Wat betekenen de woorden Vergaderd zijn in de naam?

J. PH. FUNVANDRAAT

(slot)

 

5. Wat dan als we niet eenstemmig zijn?

 

a. Eensgezindheid en eenstemmigheid

Hoe jammer en moeilijk dat ook is, toch behoeft het feit dat we niet eenstemmig zijn onze eensgezindheid niet in de weg staan. Eensgezindheid is niet afhankelijk van eenstemmigheid. Van tijd tot tijd verkeer ik in het buitenland onder gelovigen, vergaderd tot de Naam van de Heer, die een geheel andere dooppraktijk hebben als ik - we denken op dat punt zeer verschillend - toch weet ik mij met hen eensgezind en ervaar dat ook met veel zegen voor mijzelf. Het is juist omgekeerd: - alleen via eensgezindheid kan de Heilige Geest ons tot eenstemmigheid leiden! Men kan zeer wel eensgezind het aangezicht van de Heer zoeken in zaken, waarin men niet eenstemmig is. De gebeden die men namens allen uitspreekt moeten en zullen dan zo geformuleerd zijn, dat allen daar volmondig "amen" op kunnen zeggen. Wie in zo'n situatie bidt "Heer, geef dat we allen mogen komen tot het inzicht dat het zo en zo is", toont bij voorbaat al een verkeerde instelling te hebben - hij misbruikt het gemeenschappelijk gebed om aan anderen zijn mening op te leggen! Zelfs al was ik met hem van mening dat het "zo en zo" was, dan zou ik in zo'n geval nog geen "amen" zeggen!

Gezamenlijk kan men echter wel bidden of de Heer ons wil duidelijk maken, wat in deze aangelegenheid zijn wil is. Dit is zo vanzelfsprekend, dat het alleen maar verbazingwekkend is, te moeten konstateren dat er tegen gezondigd wordt!

Zolang men - hoewel eensgezind - toch in bepaalde zaken niet tot een eenstemmig besluit kan komen, geldt de gulden regel: "Bij twijfel onthoudt u". M.a.w. dan moet men geen beslissing nemen. Zolang een vergadering in een wat onduidelijke zaak "geoefend" is voor de Heer en allen de eer en de wil van de Heer zoeken, staat zij recht voor de Heer. Men moet zich dan niet terwille van "gerechtigheid" en "heiligheid" laten verleiden tot het heersen over de gewetens van anderen, maar wachten op wat de Heer wil werken.

 

b. Een les uit het oude testament

Reeds het oude testament toont ons in Leviticus 13 dat in die gevallen, waarin een aantasting van het lichaam aan melaatsheid deed denken, iemand niet zonder meer melaats werd verklaard. Stel dat het immers geen melaatsheid betrof, dan zou men door de persoon bij de melaatsen te plaatsen hem juist melaats maken! Er werden dan nog geen definitieve maatregelen genomen - men moest dan de tijd nemen die nodig was om tot zekerheid te komen.

Welnu - zulk afwachten kan in eensgezindheid geschieden.

 

c. En als niet-eenstemmig-zijn volgt uit niet-eensgezind-zijn?

Wanneer men niet eensgezind is, ontbreekt eenvoudig de werkelijke kracht tot handelen - hoe zal men als vergadering tegenover iemand kunnen optreden terwijl men zelf fout staat? Dan zal men eerst tezamen het gebrek aan eensgezindheid in gebed en verootmoediging - mogelijk zelfs met vasten - voor de Heer moeten belijden en veroordelen. Pas daarna kan men over andere zaken gaan spreken.

Maar nogmaals: - eensgezindheid is iets anders dan eenstemmigheid. Als de ene gelovige vrijmoedigheid heeft om vlees te eten, een glas wijn te drinken, of wat dan ook, en een andere gelovige heeft dat niet, zullen zij in hun mening over deze zaken niet eenstemmig zijn - maar daarom kunnen ze zeer wel eensgezind zijn en gezamenlijk trachten de zaak van de Heer in deze wereld te bevorderen, gezamenlijk en van harte de Heer loven en danken, gezamenlijk het avondmaal vieren. Hun eensgezindheid blijkt uit hun bereidheid deze verschillen van inzicht in de praktijk van het geloofsleven, in elkaar te verdragen.

