In welke betrekking staan de tegenwoordige gebeurtenissen tot de Profetie? [1]

 

Brief aan een broeder over de betrekking, waarin de tegenwoordige gebeurtenissen staan tot de Profetie [2]

 

Waarde Broeder!

 

Gij verzoekt mij de volgende bladzijden uit te geven. Ik doe het evenwel met een zekere vrees; zie hier waarom:

Reeds dikwerf heb ik opgemerkt, dat men gevaar loopt zich bezig te honden met de gebeurtenissen der Profetie, in plaats van den Persoon te beschouwen, die er het Middelpunt van uitmaakt. Met de zeer te prijzen bedoeling stichting te vinden in het onderzoek der Profetie, kan men nochtans gevaar loopen zich te plaatsen op een terrein, hetwelk weliswaar belangwekkend, ja zelfs boeiend is voor iemand, die de wijsgeerige beteekenis der historie bestudeert, maar ten slotte droog en onvruchtbaar blijkt voor de ziel van den christen. Indien de profetische gebeurtenissen eensdeels het verschrikkelijk bewijs zijn van de boosheid des menschen, zoo hebben zij toch voornamelijk ten doel de gerechtigheid en heiligheid, de macht en heerlijkheid te doen uitkomen van Hem, die al die gebeurtenissen bestuurt volgens een onveranderlijk plan, naar Zijn eeuwig raadsbesluit.

De gebeurtenissen, die het Koninkrijk van Christus bereiden, inleiden of vergezellen, zijn evenwel niet de Koning-Zelf hoewel zij op Hem betrekking hebben. Wij behooren dus zorgvuldig te waken, dat we nooit den Heer uit het oog verliezen, die het Middelpunt is, waarop al de wegen Gods uitloopen. Het kennen van de naaste omgeving van dien gezegenden Persoon moet ons Zelfs niet genoeg zijn. Zijn hofhouding, Zijn waardigheidsbekleeders, Zijn paleis, Zijn hoofdstad, Zijn volk (het geloovig overblijfsel van IsraŽl), Zijn legerscharen, al die getuigen Zijner heerlijkheid zijn niet Hem-Zelf. Zelfs de teekenen van Zijn majesteit en Zijn macht: Zijn kroon, Zijn koninklijke mantel, Zijn schepter en Zijn zwaard, brengen ons niet tot een persoonlijke kennis en nog minder tot een volkomen kennen van Zijn karakter.

Het is mogelijk, dat een Christen in de juiste kennis van de profetische gezichtspunten een zekere voldoening vindt voor het verstand, terwijl het hart er slechts weinig mee gemoeid is, en het uitsluitend bezig zijn met zulke onderwerpen kan zelfs slechte gevolgen hebben voor onze godsvrucht. Wij verlagen daardoor het peil der vruchtbaarmakende wateren, welke wij anderen hebben aan te bieden, en die voortvloeien uit een rechtstreeksche en persoonlijke tot en een innige gemeenschap met Christus, die de Bron van het water des levens is.

 

- o O o -

 

Na aldus den lezer en mijzelf te hebben gewaarschuwd tegen een wetenschappelijk onderzoek der Profetie, heb ik meer vrijheid uw afzonderlijke vragen te beantwoorden, en natuurlijk behoef ik dan niet aan te dringen op die punten, waarin wij het eens zijn.

Wij weten, gij en ik, dat ItaliŽ, Frankrijk en Engeland deel zullen uitmaken van het Romeinsche Rijk, hetwelk op dit oogenblik nog "tot den dood gewond" is [3], maar dat weer zal herleven in de laatste tijden, onder den vorm van een Latijnschen Statenbond van tien koningen. Wat Rusland betreft, weten wij ook, dat deze mogendheid zal behooren tot een toekomstigen Bond, geheeten de "Assyrier" en "Gog," onder de leiding van den "Koning van het Noorden," d.i. de heerscher over Klein-AziŽ, welk gebied hem ten deel viel bij de verdeeling van Alexanders Rijk [4]. Wij weten ook, dat het verbond van Rusland met zijn tegenwoordige bondgenooten, de Westersche Mogendheden, vroeg of laat zal verbroken worden [5]. Uw vragen betreffen evenwel de volgende punten:

1e. Het oogenblik, dat deze gebeurtenissen zullen plaats vinden.

