DE TABERNAKEL

hoger onderwijs voor eenvoudigen van hart

(3)

S. STREUPER

De omheining van de voorhof van de tabernakel leert ons dat wij zijn afgezonderd om in de wereld een getuigenis te vormen van Christus. Net als de palen van de voorhof hebben wij de heerlijkheid van Christus hoog te houden tegenover allen die ons omringen. De apostel Paulus was zo iemand, die in zijn leven Christus vertoonde.

Paulus was ook niet mr dan alleen maar zo'n paaltje dat onder de geringste druk omgevallen zou zijn, ware het niet dat hij, evenals de pilaren van de voorhof, stevig kon staan door middel van twee scheerlijnen die grondig verankerd waren. Aan de Filippirs schrijft de op dat ogenblik gedetineerde broeder Paulus (zich op n lijn stellend met Timothes door zijn apostelschap onvermeld te laten en zich met Timothes te presenteren als 'slaven van Christus Jezus', Fil. 1 : l): 'Ik vermag alles in [de kracht van] Hem, die mij kracht geeft' (Fil. 4: 13). En die kracht, zo heeft de Heer hem gezegd, wordt in zwakheid volbracht. Om die reden roemde Paulus in zijn zwakheden, opdat de kracht van Christus op hem zou wonen (letterlijk: 'tabernakelen'). Daarom heeft hij een welgevallen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in vervolgingen en benauwdheden voor Christus, want wanneer hij zwak is dan is hij sterk (2 Kor. 12 : 9, 10). Hij die ons geroepen heeft is Dezelfde die ons ook in de wereld gezonden heeft! En Hij die ons in de wereld gezonden heeft is dezelfde die ons zijn kracht geeft. En dat is een kracht die duizendmaal groter is dan wij met elkaar ooit nodig zullen hebben. Die kracht is naar de werking van de macht zijner sterkte, die God heeft gewerkt in Christus door Hem uit de doden op te wekken ... etc. (Ef. 1 : 19). In Paulus leefde het verlangen die kracht te ervaren bij het volbrengen van de hem toevertrouwde taak (Fil. 3 : 10).

Ik kan me voorstellen, dat u denkt: 'ja, maar dat is dan ook de grote apostel Paulus die God uitverkoos voor een hoge positie en een grootse taak, en wie van ons kan daaraan tippen?' Gelijk hebt u, we hebben niet allemaal nzelfde positie en taak, maar we hebben wl allemaal dezelfde verantwoordelijkheid voor de ns gegeven taak, waar die ook ligt, en wat het ook mag zijn. En, wat nog meer is: wij hebben dezelfde Meester die in ons leven door zijn kracht kan werken wat Hij wil. Bij Hem zijn geen beperkingen of verhinderingen om dat in ons leven waar te maken. Wanneer Hij met ons niet tot zijn doel komt duidt dat erop dat er bij ns, bij mij, weerstanden zijn die dat verhinderen. Om het doel te bereiken en de taak te vervullen die de Heer aan een ieder van ons gegeven heeft is het helemaal niet van belang of dat een grootse of een nederige taak is. Het bereiken daarvan hangt niet af van de aard van onze roeping, want die ligt voor ieder anders. Waar het werkelijk om gaat, is de vraag of we net zo klein willen worden als Paulus. Wie net zo groot wil worden als Paulus zal eerst evenals hij, zichzlf helemaal moeten verliezen aan de Meester die hem gekocht heeft! En wie z klein geworden is, kan zich vooral verheugen over datgene wat van de Heer zichtbaar wordt in het leven van nderen, zlfs wanneer het tegenstanders (niet van het evangelie, maar van hemzelf) betreft. Een andere taak hebben de paaltjes niet dan het dragen van de gordijnen. Deze gordijnen die gemaakt waren van getweernd fijn linnen, spreken van de rechtvaardige daden van de heiligen, de goede werken (Openb. 19 : 8; Ef. 2 : 10). Deze zaak gaat de Heer Jezus zeer ter harte. Zo zeer dat het, toen Hij zijn ogen naar de hemel ophief in gebed, een belangrijk onderwerp van gesprek met zijn Vader is geweest. Hij stond op het punt deze wereld te verlaten en droeg zijn discipelen op aan de Vader omdat ze straks zich als een paar vreemde eenden in de bijt van deze wereld zouden bevinden. Zij zijn, net als Hijzelf, niet van deze wereld! Dat fijn getweernd linnen is zo uiterst gevoelig voor vuil. Hoe zal dat ooit schoon, helder-wit blijven?? Dt is zijn zorg die Hij de Vader bekend maakt, en Hij pleit: 'Heilige Vader, ... Ik vraag niet dat u hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de Boze. Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. Heilig hen door de waarheid; uw Woord is de waarheid.' Dat heiligen betekent niet dat we nog heilig moeten wrden. Maar dat we, willen we onze opdracht vervullen, als we verontreinigd zijn geworden, gereinigd moeten worden door de wassing van het water, door het Woord (denk aan het koperen wasvat in de voorhof) (Ef. 5 : 26, 27). En dan laat de Heer op deze woorden volgen: 'Zoals U [Vader], mij in de wereld hebt gezonden, heb ook Ik hen in de wereld gezonden. En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn door de waarheid' (Joh. 17 : 15-19). Hier zegt Hij het tot zijn Vader, nog vrdat hij de opdracht aan zijn discipelen geeft. Zou Hij ons mt de opdracht ook niet alle benodigde genade en kracht schenken? We zijn geroepen om volgelingen van Christus te zijn. Hij verliet de heerlijkheid van de hemel om zijn Vader te verklaren (te verkondigen, te ver-halen) - wij worden geroepen om de begeerten van de wereld te verzaken en de wereld te verklaren wie Hij is.

