Namen van God in het Oude Testament

(3)

R.A. Hakvoort

Jahweh (HERE)

De vorige maal hebben we gezien dat de naam 'Elohiem' (God) ons God voorstelt als de almachtige Schepper van hemel en aarde, die ver verheven is boven Zijn schepselen. In dit artikel willen we nu nadenken over de naam 'Jahweh' (HERE) die wel de oudtestamentische naam van God bij uitstek is. In Deuteronomium 28:58 wordt deze namelijk de "heerlijke en geduchte Naam" genoemd en als in Leviticus 24:11 eenvoudigweg over 'de Naam' wordt gesproken, dan wordt hiermee die heilige naam 'Jahweh' bedoeld.

De naam Jahweh komt in het Oude Testament welgeteld 5321 maal voor en wordt in de regel in de Nederlandse vertalingen weergegeven door "HERE" of "HEERE" (let op de hoofdletters). Het verschil tussen de namen 'Elohiem' (God) en 'Jahweh' (HERE) is van groot belang: Elohiem is de verheven Schepper van het heelal; Jahweh is de persoonlijke God die een verbond gesloten heeft met de mens; Elohiem is de alwijze, allerhoogste God; Jahweh is de God die in liefde omziet naar de mens, in het bijzonder naar zijn uitverkoren volk IsraŽl, om hun de weg ten leven te wijzen. Zo is in het Oude Testament Elohiem heel vaak de naam waarmee God Zich noemt om zijn betrekkingen tot de vele volkeren op deze aarde weer te geven; als het echter om Zijn relatie met het volk IsraŽl gaat, dan noemt God zich echter niet meer Elohiem, maar Jahweh. Jahweh is dus de naam van de Verbondsgod van IsraŽl! Hiermee willen wij niet zeggen dat Jahweh en Elohiem twee verschillende goden zijn: het is dezelfde, ene God, maar de naam Elohiem drukt een andere heerlijkheid van Hem uit dan de naam Jahweh.

Om het genoemde verschil aan te tonen hoeven we niet ver in de Bijbel te zoeken. Wordt God in Genesis 1 telkens 'Elohiem' genoemd omdat daar de nadruk valt op zijn scheppingskracht, zo lezen we plotseling in Genesis 2:4 over 'Jahweh Elohiem', de HERE God. In Genesis 2 staat vanaf vers 4 namelijk niet meer de schepping zelf centraal, maar de mens, die de kroon van die schepping is: Het behaagde God om Zich aan ťťn van zijn scheppingswerken niet alleen te openbaren als God, maar om ook met die mens in gemeenschap te treden, een relatie van liefde. Daarom verschijnt in dat tweede hoofdstuk van de Bijbel die naam Jahweh. Jahweh is derhalve de naam van God wanneer Hij een persoonlijke verbinding aangaat met de mens. Daarom is Jahweh ook bij uitstek de naam van de God van het volk IsraŽl, omdat juist dit volk in zo'n bijzondere relatie tot Hem stond (vergelijk Amos 3:2), opdat iedereen wete "dat zijn naam (dit is de naam van de God van IsraŽl) is: Jahweh (HERE)". (Ps.83:19; vergelijk Ex.3:15) Het grote verschil is dus dat Elohiem geen 'naam' is in de strikte zin van het woord, maar meer een 'wezensaanduiding', terwijl Jahweh wel degelijk een naam is, een eigennaam van een Goddelijk Persoon. Zoals de meesten de koningin van Nederland niet anders kennen dan als 'hare majesteit', zo is er een klein groepje mensen, haar familieleden en goede vrienden, die haar bij haar naam kennen en zo mogen noemen: 'Beatrix'. Precies zo is God voor de volkeren niets anders dan 'de [almachtige] God' (Elohiem), maar is er een uitverkoren volk dat in een veel persoonlijkere relatie met deze God staat: Het volk IsraŽl mag God bij Zijn naam kennen: Jahweh! Zo stelt de naam 'Jahweh' God voor als een Persoon en brengt Hem aldus in verbinding met andere (menselijke) personen. Jahweh is dus de naam waaronder uitverkoren mensen uit het Oude Testament de allerhoogste God mogen aanbidden. Nu begrijpen we ook waarom er in de bijbel wel wordt gesproken over 'dť Elohiem', dit is de wŠre God in tegenstelling tot alle valse afgoden, maar nooit over 'dť Jahweh', want 'Jahweh' is de naam van de enige ware God. Zo spreekt de Jood wťl over 'mijn God (Elohiem)', maar nooit over 'mijn HERE (Jahweh)', want wanneer hij 'mijn God' zegt bedoelt hij Jahweh. Hij spreekt wťl over 'de God (Elohiem) van IsraŽl', maar nooit over 'de HERE (Jahweh) van IsraŽl', want er is geen andere Jahweh. Hij spreekt wťl over 'de levende God (Elohiem)', maar nooit over 'de levende HERE (Jahweh)', want Jahweh is de levende God!