 

IV. De vergadering is niet "ons winkeltje"

 

1. Afzondering is iets anders dan isolement

Sommigen belijden wel met de mond de eenheid van het Lichaam van Christus, maar in de praktijk verwisselen zij de bijbelse afzondering met een sectarisch isolement. Zij onderhouden alleen kontakten met gelovigen uit eigen kring. Niet de Heer en de zijnen, maar "de vergadering en het getuigenis" nemen hun denken en gevoelens in beslag. Zij spreken wel over "het Lichaam", maar kijken daarbij in de praktijk niet verder dan "het getuigenis". Men leeft dan zo besloten in eigen kring, dat daarbuiten niets meer lijkt te bestaan. Tijdens bijbellezingen in het buitenland maakte ik mee, dat na een gesprek met een rooms-katholiek echtpaar, een paar jonge broeders die er oorgetuigen van waren geweest met tranen in de ogen stonden. Het echtpaar had in het gesprek op bijzonder positieve wijze getuigd van hun bekering, hun zekerheid van de vergeving van hun zonden en van hun behoudenis. Toen ik deze jongelui vroeg, wat hen zo ontroerd had in dat gesprek, bleek dit de ontdekking te zijn, dat er buiten de eigen kring in de stad van hun inwoning nog gelovigen waren - tot zelfs in "Rome" toe! Hun verbazing werd nog groter, toen ik hun vertelde dat ik in eigen omgeving zo nog enkele tientallen gelovigen zou kunnen noemen, die ook rooms-katholiek waren!

Deze jonge mensen waren zo vernauwd in hun gezichtsveld, dat zij kennelijk zoals eens Elia tot de overtuiging waren gekomen "wij alleen zijn overgebleven in deze stad".

 

2. Van isolement naar isolationisme en sectarisme.

Wie eenmaal in zulk een isolement is gekropen, maakt dit al heel gemakkelijk tot zijn levenshouding en werkt het dan uit tot een leerstelling! Wie dit isolationisme niet deelt, is in zulke ogen heel licht iemand, die "de afzondering prijsgeeft" en dus Gods Woord niet serieus neemt. De gevolgen van zo'n houding zijn o.a. de volgende.

 

a. Het gemakkelijk oordelen over anderen

Al zal men dit natuurlijk nooit hardop zeggen, ja het eerder ontkennen, toch beschouwt men zich in zo'n situatie al heel gemakkelijk als "getrouwer", "schriftuurlijker", "meer in de weg van praktische heiligmaking", etc. dan anderen. Dat blijkt nl. al heel gauw uit de manier waarop men over de anderen die deze benauwde levenshouding niet accepteren weet te oordelen. Dat zijn dan nl. de broeders die "helaas de waarheid niet verstaan".

 

b. Het reduceren van "de waarheid"

Jaren geleden deelde een gelovige die in deze levenshouding was vervallen me op zekere dag min of meer verrast mee, dat hij met een zekere X een gesprek had gehad. Het was hem gebleken, dat X een gelovige was, maar ja, n ding was wel jammer "Hij verstond niks van de waarheid".

Ik kon moeilijk anders reageren dan met de vraag wat dan eigenlijk wel "de waarheid" was. Het bleek al gauw, dat in het denken van onze broeder het begrip "de waarheid" was uitgehold, zodat er niets anders van overbleef dan de leer van de doop en de leer van de afzondering. Ik moest hem er op wijzen, dat X toch onmogelijk door "de leugen" tot geloof in Christus kon zijn gekomen!

 

c. Het zichzelf identificeren met "de vergadering"

In zo'n isolement en bij zo'n vernauwing van het geestelijk bewustzijn en denken komt men er natuurlijk gemakkelijk toe het eigen bestaan geheel te gaan identificeren met "de vergadering". Heel de zin van ons leven wordt dan betrokken op "de vergadering". Eerst vereenzelvigt men de belangen van de Heer zodanig met "het getuigenis", dat het wel lijkt alsof de Heer buiten "het getuigenis" geen werk op aarde meer heeft - en vervolgens vereenzelvigt men "het getuigenis" met de Heer (dat is in de kerkgeschiedenis telkens weer het geval geweest - Rome is daarvan het levensgrote voorbeeld!). En zo neemt dan bij de ene christen "de kerk" en bij de andere "het getuigenis" of "de vergadering" de centrale plaats in denken en gevoelen in!

