Tenslotte

Ziften als de tarwe

Willem J. Ouweneel

Klaagt de vijand mij ook aan,
U bent in mijn plaats getreden.
Vangt hij ook met ziften aan,
Christus heeft voor mij gebeden.
U, o Heiland, U alleen
bent mijn troost in tegenheên.

Dit couplet bevat natuurlijk een duidelijke heenwijzing naar Lukas 22:31v., waar de Heer Jezus tegen Petrus zegt: 'Simon, Simon, zie, de satan heeft dringend verlangd u [allen] te mogen ziften als de tarwe; Ik heb echter voor jou gebeden dat je geloof niet zou ophouden'. Deze beeldspraak van het ziften moet de discipelen, die zo dicht bij de natuur en de landbouw leefden, onmiddellijk hebben aangesproken. Als de tarwe gemaaid en gedorst is, moet deze gezift (= gezeefd) worden, opdat het goede graan gescheiden wordt van het kaf en van alle verdere waardeloze materiaal. Op dezelfde manier wil de satan ook de gelovigen ziften, en wel om het 'waardeloze materiaal' in ons aan het licht te brengen.

Het is trouwens merkwaardig te zien dat zowel God als de satan de mensen verlangen te ziften. Johannes de Doper verkondigde dat de Messias zijn wan in de hand heeft om zijn dorsvloer door en door te zuiveren (Matt.3:12; Luk.3:17) - maar er is een enorm verschil. Christus scheidt de tarwe van het kaf, om - zoals de Doper zegt - de tarwe in zijn schuur samen te brengen, maar het kaf met onuitblusbaar vuur te verbranden. De Heer zift ons dus om het kwade weg te zuiveren en het goede over te houden; maar de satan zift ons om het goede weg te zuiveren en het kwade over te houden.

Het droevige is, dat als de satan 'met ziften aanvangt', hij maar al te veel kaf bij ons weet uit te zeven. Hij wordt niet voor niets 'de aanklager van onze broeders' genoemd (Openb.12:10; vgl. Job 1:9-11; Zach.3:1); hij vindt bij de gelovigen heel wat waarover hij hen kan aanklagen. De Heer zegt dan ook niet tegen Petrus: Maak je maar niet bezorgd; de satan vindt bij jou niets. Immers, alleen van Zichzelf kon de Heer zeggen: 'De overste van de wereld komt en heeft in Mij helemaal niets' (Joh.14:30). Maar wat ons betreft weet Hij dat de satan maar al te veel zal vinden. Als de Heer echter Petrus duidelijk maakt dat hij niet hoeft te wanhopen, is dat om een heel andere reden, en wel: 'Ik heb voor jou gebeden'.

Vangt de satan ook met ziften aan, Christus heeft voor ons gebeden. Let u op die verleden tijd: zijn voorbede volgt niet op het ziften, maar gaat eraan vooraf! De Heer weet wat maaksel wij zijn. 'Indien een slang bijt vóór de bezwering, dan baat de bezweerder niet' (Pred.10:11). Als de slang óns zift, mogen we weten dat de Heer vóórdien al het kwaad 'bezworen' heeft. Hij heeft voor ons gebeden, opdat ons geloof niet helemaal schipbreuk zal lijden. De satan zoekt onze ondergang, maar de Heer heeft gebeden voor ons herstel. Dat excuseert onze zonden niet; maar het is wel een geweldige troost dat de voorbede van de Heer triomfeert over het ziften door de satan.