Ontspoord gezinsleven

(1)

H. WILTS

 

Aan de beschrijving van de lotgevallen van Izašk en Rebekka met hun kinderen wordt in de Schrift een opvallend grote plaats ingeruimd.

De vraag wordt wel eens gesteld. Wat hebben we nog aan al die beschrijvingen van gebeurtenissen uit het leven van mensen, die lang geleden geleefd hebben, in omstandigheden die zo zeer van de onze verschillen?

Het Nieuwe Testament geeft daarop een antwoord. Enerzijds: 'volgt hun geloof na'! (vgl. Hebr. 13 : 7) Hun goede voorbeeld kan ons inspireren, niet in letterlijke nabootsing, maar wel in handelen door dezelfde motivatie.

En anderzijds: 'Deze dingen zijn hun overkomen als voorbeelden en zijn beschreven tot waarschuwing voor ons' (1 Kor. 10 : 11). Laten wij als mensen van de twintigste eeuw nu de gegevens over dit gezin overdenken, en zien wat wij daaruit kunnen leren.

 

In Gen. 24 lezen we eerst over Abraham: hij was oud en hoogbejaard, en hij heeft er zorgen over dat zijn zoon geen vrouw heeft. In die tijd droegen ouders meer verantwoordelijkheid voor het huwelijk van hun kinderen dan wij in onze tijd. Aan zulke zeden en gewoonten die we in de Bijbel beschreven vinden, kunnen we geen regels en voorschriften ontlenen.

De invloed van de ouders is in de loop der jaren in verschillende landen zeer verschillend geweest en is dat nog. In India heb ik meegemaakt dat een vader een vriend verzocht, voor zijn huwbare zoon een geschikte vrouw te zoeken. Toen hij meende die gevonden te hebben, gingen de ouderparen onderhandelen. Toen die het eens geworden waren, kregen de kinderen 'inspraak' en werd tot het huwelijk besloten. Een ideale huwelijkssluiting? Ik vind van niet.

Een jongeman in Amerika verliet het ouderlijk huis om ver van daar een werkkring te aanvaarden. Hij kwam in contact met een meisje. Ze besloten te trouwen en eerst later kregen de ouders bericht. Was dit ideaal? Ik vind van niet.

Ik kan me voorstellen dat jonge mensen het tweede geval idealer vinden dan het eerste. Toch komen in Amerika heel wat meer mislukte huwelijken voor dan in India.

Simson volgde een middenweg. Hij vond zelf een meisje, en verzocht zijn ouders de zaak naar de plaatselijke gewoonte te regelen. Maar hun op Gods Woord gefundeerde raad sloeg hij in de wind. Had hij dat maar niet gedaan!

Ik acht het juist dat een gelovige jongeman met zijn ouders overlegt, als hij meent het voor hem bestemde meisje ontmoet te hebben. Ook dat een meisje haar ouders raadpleegt alvorens een belissing te nemen.

En welke overwegingen behoren dan van betekenis te zijn? Wat is het jammer, dat ook zelfs in gelovige kringen zuiver materiŽle waarden zo hoog getaxeerd worden. Men stelt zich vragen als: wat is de financiŽle inbreng van de jonge vrouw? Wat is de positie en het inkomen van de jongeman?

Abraham kende dit soort overleggingen niet. Bij hem woog het zwaarst dat zijn zoon niet mocht trouwen met een Kanašnitische vrouw. Dat mocht EliŽzer in geen geval toelaten. Hij moest daarvoor zelfs een eed afleggen.

In 2 Kor. 6 : 14 wordt tot gelovigen gezegd: 'Gaat niet met ongelovigen onder ťťn juk'. Hier wordt niet over het huwelijk gesproken. De waarschuwing geldt voor een veel wijder gebied. De daarop volgende uitdrukkingen: deelgenootschap, gemeenschap, overeenstemming, deel hebben met, omschrijven de bedoeling.

Maar het zal ieder duidelijk zijn, dat de woorden zeker ook op de huwelijksverbintenis van toepassing zijn.

Abraham en EliŽzer werden niet alleen geleid door negatieve gedachten. Dat blijkt duidelijk uit zijn gebed dat we vinden in Gen. 24 : 12-14. Wat een positieve eigenschappen hoopt hij bij het meisje aan te treffen. Die zouden haar geschikt maken om de bruid van de zoon van zijn meester te worden. En de verhoring van dit gebed wordt ons in de volgende verzen beschreven.

 

Het moet wel opvallen dat in vs. 16 staat: 'Het meisje was zeer schoon van uiterlijk, een maagd, met wie geen man gemeenschap had gehad'. Gordon Lindsay wijst er in zijn zeer lezenswaardig boek over huwelijk, echtscheiding en hertrouwen naar aanleiding van deze Schriftplaats op, dat geslachtelijke gemeenschap alleen in het huwelijk behoort plaats te vinden. Als een gelovige jongeman verwacht dat zijn toekomstige bruid zich rein bewaart, moet het voor hem vanzelfsprekend zijn dat hij ůůk zo leeft. Zie hierbij ook wat ons in Matth. 1 : 18-25 verhaald wordt over Jozef en Maria.

In Gen. 24 : 26, 27 lezen wij hoe Eliťzer God gedankt heeft voor de zo duidelijk ervaren leiding. Toen hij later in het huis alles nog eens weer uitvoerig vertelde, waren allen eenstemmig van mening: dit is een bestiering van de Here.

