DOUGLAS HAYHOE

 

HOED MIJN SCHAPEN

 

Oudsten in de nieuwtestamentische Gemeente

 

(4)

 

8. De taak van oudsten

Het nieuwe testament legt niet zozeer de nadruk op de positie die een oudste inneemt, als wel op het juiste functioneren van oudsten, voorgangers en herders. Als voorgangers zullen zij samen richting geven aan de aktiviteiten van de vergadering. Dat kan inhouden het plannen van conferenties, speciale bijeenkomsten, evangelisatiecampagnes, enzovoort. Hierin kunnen ze met de andere broeders samenwerken. Voor een groot deel kan dit ook op de gewone broedervergadering gebeuren.

Als herders zullen zij zich bezighouden met het geven van raad, maken van bezoeken, bemoedigen en geestelijk voedsel geven, zoals al eerder is gezegd. Een voorbeeld uit Egypte is misschien verhelderend. Ik weet van een grote vergadering van honderden gelovigen, waar ook inderdaad broeders zijn die als oudsten en herders functioneren. Elke oudste is verantwoordelijk voor een ander deel van de gemeenschap, afhankelijk van de geografische ligging. Als een gelovige ziek is of geestelijk wegglijdt, en zijn afwezigheid in de samenkomsten of zijn gebrek aan interesse wordt opgemerkt, dan gaat de oudste persoonlijk op bezoek, soms zelfs binnen twee dagen. Deze oudsten zijn niet aangesteld, zelfs niet in het openbaar aangewezen, maar het zijn oudere, gerespecteerde en bekwame broeders, die hun taak van herder serieus nemen omdat ze oprecht ge´nteresseerd zijn in het volk van God. Deze oudsten komen wekelijks bijeen om te overleggen over en te bidden voor de noden van de gemeenschap.

Oudsten zullen vooral persoon-gericht moeten zijn, niet programma- of prestatie-gericht. Paulus sprak over TimotheŘs als iemand die 'trouw de belangen zal behartigen' van de gelovigen. Christenen hebben heel snel in de gaten of een oudste er alleen maar op uit is hen naar zoveel mogelijk bijeenkomsten te krijgen, of een evangelisatieprogramma op te zetten, maar geen belang stelt in de redenen waarˇm ze niet naar de bijeenkomsten kunnen, of in de geestelijke problemen en ontmoedigingen die ze op dat moment ervaren. Ook hier is de apostel Paulus een goed voorbeeld, zoals hij zich opstelde temidden van de nieuwe gelovigen in Thessalonica. Dezen waren pas bekeerd van het afgodendom en worstelden met vragen over morele reinheid en broederlijke liefde. Hij schrijft: 'Wij waren vriendelijk in uw midden, zoals een voedende moeder haar eigen kinderen koestert' (1 Thess. 2: 7). De taak van een oudste heeft ook negatieve aspecten, zoals waakzaam zijn voor afvallige personen (Hand. 20: 29-31), weerspannige mensen de mond stoppen (Tit. 1 : 9-11) en ongeregelden terecht te wijzen (1 Thess. 5 : 14). Hoewel onplezierig, is dit toch een zeer belangrijke kant van het werk van een oudste, en het vereist een standvastig karakter. Tevens vereist het wijsheid om zulke 'probleem-makers' goed te kunnen onderscheiden.

We kunnen op het belang van de taak van een oudste als herder en opziener over de schapen niet genoeg de nadruk leggen. In Hebr. 13: 17 staat: 'Zij waken over uw zielen als degenen die rekenschap zullen afleggen'. Hierin volgen zij het voetspoor van de Heer Zelf, die de 'Herder en Opziener van uw zielen' genoemd wordt (1 Petr. 2 : 25). Hoe vele gerijpte, bekwame broeders zullen rekenschap moeten afleggen voor het werk dat zij als herders nagelaten hebben om te doen! Bezoeken die gemaakt hadden moeten worden, telefoontjes, raadgevingen, een helpende hand - maar zij schoven het voor zich uit en de gelegenheid was voorbij.