 

Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die in de schoot van de Vader is, die heeft Hem verklaard (Joh. 1 : 18). Aan ons, die tot God gebracht zijn en nu reeds in Christus gezet zijn in de hemelse gewesten, is de opdracht gegeven Christus in ons leven te vertonen, omdat alleen en uitsluitend in een christen God gezien kan worden.

Toen de Heer Jezus al Gods eigenschappen en heerlijkheid ten toon spreidde en er van getuigde dat God zijn Vader was, hebben ze gezegd: 'Hij heeft een demon' (Joh. 8 : 48). Dat was hun reaktie toen de Rechtvaardige onder hen verkeerde en ze geconfronteerd werden met het 'fijn getweernd linnen' van zijn smetteloze levens-openbaring. Geen wonder dat Petrus later aan de terwille van het geloof vervolgde christenen schrijft: 'Geliefden, laat de vuurgloed in uw midden, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden alsof u iets vreemds overkwam; maar naarmate u deel hebt aan het lijden van Christus, verblijdt u, opdat u zich ook verblijdt, met vreugdegejuich bij de openbaring van zijn heerlijkheid. Als u in de naam van Christus smaad lijdt, bent u gelukkig, omdat de Geest van de heerlijkheid en kracht en die van God op u rust' (1 Petr. 4 : 12-14).

'Het is mijn en uw roeping zo'n pilaartje te zijn in de wereld van vandaag. Ieder op zijn eigen plaats, in verbondenheid met iedereen die gelooft dat Jezus de Christus is, want die is uit God geboren; en die Hem liefheeft die deed geboren worden, heeft ook lief hem, die uit God geboren is (1 Joh. 5 : l). De Heiland Zelf heeft wat dat betreft zijn hartstochtelijk verlangen uitgesproken, na de woorden die we hierboven overdacht hebben en die staan opgetekend in Joh. 17 : 20-21: 'En Ik vraag niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen n zijn, zoals U, Vader, in Mij en Ik in U, opdat ook zij in Ons n zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden'.

In totaal zijn er zestig pilaren. Zes is het getal van de mens. Dat vermenigvuldigd met het getal tien (wat dubbele verantwoordelijkheid inhoudt) maakt zestig. Elke pilaar is vijf el hoog. Het getal vijf duidt op persoonlijke verantwoordelijkheid. En tenslotte is de onderlinge afstand tussen de pilaren eveneens vijf el. Ligt het niet in de lijn van de verwachting dat we dat moeten zien in het licht van de verantwoordelijkheid die we allen ten opzichte van elkaar hebben?