H. P. MEDEMA

Vraag + antwoord

 

Vraag:

Wat wordt bedoeld met de 'mammon'? De god van het geld, zoals in een voetnoot in de vorige druk van de Voorhoevevertaling bij Luk. 16 staat? Waarom is dit in de herziene, vijfde druk gewijzigd in: Een Aramees woord voor 'rijkdom, geld', hier als persoon voorgesteld? Zie Matth. 6:24; Luk. 16:9,11,13.
D.B. te A.

Antwoord:

Het Gr. mamoonas is niets meer dan de weergave van een Aramees woord, mamoon. Hoewel de afleiding niet met zekerheid is vast te stellen, wordt vermoed dat we hier te doen hebben met de stam amen (Hebr. o.a. emunah, geloof, vertrouwen, trouw, emet, waarheid) die wij kennen uit het oud- en nieuwtestamentische 'amen', en die te maken heeft met 'vertrouwen', 'betrouwbaarheid' en vandaar 'waarheid'. Mamoon betekent dan oorspronkelijk 'datgene waarop men zijn vertrouwen stelt'. Misschien bevatten de woorden van de Heer Jezus, zo als die zijn weergegeven in Luk. 16:10,11 wel een woordspeling op 'vertrouwen' en 'trouw'. In vs. 10 staat letterlijk 'de Mammon van de ongerechtigheid', ook een door het Hebr. beÔnvloede zegswijze, die gelijk staat met 'de onrechtvaardige Mammon', zoals vs. 11 ook in het Gr. letterlijk luidt.

De rabbijnse uitleggers maakten al onderscheid tussen 'de bedrieglijke mammon' en de 'ware mammon', waarmee zij tot uiting brachten dat er ook een goede rijkdom kan zijn die Jahweh welgevallig is en voor Hem gebruikt kan worden (vgl. Spr. 3 : 9). De Heer Jezus contrasteert in de Bergrede de dienst aan Mammon met de dienst aan God: anders dan in de oude bedeling, waarin aardse zegeningen waren weggelegd voor de rechtvaardige, moesten de discipelen van het koninkrijk der hemelen 'geen schatten op aarde verzamelen' (vs. 19) en niet rekenen op overvloedige aardse rijkdommen, al zou de Vader voor hen zorgen (vs. 25-34).

In Luk. 16 is 'de onrechtvaardige Mammon' (vs. 9,11) gelijk aan 'het minste' (vs. 10), 'dat van een ander' (vs. 12), en staat tegenover 'het vele' (vs. 10), 'het ware' (vs. 11) en 'het uwe' (vs. 12), en staat tegenover God. De Mammon 'dienen' kŠn niet, als een discipel tegelijk God wil dienen; maar in de dingen van de Mammon trouw zijn, kan wel. De Mammon is in de tijd van verborgen Godsregering per definitie onrechtvaardig, omdat de toedeling van aardse rijkdommen in deze eeuw doorgaans niet volgens normen van gerechtigheid geschiedt. De hele 'tegenwoordige eeuw' staat helaas onder het beslag van ongerechtigheid, maar het is juist de verantwoordelijkheid van een goede discipel om hierin 'met overleg', d.w.z. geestelijk wijs, te handelen.