heilige der Heiligen tien el diep was, en eveneens tien el hoog (Ex.26:15).