Nu is het nodig om eerst iets te zeggen over de naam 'Jahweh' zelf. In het Hebreeuws (dat voor geschreven tekst alleen maar medeklinkers gebruikt) luidt deze naam 'JHWH' (dit wordt ook wel het 'tetragrammaton' genoemd, wat letterlijk 'de vier letters' betekent). Nu, in de twintigste eeuw, is het moeilijk nog te achterhalen wťlke klinkers er tussen die vier letters horen te staan. Dus: we weten niet precies hoe deze naam moet worden uitgesproken De Joden kunnen ons hierbij ook niet helpen, daar zij in hun geweldige eerbied voor de naam 'Jahweh' liever een omschrijving gebruikten (zoals 'de Naam', 'de Heerlijkheid', 'Here' (Adonaj), enzovoort) dan deze naam zelf uit te spreken! Tegenwoordig zijn de geleerden verdeeld over de uitspraak en (daarmee samenhangend:) de precieze betekenis van de naam Jahweh. Sommigen willen de letters 'JHWH' opvatten als een vorm van het oude Hebreeuwse werkwoord voor 'zijn' ('HWH'), zodat het dan iets betekent als: "Hij die is" of "Hij die zal zijn". Als dit juist is (vergelijk Ex.3:14), dan is de juiste uitspraak waarschijnlijk Jahweh. Anderen ontkennen deze afleiding echter (overigens op goede gronden) en vatten de vier letters 'JHWH' op als een oud zelfstandig naamwoord van onbekende oorsprong, waarvan elk van die vier letters werd uitgesproken, zodat de naam dan uit minstens drie lettergrepen moet bestaan. Wij laten deze discussie verder rusten en doen er voorlopig het beste aan om de Goddelijke uitleg uit Exodus 3:14 maar aan te nemen: Jahweh is dan de naam van de 'IK BEN', de Eeuwig Zijnde.

Dit komt bijzonder goed overeen met een andere 'definitie', namelijk die uit Genesis 21:33. Daar wordt de naam Jahweh uitgelegd als de naam van de 'Eeuwige God' (Hebreeuws: El Olaam - zie een volgend artikel). Deze gedachte vinden we ook op andere plaatsen in de Schrift, zodat de naam Jahweh in ieder geval mede de betekenis van 'de Eeuwige', 'de Onveranderlijke' heeft: "Jahweh is de eerste, Jahweh is de laatste, en buiten Hem is er geen god (Elohiem)" (Jes.44:6; vergelijk 40:28 en 41:4). Wanneer Mozes in Exodus 3 aan zijn God vraagt "wat Zijn naam is", dat betekent letterlijk in het Hebreeuws: wat die naam van God ten diepste inhoudt (vergelijk vers 6,13), dan luidt het Goddelijke antwoord: "Ik ben die Ik ben", of: "Ik zal zijn die Ik zijn zal", of: "Ik ben die Ik eeuwig ben", of: "Ik ben er" (vers 14). Het antwoord drukt uit dat God een eeuwig God is (vergelijk vers 15). "Ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid bťnt U, o God" (Ps.90:2, letterlijk naar het Hebreeuws). Toch zit er in het antwoord aan Mozes een heel duidelijk element van ondoorgrondelijkheid: Mozes vroeg aan de HERE wŪe Hij is, maar uit het antwoord blijkt dat Gods Wezen, Gods Persoon niet in menselijke bewoordingen is uit te drukken. Juist ůmdat God God is, zal niemand dan Hijzelf zijn natuur kennen en doorgronden. Voor de mens moet het genoeg zijn dat Jahweh een God is die is!