 

Het is bij wat sterke persoonlijkheden dan nog maar n stap verder, en het omgekeerde gebeurt - men gaat de vergadering of het getuigenis vereenzelvigen met de eigen denkwereld en dus (onbewust) met de eigen persoon. Zo kan het gebeuren dat jaren geleden in een bepaalde plaats in ons land, een broeder (nu al lang bij de Heer) tot een jonge man zei: "Zolang ik hier ben, hou jij je mond, als ik weg ben is het jouw beurt". Met deze woorden verbood hij hem om het Woord te bedienen - deze oude man had de gehele bediening van het Woord aan zich getrokken! (Dat een groep gelovigen die dit accepteert mede schuldig is aan de situatie is een zaak, waarop ik hier niet verder inga.) Het eigen denken wordt dan geheel maatgevend voor anderen geacht. Vandaar naar onverdraagzaamheid en liefdeloosheid is maar een heel klein stapje meer. En zo vervallen we dan in een gefrustreerde, benauwde, sectarische houding.

 

d. Maar gij geheel anders!

Laten we nauwe grenzen trekken voor onszelf, maar ruimhartig zijn voor onze medegelovigen. Laten we meer leven in de geest van: "indien iemand anders gezind is, ook dat zal de Heer hem openbaren."

Zolang het niet gaat om duidelijk openbaar kwaad in leven of leer, moeten we verschillen in cultuur, levensstijl en geloofspraktijk in elkaar kunnen verdragen. Als we meer vertrouwen zouden hebben in wat de Heer kan werken en minder vertrouwen in ons eigen kennen en kunnen, dan waren er onder de gelovigen heel wat minder moeilijkheden.

Het is niet voldoende eigen fouten te betreuren, te erkennen en te belijden. We zouden wellicht voor die fouten bewaard zijn gebleven als we onszelf eens wat minder serieus hadden genomen. Wat meer humor zowel t.a.v. onszelf als t.a.v. anderen kan enorm bevrijdend werken, broeders. Wat mij als kritische jonge man, toen ik me ergerde aan allerlei zaken die ik in de kring van gelovigen waaronder ik verkeerde aantrof, o.a. ervoor heeft bewaard om "de hele troep de rug toe te keren" was de gezonde humor, die ik aantrof bij broeders als wijlen Frits Baksteen, "de van Woerdens" etc. om er maar enkelen te noemen. Wat me tot serieuze Schriftstudie voerde was o.a. de humor die ik aantrof in de geschriften van Ironside en van Kelly.

 

e. In dit verband een woord aan de echtparen

Veel onheil is in de kerkgeschiedenis geschied, omdat de relativerende humor ontbrak. Die humor werkt ook in het huwelijk als een "zoutend zout".

Broeders zijn onder de gelovigen "uitgegleden", omdat zij in hun huwelijk door hun vrouwen zo op een voetstuk werden geplaatst en aanbeden, dat ze uitgroeiden tot potentaten, die altijd gelijk kregen en dus meenden ook altijd gelijk te hebben. "Vader" kon geen kwaad doen - en deed het dus met veel ijver! Zusters die meer persoonlijkheid hadden dan hun mannen, of meer capaciteiten, werden door hun mannen op handen gedragen en konden kritiekloos hun gang gaan. Het gevolg was "stoken" in verhoudingen onder de gelovigen, met alle ellende van tweedracht en laster.

Echte liefde bestaat niet in lief zijn voor elkaar, maar o.a. daarin dat we elkaar ook - liefst met gezonde humor - op onze fouten, gebreken en onaangename kanten wijzen. Huwelijken en gezinnen kunnen een bron van zegen zijn onder de gelovigen - maar waar de verhoudingen in de gezinnen scheefgroeien blijven de gevolgen niet uit, ook in de kring van de gelovigen.

Tenslotte wil ik eindigen met een opmerking die wijlen br. Frits Baksteen eens maakte tegenover mijn vader, toen deze in grote zorg was over een bepaalde ontwikkeling in een vergadering: "Zeg Jacob, 't is allemaal, nogal nr, wat je me vertelt - maar wil je daarbij n ding wel blijven bedenken: de vergadering is jouw winkeltje niet!"