De komende Koning

Aantekeningen bij het evangelie van MattheŁs

(3)

J. VAN STORMBROEK

 

MattheŁs 2 begint met ons de geschiedenis van het bezoek van de Wijzen uit het Oosten te beschrijven. Een geschiedenis die kenmerkend is voor het evangelie van MattheŁs. Ze wordt in geen van de andere evangeliŽn vermeld.

De oude Simeon jubelde reeds over de Heer Jezus, dat Hij zou zijn een licht tot openbaring van de natiŽn en tot heerlijkheid van zijn volk IsraŽl (Lukas 2 : 32).

De Wijzen hadden een wonderlijk licht gezien. Zo zal ook in de toekomst het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemelen als Hij terugkomt met macht en heerlijkheid.

Bij aankomst in IsraŽl vonden zij Jeruzalem onder het regime van de Edomiet Herodes. Een man wiens hart vervuld was met dodelijke haat. Zonder twijfel is deze Herodes als koning naar het vlees een type van de grote uiteindelijke tegenstander, de Antichrist, in wiens bezit de Heer bij zijn tweede komst de stad zal vinden.

De grote stad met haar schitterende Herodiaanse tempel en met haar aristocratische priesterschap zag niet uit naar haar koning. Heidenen waren de eersten om Hem te erkennen en te aanbidden. De eersten werden de laatsten en de laatsten werden de eersten.

Toen koning Herodes van de Wijzen de reden van hun komst had gehoord, ontstelde hij en heel Jeruzalem met hem. Onmiddellijk werden alle overpriesters en schriftgeleerden opgeroepen om hen te vragen waar de Christus zou geboren worden. Prompt werd Micha 5 : 1 opgeslagen en het godsdienstig college bleek unaniem van oordeel te zijn dat Bethlehem de plaats was, waar IsraŽls grote leidsman, de Messias, geboren zou worden.

Ze hadden kennis van de Schriften, maar het was alleen verstandskennis. Hun harten werden er niet door aangeraakt. Dit is werkelijk een huiveringwekkend voorbeeld van het feit, dat het mogelijk is om verstandelijk de dingen uit de bijbel goed te weten en er toch innerlijk volkomen buiten te staan. De samenkomst werd opgeheven en ieder ging zijns weegs. Niets wijst er op dat deze priesters en schriftgeleerden wakker zijn geschrokken en zich bij de zoekende vreemdelingen hebben aangesloten om de Messias te vinden. Ze hadden voldoende kennis van het geschreven Woord, maar geen belangstelling, geen liefde voor Hem, het levende Woord.

De Wijzen gaan als gevolg van het zojuist gehoorde Schriftwoord en onder hemelse leiding van de ster naar Bethlehem, waar ze de geboren Koning der Joden huldigen en Hem hun schatten offeren: goud, wierook en mirre.

Profetisch is het verhaal over de aanbidding van de Wijzen en de geschenken, die zij brachten van veel belang. Goud spreekt van zijn Goddelijke en koninklijke heerlijkheid; wierook van de welriekendheid van zijn leven als Zoon van God in kracht, en mirre, dat gebruikt werd bij begrafenissen, spreekt van zijn dood, het afleggen van zijn leven. Deze geschenken hebben ook ons als gelovigen van deze tijd veel te zeggen.