Een ander aspect dat met de naam 'Jahweh' is verbonden, is zijn heiligheid. We zien dat heel duidelijk in het volk IsraŽl, aan wie God Zich als Jahweh heeft geopenbaard. Hoe hoger de privileges van de mens in het 'kennen van Hem', des te groter is ook zijn verantwoordelijkheid om te wandelen in overeenstemming met die kennis, dus in overeenstemming met God Zelf. Daarom lezen we herhaaldelijk in de Bijbel dat de IsraŽliet heilig moest zijn, omdat hij bij het volk behoorde dat de naam Jahweh kende, de heilige God (zie Lev.19:2; 20:26; vergelijk Ps.11:5,7; 119:75 en zie - wat ons betreft - vooral 1Petr.1:14-21).

Wij vragen de lezer het belangrijke gedeelte in Exodus 6:1-2 op te slaan. Hier lezen wij dat God zegt dat Hij met de naam 'Jahweh' niet bekend is geweest aan Abraham, Izašk en Jakob. Dit betekent echter niet dat de naam Jahweh niet door de aartsvaders gekend werd (in de betreffende gedeelten uit het boek Genesis wordt de naam 'Jahweh' namelijk vele malen genoemd), maar het wil zeggen dat aan de patriarchen de betekenis van die naam niet is geopenbaard: Het behaagde de HERE pas aan Mozes duidelijk te maken dat die naam 'Jahweh' niet zomaar een naam is, maar een naam die alleen gedragen kan worden door een eeuwig God, die boven de tijd verheven is, maar die toch een persoonlijke relatie met de mens aangaat. Wij wijzen op dit punt omdat vele moderne 'bijbelgeleerden' op grond van de genoemde tekst uit het boek Exodus het standpunt van de zogenaamde 'redactionele kritiek' proberen te rechtvaardigen. Deze houdt onder andere in dat de vijf boeken van Mozes op een vrij willekeurige wijze in 'stukjes worden geknipt'. Elk van deze stukjes zou dan door een andere schrijver geschreven zijn (en hiermee bedoelen ze in ieder geval nŪet Mozes zelf!). Sommige van die schrijvers zouden hun God alleen maar als 'Elohiem' kennen en gebruikten derhalve in hun geschriften alleen die benaming voor God; anderen zouden alleen de naam 'Jahweh' kennen en die dus alleen maar gebruiken. De Goddelijke wijsheid waarmee deze namen in de Bijbel worden gebruikt en de verschillen in betekenis, worden door hen echter ontkend. Hoewel deze speculaties grote aanhang vinden (zelfs ook wel in zg. bijbelgetrouwe kringen!), verwerpen wij ze krachtig: ze zijn volkomen in strijd met het woord van God, dat ťťn geheel is, geÔnspireerd door de Heilige Geest (2Petr.1:21). Laten wij toch altijd blijven vasthouden aan het woord van onze Here Jezus die gezegd heeft dat "de Schrift niet gebroken kan worden" (Joh.10:35).

In de Bijbel komt ook nog een vijftigtal keer een verkorte vorm van de naam Jahweh voor, te weten: 'Jah' (In de Nederlandse vertalingen is het verschil in grondwoord helaas niet merkbaar, aangezien beide woorden door 'HERE' zijn weergegeven). Deze naam heeft de speciale betekenis van 'Jahweh die onze verlossing is geworden'. Dit blijkt onder andere uit de eerste keer dat deze naam voorkomt. Vlak na de miraculeuze verlossing van het zuchtende volk IsraŽl uit de macht van de farao van Egypte, kan het volk zingen (dit is bovendien het eerste lied in de Bijbel: de grondslag voor ons gezang in een wereld die in barensnood is, ligt in de verlossing die God voor ons heeft bewerkt - zie Rom.8:28-39): "Jah is mijn kracht en mijn psalm, Hij is mij tot heil geweest" (Ex.15:2). (De naam Jah komt verder bijvoorbeeld voor in Psalm 68:5,19 (vergelijk vers 2!); zie ook de bijzondere aanroep 'Jah Jahweh' in Jes.12:2 en 26:4.) Het meest bekend is de naam Jah echter in het woord 'Hallelujah', dat letterlijk betekent: 'prijst Jah'. En kennen we ook niet de naam 'Jezus' die betekent: 'Jah is Heiland'? Is de Here Jezus voor ons niet de verpersoonlijking van onze verlossing? Kunnen we niet tot Hťm het 'hallelujah' toezingen?!