 

Een aantal duidelijke teksten in de oudtestamentische profeten geeft het werk aan dat de herders in IsraŰl hadden mˇeten doen, maar niet dÚden. Zie hiervoor o.a. Jer. 23: 1-4; Ezech. 34 : 1-4, 10-16 en Zach. 11 : 1-16. Uit deze passages willen we vijf punten onder de aandacht brengen:

1. Zorg voor wat verloren dreigt te gaan (Zach. 11 : 16). Sommige schapen zijn zo zwak, zo terneer gedrukt, dat het erop lijkt dat ze er niet meer uit komen. Ze dreigen verloren te gaan. Waar zijn de oudsten, de 'experts in wondverzorging', die hen terzijde staan met gebed, ondersteuning, raad en hulp?

2. Het verstrooide opzoeken en terugbrengen (Ezech. 34 : 4; Zach. 11 : 16). Schapen dwalen vaak. 'Buurmans gras is groener'. Soms verlaten gelovigen een vergadering en vinden een andere gemeenschap van gelovigen, waar ze goed onderwijs, werkelijke zorg en gezonde leer vinden. Vaak gaan ze echter weg om nooit meer de gelukkige band van gemeenschap te ervaren. Getrouwe oudsten zullen hen door de jaren heen blijven opzoeken en hen, zo mogelijk, aanmoedigen om terug te keren.

3. Het zieke en gewonde genezen (Ezech. 34: 4; Zach. 11 : 16). Dit mogen we misschien toepassen op de gelovigen die in zonde zijn gevallen, of die geestelijk ziek of emotioneel en geestelijk verwond zijn. In plaats van ze af te schrijven zoals de natuurlijke mens zou doen, horen we hen op te zoeken om ze te genezen en weer op te richten - vaak een lang proces dat toegewijde zorg vraagt. Een herder verbindt een gewond schaap zorgzaam, omdat het veel voor hem betekent.

4. Het zwakke versterken (Ezech. 34 : 4). Dit slaat op hen die weliswaar in een betere conditie verkeren dan de voorgaande maar toch niet echt gezˇnd zijn. Vleselijkheid, bitterheid, materialisme, neerslachtigheid, ontmoediging en vele andere dingen die de gelovige verzwakken, hebben de overhand. Ze moeten versterkt worden om 'in de Geest te wandelen', om 'in de wijnstok te blijven'.

5. De schapen weiden (Jer. 23: 1-4). Alle schapen hebben voedsel nodig, maar soms worden de gezonde schapen vergeten vanwege de overweldigende noden van de zieke. Een oudste kan meehelpen in het bepalen van geestelijke doelen voor de doorgaande groei van die schapen die gezond zijn. Deze doelen worden uitgewerkt in Ef. 4: 11-16: 'tot een volwassen man, tot de maat van de volgroeidheid van de volheid van Christus'!

 

Het werk van een oudste kan zeker ook (naast het maken van persoonlijke bezoeken) het schrijven van brieven inhouden. Een goede suggestie is om deze twee dingen te combineren. Bezoeken kunnen worden voorafgegaan en gevolgd door brieven die aangeven waarover gesproken zal worden of gesproken is. Een blijvend verslag, in de vorm van een brief, van een verstandig advies is vaak zeer belangrijk.

Dit is precies wat we in de laatste twee brieven van Johannes zien! 'De oudste aan de uitverkoren vrouwe en aan haar kinderen ... ik hoop tot u te komen en van mond tot mond te spreken' (2 Joh. : 1, 12). 'De oudste aan de geliefde Gajus ... ik hoop u echter spoedig te zien en dan zullen wij van mond tot mond spreken' (3 Joh. : 1, 14). Doordat de apostel Johannes als een oudste zijn raad op papier gezet heeft, al bijna 2000 jaar geleden, kunnen wij er vandaag nog steeds ons voordeel mee doen. Hij liet zijn bezoeken aan deze twee personen voorafgaan door deze twee belangrijke brieven, die naderhand deel van de Schrift zijn geworden.

