Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt?

 

J.Ph. FIJNVANDRAAT

 

In het jaar waarin Ds. Geelkerken en Ds. Buskes betwistten dat de duivel de slang in de hof van Eden zou hebben kunnen laten spreken, verschenen de eerste luidsprekers van Philips in de huiskamers en liet Philips papieren conussen spreken.

 

Terwijl theologen ontkennen, dat God tot Mozes sprak met een door het oor waarneembare stem van tussen de beide gouden cherubs boven op het verzoendeksel, dat geplaatst was op de "ark van de getuigenis" - zie Num. 7: 89 - maken wetenschap en techniek het mogelijk om luchttrillingen voort te brengen zonder tussenkomst van een membraam door de"geioniseerde luchtluidspeker".

 

Niet dat God dergelijke technieken nodig heeft - maar als de Schrift terecht zegt van de mensen "nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn" (Gen. 11 : 6), is ieder dwaas, die God Zijn mogelijkheden denkt te mogen ontzeggen. Zou Hij die mijn stembanden en mijn "hersen-spraakcentrum" ontwierp zelf niet kunnen spreken? De Schrift zegt:

"Zou Hij, die het oor plantte niet horen?
die het oog vormde niet zien?
Zou Hij die de volken onderwijst niet straffen,
Hij, die de mens kennis leert?
De Here kent de gedachten van de mensen:
ijdelheid zijn zij".

(Ps. 94 : 9-11)