2e.. De toekomst van Duitschland en Oostenrijk [6].

3e. Welke macht (volgens DaniŽl XI : 40 "de Koning van het zuiden") meester zal zijn van Egypte in de laatste tijden.

Op deze vragen kan het antwoord slechts bij benadering gegeven worden [7].

 

I.

 

Het is zeker, dat in de laatste tijden, wanneer door de opneming der Gemeente het sein gegeven zal zijn tot den aanvang van de profetische gebeurtenissen, het verbond tusschen het Rusland dier dagen (Gog of de Assyrische Bond) en de GealliŽerde Mogendheden, aan wier zijde het nu strijdt, niet meer zal bestaan [8]. Doch er is geen reden, waarom dat verbond niet verbroken zou worden vůůr de opneming der Gemeente [9], indien de Heer Zijn komst nog vertraagt. De tegenwoordige GealliŽerde Mogendheden, ItaliŽ, Frankrijk, Engeland en Portugal [10], zullen een deel uitmaken van den toekomstigen Latijnschen Statenbond van tien koningen, het herleefde Romeinsche Rijk (Openb. XIII), met een Keizer aan het hoofd en Rome tot hoofdstad.

Evenals vroeger het eerste wereldrijk, nl. Babylon, zoo zal het toekomstige Romeinsche Rijk lijnrecht staan tegenover AssyriŽ of Gog (het tegenwoordige Rusland), hetwelk zal worden gereorganiseerd met het oog op den laatsten strijd (Ezech. XXXVIII : 3-6). Het Beest - d.i. het Romeinsche Rijk of de Latijnsche Statenbond - zal in bondgenootschap met den Antichrist te Jeruzalem en het volk van den Antichrist, (de in hun land teruggekeerde ongeloovige Joden [11]) trachten het hoofd te bieden aan Gog, door zijn overwicht over Palestina en Jeruzalem te handhaven.

Her is buiten twijfel, dat het verborgen doel van den Latijnschen Statenbond, of liever van Satan, door het herstellen van dat Rijk, veel verder gaat dan zijn vijandschap tegen Gog, en niets anders is dan het streven om de oprichting van het Koninkrijk van Christus te Jeruzalem te verhinderen. (Openb. XVII : 12-14). De vreeselijke eindworsteling rondom die stad (Zach. XII : 2-4) zal de laatste poging zijn van den duivel tegen het Rijk van Christus, en de mislukking dier poging zal het begin zijn van het einde van dien grooten vijand van God en menschen. Zijnerzijds zal Gog, of Rusland, trachten Palestina en Jeruzalem te veroveren, die dan het centrum zijn geworden van de wereldmacht. Voor een oogenblik zal het Gog gelukken (Ps. LXXXIII ; Zach. XIV : 1, 2), maar hij zal den "Koning van het zuiden" (Egypte), tegen zich krijgen, dien hij bestrijden en ook eerst overweldigen zal (Dan. XI : 40) en verder den Latijnschen Statenbond, wiens schepen juist op tijd zijn aangekomen om hem (n.l. Gog) na zijn verovering van Egypte den terugweg te versperren. Aldus, zal Jeruzalem allen volken tot een "drinkschaal der zwijmeling" worden, (Zach. XII : 2). De verschijning van den Heere Jezus, om Zijn koninkrijk op te richten, zal een einde maken aan deze twee tegenover elkaar staande machten.