Als we door het bovenstaande iets meer zijn gaan zien van de diepe inhoud van de naam 'Jahweh', dan kunnen we nu ook iets meer begrijpen van de grote schok die er door de gelederen van de Joden ging toen zij een mens op deze aarde hoorden zeggen: "Voor Abraham was, Ik Ben" (Joh.8:58). Door deze woorden noemde de 'profeet uit Galilea' zich namelijk met die heerlijke en geduchte naam: Jahweh, HERE, de 'Ik Ben'. "En de Joden namen stenen op om ze op Hem te werpen" (Joh.8:59 en zie de voetnoot in de Telos-vertaling). "Niet om een goed werk stenigen wij U, maar omdat U die een mens bent, Uzelf God maakt" (Joh.10:33). Maar was deze 'Mens' niet het "Woord dat bij God was, en het Woord dat God was" (Joh.1:1)? Jezus van Nazareth is de enige mens op deze aarde die het recht heeft de naam Jahweh te dragen. (vergelijk vooral Jesaja 6 met Joh.12:37-41!) Leert HebreeŽn 13:8 ons niet de onveranderlijkheid die Jahweh kenmerkt: "Jezus Christus is Dezelfde, gisteren, heden en tot in eeuwigheid". En is die 'persoonlijke relatie tussen Jahweh en de mens' niet ten volle geopenbaard in de Mens Jezus Christus (vergelijk 1Tim.2:5-6) die kwam om het verlorene te zoeken en te behouden? Jahweh en Jezus zijn twee namen voor dezelfde Persoon: de Zoon van God, God de Zoon!

Gods persoonlijke aanwezigheid, zijn voortdurende handelingen met de mens, de onveranderlijkheid van zijn beloften en de hele openbaring van zijn verlossende genade, het is allemaal vervat in die ene naam: Jahweh. Daarom is in het algemeen de inleiding tot profetische boodschappen niet: "zo zegt God (Elohiem)...", maar: "zo zegt de HERE (Jahweh)...". Het is als Jahweh dat God de Heiland van IsraŽl werd en het is door de naam Jahweh dat er nu ook redding is voor de gehele wereld. Maar dwars door die naam Jahweh heen zien we ook de naam Jezus, de Persoon in Wie die naam Jahweh zijn volheid zou vinden. En als daarom de IsraŽliet uit het Oude Testament zong: "Ik zal Jahweh zingen zolang ik leef, ik zal mijn God psalmzingen, zolang ik ben" (Ps.104:33), dan mogen wij deze zelfde lofzang aanheffen tot Hem die "levend is tot in alle eeuwigheid" (Openb.1:18):

Eeuwige Zoon, door eng'len aangebeden,
U bent het beeld van al Gods heerlijkheid.
Uw naam zij d'eer!
Tot in all' eeuwigheden
zal elk zich buigen voor Uw majesteit.

Naschrift:

Nu wij het onderscheid tussen de namen 'God' en 'HERE' hebben aangegeven, kan men dit verder zelf nagaan in de volgende schriftplaatsen (hierbij doet men er goed aan de bijzondere nauwkeurigheid op te merken waarmee beide namen in de Schrift worden gebruikt): Gen.3 (merk op dat de satan nooit over de 'HERE' spreekt maar altijd over 'God' - vergelijk Matth.4:1-11); vergelijk Gen.4 (overal 'HERE') met Gen.5 ('God'); Gen.7:16 (vergelijk ook 6:22 met 7:5). Vergelijk Gen.9:26 met 9:27; zie Gen.15 ('HERE'); zie 1Sam.5 (let er nauwkeurig op hoe de beide namen worden gebruikt); 1Sam.17:46-47; 2Kron.18:31; vergelijk Ps.14 met Ps.53; vergelijk Ps.19:2 met vers 8; en tot slot: zie Amos 4:11.

Het zij verder opgemerkt dat bijna elke pagina uit het Oude Testament het hierboven geschrevene illustreert.

Voorgaande

Vervolg