Als we deze geschreven 'pastorale bezoeken' in detail bestuderen, zien we herderlijke zorg in aktie! In de eerste brief, aan de vrouwe, prijst de 'oudste' haar vanwege haar gezin, dat in de waarheid wandelt. Vervolgens spoort hij haar aan in de liefde te wandelen, en wel overeenkomstig zijn gebod. Dit wordt gevolgd door een waarschuwing voor valse leraars met de aanwijzing hen niet te groeten. De brief besluit met de wens of het plan van een persoonlijk bezoek.

De tweede brief, aan Gajus, lijkt hier erg op. Deze begint ook met waarderend te vermelden hoe Gajus in de waarheid wandelt en vreemdelingen helpt. Dan volgt een aansporing om dienstknechten van de Heer in praktisch opzicht te helpen. Vervolgens een waarschuwing aangaande het scheuring makende gedrag van Diˇtrefes, met de opdracht dat niet na te volgen. Ook deze brief besluit met de hoop op een persoonlijk bezoek.

In deze twee brieven hebben oudsten en herders een goed voorbeeld voor hun pastorale brieven: waardering, bemoediging, vermaning, waarschuwing, de aankondiging van een bezoek. Het schrijven van brieven vraagt veel tijd en mensen gaat dat tegenwoordig niet zo gemakkelijk af, maar deze twee hoofdstukken van Gods Woord laten het belang ervan in het herderlijk werk zien.

Iemand heeft eens gezegd dat de taak van een opziener is om 'binnen te houden en buiten te houden'. Tot hier toe hebben we nadruk gelegd op het 'binnen houden', het herderlijk werk en de zorg voor de schapen. Maar er is ook het aspect van 'buiten houden'. Iemand anders heeft gezegd dat de taak van een oudste is om 'valse leer en valse levens' buiten te houden. Wil een vergadering groeien in eenheid en heiligheid, dan moeten valse leer en valse getuigenissen veroordeeld worden.

Tit. 1 : 9-11 laat ons de rol van een oudste zien als het er om gaat valse leraars de mond te snoeren. In onze tijd zijn er vele valse en misleidende leraars in de Gemeente. En ook al zijn ze niet in onze plaatselijke vergaderingen, hun leer wordt overal verspreid door radio, T.V. en boeken en ook zo kunnen gelovigen gemakkelijk be´nvloed worden door hun 'ijdel gepraat en bedrog'. Oudsten moeten, als opzieners, waar nodig voor zulke invloeden waarschuwen, en de gelovigen die al be´nvloed zijn, corrigeren. Daarom ook is het nodig dat een oudste een goed inzicht heeft in het Woord en in de gezonde leer.

Een opziener moet ook de 'valse levens' buiten houden. Dat hoeven niet alleen ongelovigen te zijn, maar kunnen ook gelovigen zijn die een 'dubbel leven' leiden. In deze tijd, en vooral in de gebieden van de grote steden, kan een gelovige een ernstige zonde in zijn leven gemakkelijk verbergen, terwijl hij in de vergadering meedoet alsof alles in orde is. Het ene gevaar is dan natuurlijk om maar iedereen te verdenken. 1 Kor. 13 behandelt dit probleem: 'De liefde ... verblijdt zich niet over de ongerechtigheid ... alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij'. Het andere gevaar is dat er geen aandacht geschonken wordt als een gelovige van de Heer wegglijdt. Hebr. 13: 17 heeft met dit aspect te maken: 'Zij waken over uw zielen als degenen die rekenschap zullen afleggen'. Een herder die werkelijk om de schapen geeft, zal zorgzaam de wacht over hen houden, niet omdat hij achterdochtig is of naijverig, maar omdat hij hen liefheeft en zich ervoor inzet dat zij vooruit gaan in hun geestelijk leven.

Voorgaande

Vervolg