Het is onmogelijk te zeggen, wanneer de breuk tusschen de Latijnsche Mogendheden en Rusland plaats zal hebben. De Profetie bewijst stellig, dat de tegenwoordige overeenkomst niet duren kan, en misschien zullen wij nog vůůr de komst des Heeren getuigen zijn van de scheiding, maar de groote en beslissende botsing tusschen die rijken zal eerst in de laatste dagen zijn. Het zou zelfs kunnen wezen - en de Profetie spreekt die mogelijkheid niet tegen - dat de geloovigen den terugkeer van de ongeloovige Joodse natie in hun land beleven [12], doch zeker niet de vestiging van den Antichrist als Koning over het volk. (2 Thess, II : 3-7).

Vergeten wij niet, dat Gods Woord niet zegt, hoeveel tijd zal verloopen tusschen de opneming der Gemeente en het begin van de laatste halve week van DaniŽl (Dan. IX : 27), of der drie en een half jaar, waarin de groote verdrukking en de eindstrijd vallen. Dat deze voorafgaande periode betrekkelijk kort zijn zal, betwijfelen wij niet, maar behalve den terug keer der Joden, zullen er verbazende veranderingen plaats vinden in de groepeering der Europeesche en Aziatische Staten, waarop de tegenwoordige gebeurtenissen wel schijnen te wijzen. De Latijnsche Statenbond, de Assyrische Statenbond, het verbond van de "Koningen van het Oosten" zullen niet op ťťn dag tot stand komen. Deze vijandige machten zijn nog toekomstig en zullen leiden tot de verbrokkeling van Turkije, als Oostersche macht [13]. Het is duidelijk, dat de Christen op geen dezer gebeurtenissen behoeft te, wachten, daar hij leven mag in de dagelijksche hoop van de wederkomst des Heeren, maar toch kan hij duidelijk zien, dat al de beginselen, die na de opneming der Gemeente zullen gelden, nu reeds als gevaarlijke dampen zweven in de lucht, die hij inademt. In mijn aanhangsel van de Beschouwing over de Profetie van Micha [14] merkte ik reeds het volgende op ten aanzien van den Latijnschen Statenbond met een hoofd te Rome:

De herstelling van het Romeinsche Rijk met zijn Bond van tien Koningen, tot nog toe vaak voor een droombeeld gehouden, houdt heden den geest der Latijnsche rassen bezig, ofschoon onbekend met de Heilige Schrift, die deze gebeurtenis voorspelt. Dit is zeer opmerkelijk!

Het is Satan, die deze gedachten onder de menschen uitstrooit. Maar het is God, gelijk het Woord ons leert, die deze gedachten doet ontluiken met het oog op den dag, dat het onbeweeglijk Koninkrijk van Christus zal worden opgericht door diens zegepraal over al Zijn vijanden.

De kenteekenen van een nabijzijnde vervulling der Profetie verlevendigen bij de geloovigen de hoop op de spoedige wederkomst van hun Heiland, die hen "redt van den toekomenden toorn."


[1] Brochure, in 1916 verschenen bij N. Rot te Apeldoorn

[2] Verklarende kanttekeningen door H. P. Medema.
De meeste lezers van de 'Bode' zullen vertrouwd zijn met een aantal aspekten van de Bijbelse profetieŽn. Sinds ongeveer tien jaar geleden de boeken van Hal Lindsey zijn gaan verschijnen, heeft het onderwerp ook in ons land een toenemende belangstelling ondervonden. Voor een deel komt dat ongetwijfeld ook doordat een aantal vervullingen van bijbelse profetieŽn zich in de afgelopen decennia voor onze ogen hebben afgespeeld; het ontstaan van een verenigd Europa en de terugkeer van het volk IsraŽl naar zijn land zijn de meest frappante voorbeelden. Hoewel misschien deze feiten het meest tot onze verbeelding spreken, is de fundering van de profetie niet daarin gelegen, maar in de Schrift zelf. Het is daarom uiterst interessant te lezen wat broeder Henri Rossier bijna zeventig jaar geleden, in 1916, schreef. Hij had bijna alleen de Schrift tot zijn beschikking; van gebeurtenissen die als vůůrvervulling van de profetieŽn konden worden aangemerkt, was nog niet of nauwelijks sprake. We drukken in een aantal afleveringen zijn brochure ongewijzigd af, en plaatsen er een aantal verklarende kanttekeningen bij.