Nu schakelt een jongeman gewoonlijk geen tussenpersoon in, hij is zťlf actief. Maar als het goed is, handelt hij in de geest van EliŽzer. Ik bedoel niet dat hij een teken vraagt. Dat kan gevaarlijk zijn. Leiding door Woord en Geest is belangrijker. Het is natuurlijk nodig, eerst zeker te zijn van zijn gevoelens van liefde. Maar alleen in afhankelijk gebed kan hij de leiding van de Heer ontdekken. Ook het meisje moet die overtuiging bezitten vůůr zij haar ja-woord geeft.

En wat is het heerlijk, wanneer bij alle betrokkenen de overtuiging groeit, dat de Heer alles zo heeft geleid.

 

Het bevreemdt ons dat Izašk bij dit alles zo passief is. Toch is hij in ťťn opzicht aktief. In vs. 63 lezen wij: 'Izašk ging bij het vallen van de avond uit om te peinzen in het veld'. De Statenvertaling heeft hier 'bidden'. Velen geven aan de Statenvertaling de voorkeur. Maar ik heb dit bij geen enkele nieuwere vertaling gevonden. De Statenvertalers maakten zelf de volgende kanttekening: 'Of, om te denken, om te peinzen, dat is om zijn zinnen met Godzalige gedachten en aanbiddingen voor de Heere te oefenen'.

We moeten dus denken aan de moderne uitdrukkingen mediteren, stille tijd hebben. En daarin neemt het gebed toch ook een plaats in. Of deze avondlijke meditatie bij Izašk een gewoonte was, of dat zijn bijzondere omstandigheden hem daartoe brachten, weet ik niet. Wel kunnen we er een belangrijke les uit leren: Als we gedwongen worden tot passief afwachten wat over ons besloten wordt, blijft de aktieve afhankelijkheid in gebed om zijn leiding de aangewezen weg.

Het is ontstellend te zien, hoe oppervlakkig soms zelfs gelovige jonge mensen een relatie aanknopen en tot een huwelijk besluiten zonder hierin Gods leiding te zoeken. Is het dan te verwonderen dat steeds meer huwelijken stuklopen?

Voor die afgebeden leiding van de Heer hebben alle betrokkenen Hem kunnen danken. Zů behoort het te zijn.

 

Zů werden Izašk en Rebekka een echtpaar. We missen hier een tijd van verloving en ondertrouw. En die behoort er in normale gevallen toch wel te zijn. Vůůr de verloving behoren beide partners van hun gevoelens van wederzijdse liefde en van de leiding van de Heer zeker te zijn! En als tijdens de verloving het tegendeel duidelijk wordt? Moet men dan toch tot een huwelijk besluiten omdat men elkaar nu eenmaal het jawoord gegeven heeft en meent die belofte niet te mogen breken? We moeten duidelijk het verschil zien tussen een verloving en een huwelijk. Het verbreken van een verloving is het terugnemen van een belofte. En dat mag men niet als een kleinigheid beschouwen. Daarom moet niet overhaast na het ontstaan van een relatie tot een verloving worden overgegaan.

Het verbreken van een huwelijk is veel meer dan het terugnemen van een belofte. Het is het verbreken van een voor God en mensen gesloten verbond, dat naar de Schrift voor het hele leven geldig is. Alleen de dood kan die scheiding tot stand brengen en een eind maken aan die verbinding.

Het doorzetten van een verloving bij de zekerheid dat voor een gezond huwelijksleven de schriftuurlijke normen ontbreken, is mijns inziens nooit aan te raden. Maar als die 'vergissing' blijkt tijdens het huwelijk is dit volgens de Schrift nooit een geldige reden tot ontbinding van het huwelijk over te gaan. God verbiedt dit in zijn Woord zeer beslist.

 

Steeds meer jonge mensen geloven niet meer in een officieel huwelijk. Als men elkaar het jawoord gegeven heeft kan men zich voor God als getrouwd beschouwen en als zodanig met elkaar omgaan. Registratie voor de burgerlijke stand houdt men voor totaal overbodig. Het daar gegeven 'boterbriefje' acht men van geen enkele betekenis. Men meent dat een dergelijk voorschrift in de Bijbel niet voorkomt. Het huwelijksceremomeel is weliswaar in verschillende tijden en landen zeer verschillend, maar altijd en overal is het een officiŽle aangelegenheid zodat het algemeen bekend en erkend werd met alle consequenties daaraan verbonden. Waar de mens dit negeert, verlaagt hij zich tot het dier.

Wie het gesprek tussen de engel en Maria leest en later ook met Jozef, en wat er verder staat in Matt. 1 : 18-25, wordt het wel duidelijk welk groot verschil er voor deze godvrezende jonge mensen tussen huwelijk en ondertrouw (verloving) bestond.

Op de vraag, hoe lang een verloving behoort te duren, kan geen algemeen geldend antwoord gegeven worden. Ik zou alleen willen zeggen: lang genoeg om elkaar nader te leren kennen en zich op het huwelijk voor te bereiden en plannen te maken. Anderzijds niet te lang om zich niet aan te veel spanning bloot te stellen met het gevaar, tot zondige praktijken te komen. Izašk en Rebekka hebben zo'n tijd van voorbereiding niet gehad. Rebekka heeft veel over Izašk gehoord en hem uit die verhalen enigszins leren kennen. Op de vraag of zij naar hem toe wilde gaan, antwoordde zij met een beslist 'ja'! We lezen dat zij naar oosters gebruik gesluierd met Izašk trouwde. Van zijn kant was het dus beslist niet een huwelijk uit liefde. Maar wel lezen we in het laatste vers: 'Zij werd hem tot vrouw en hij kreeg haar lief. Wat moet het voor hem een vreugde geweest zijn haar uiterlijke en innerlijke schoonheid te ontdekken.