VAN DE REDAKTIE

 

Verschillende lezers hebben gereageerd op het omslag van het januarinummer. Daarop was een zonnewijzer afgebeeld, ergens in Zwitserland, met (helaas slecht zichtbaar) daarboven in het Zwitser-Duits de tekst 'Mijn tijden zijn in uw hand' en middenin (helaas goed zichtbaar) de afbeeldingen van de Dierenriem. Meerderen hebben zich aan dit laatste gestoten, omdat het hen deed denken aan astrologie en horoscopen. Nu kan daarop natuurlijk geantwoord worden dat het noemen van deze tekens op zich niets verkeerds of occults inhoudt; het zijn slechts aanduidingen van sterrenconstellaties, en ook de Schrift zelf noemt ze (Job 38 : 31, 32), nota bene in een rechtstreeks spreken van Jahweh. Anderzijds kunnen we ons heel goed voorstellen dat zoiets verkeerd overkomt. De uitgever, die de foto uit zijn archief heeft genomen, heeft bij dit laatste geen seconde stil gestaan, en hij wil op deze plaats graag deze onzorgvuldigheid erkennen.

We maken van deze gelegenheid gebruik om nog eens met kracht te waarschuwen tegen het gebruik maken van horoscopen en dergelijke occulte zaken. Laat geen christen menen dat hij zich daarmee straffeloos kan inlaten. Voor een deel is het boerenbedrog, maar voor een ander deel zit het rijk van de duisternis erachter, en het beste is dan maar er zo ver mogelijk vandaan te blijven.

Dan nu over het nummer wat vr u ligt. We zijn blij met de reakties van diverse lezers; van enkele brieven hebben we een gedeelte afgedrukt in de rubriek 'Lezers schrijven'. De brief van br. Jst. de Jager over kollektes bevat een vraag. Wie van de lezers zou daarop eens het licht van de Schrift willen laten schijnen?