[3] Zie Openb. 13 : 1-10; 17 : 8-14

[4] Zie o.a. Jes. 10 : 5v; 28 : 14-19; 29 : 1-8; Ezech. 38, 39; Dan. 11 : 40-45; Micha 5 : 4, 5; Zach. 12-14.

[5] Rossier schreef dit in 1916. Op dat moment was de Eerste Wereldoorlog in volle gang. Rusland had een verbond gesloten met Engeland en Frankrijk (hier 'de Westersche Mogendheden' genoemd) welk verbond bekend stond onder de naam Triple Entente. Daarover had de Schrift natuurlijk niet letterlijk iets te zeggen. Maar Rossier had in de Schrift gelezen hoe het 'plaatje' eruit zal zien in de eindtijd, en zoals hij aangeeft, is het duidelijk dat Rusland dan een afzonderlijke macht zal vormen. De conclusie lag voor de hand: dan kan het verbond tussen Rusland, Frankrijk en Engeland op den duur geen stand houden. Wie maar een beetje de geschiedenis en de tegenwoordige situatie kent, weet dat dat ook inderdaad is gebeurd.

[6] Bij de naam 'Oostenrijk' moeten wij niet denken aan het huidige land, maar aan het veel grotere keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, dat in de Eerste Wereldoorlog in een bondgenootschap met Duitsland was verbonden.

[7] Men lette op de voorzichtigheid die hieruit spreekt! Een voorzichtigheid die ook ůns past wanneer wij trachten de voorvervulling van bijbelse profetieŽn in de recente wereldgeschiedenis te ontdekken.

[8] Zie eerdere aantekening. Overigens brak reeds enkele maanden na het verschijnen van deze brochure, in februari 1917, de Russische februari-revolutie uit, die na acht maanden liberaal bewind onder Kerenski tenslotte uitmondde in de oktoberrevolutie, waardoor Lenin en de 'bolsjewisten' de communistische staat introduceerden. Hoewel weinigen dat op dat moment zullen hebben gezien, betekende dat reeds het begin van het losmaken van de band tussen Rusland en zijn westerse bondgenoten.

[9] Zo is het ook inderdaad gebeurd, zoals wij nu weten.

[10] Portugal maakt op dit moment nog geen deel uit van de EEG. Het is trouwens de vraag of de grenzen van het herstelde Romeinse rijk van de toekomst zů nauwkeurig aan te geven zijn.

[11] Van deze terugkeer als natie was in 1916 nog geen sprake.

[12] In 1948 is inderdaad door een ongelovige Joodse natie de staat IsraŽl uitgeroepen. Wij hebben de geschiedenis van dit ongelovige IsraŽl, teruggekeerd in zijn land, meegemaakt. De 'dorre doodsbeenderen' zijn overkleed met spieren, vlees en een huid, zonder dat de Geest nog in hen werkt (zie Ezech. 37 : 1-8). De vijgeboom, beeld van IsraŽls nationaal bestaan, is gaan uitspruiten (Matth. 24 : 32). Toen Rossier dit schreef, was het nog niet zover; in 1904 was Theodor Herzl, de stuwende kracht achter de Zionistische beweging, overleden, zonder dat de beweging haar doel nog had bereikt.

[13] Het Turkse Rijk omvatte op dat moment niet alleen het huidige Turkije (Klein-AziŽ) maar ook SyriŽ, Libanon, Palestina, een deel van Egypte en Tripolis (ruwweg: LybiŽ). Omdat dat gebied volgens de profetische kaart aan verschillende machten zou moeten toebehoren, concludeerde Rossier terecht dat dit rijk uiteen moest vallen. Inmiddels is dit reeds lang gebeurd.

[14] Later in het Nederlands verschenen onder de titel 'Gods bemoeiingen met IsraŽl en de volken' (deel II).