Europese verkiezingen

(1)

H. P. MEDEMA

 

Het is best mogelijk dat meerdere lezers van de "Bode" bij het zien van de kop van dit artikel hun wenkbrauwen fronsen. Politiek in de" Bode"? Wat zullen we nu hebben....? Het is echter allerminst mijn bedoeling om in het onderstaande een politiek kommentaar te geven. We hoeven anderzijds onze ogen niet te sluiten voor de realiteit; we mogen dat zelfs niet doen. En de realiteit is dat op 7 juni a.s. voor de eerste keer rechtstreekse verkiezingen voor het Europese parlement worden gehouden.

 

Nu zijn er veel gelovigen die (m.i. terecht) nog nooit een stembiljet hebben ingevuld, omdat zij als vreemdelingen op aarde de overtuiging hebben dat ze zich niet met het reilen en zeilen van de wereld moeten bemoeien. Bij deze verkiezingen is er echter nog een reden te meer om niet te gaan stemmen. Want hier is weer een nieuwe fase bereikt van dat wat uiteindelijk zal leiden tot een Verenigd Europa, een hersteld Romeins Rijk, dat straks onder aanvoering van zijn grote leider in rechtstreekse opstand zal komen tegen Christus. Armageddon is niet ver meer. Het toneel voor de grote gebeurtenissen van de eindtijd wordt al gereed gemaakt, en wij doen er goed aan onze ogen wijd open te houden.

 

Voor ons, gelovigen, die deel uitmaken van de gemeente van God, zijn de tekenen der tijden in principe niet bestemd; dat moeten we vooropstellen. "Wat de tijden en gelegenheden betreft, broeders, is het niet nodig dat u geschreven wordt" schrijft Paulus in 1 Thess. 5 : 1 (vgl. Hand. 1 : 7). Het was wél nodig om de Thessalonikers te schrijven over de komst van de Heer Jezus om zijn gemeente te halen (1 Thess. 4: 13-18), want dat is onze hoop, daarop wachten wij. De gebeurtenissen die zich op aarde zullen afspelen, gaan ons niet in direkte zin aan, omdat wij hier in feite niet thuishoren.

Maar aan de andere kant moeten we goed begrijpen hoe de apostel in 1 Thess. 5 zijn betoog opbouwt. Hij maakt er geen reklame voor om met oogkleppen op te gaan lopen. Integendeel, hij zegt als het ware: beste Thessalonikers, aan jullie hoef ik toch niet meer te schrijven over de dag van de Heer? Voor de anderen, de ongelovigen, zal die dag als een dief in de nacht komen; maar júllie zijn toch niet in de duisternis? Jullie zijn zonen van het licht en zonen van de dag. En, vervolgt Paulus dan, daarom moeten we onze ogen wijd open houden: we moeten wakker zijn en nuchter.

Enkele jaren later schrijft Paulus zijn tweede brief aan dezelfde gemeente, en dan is het wél nodig dat hij hen schrijft over de dag van de Heer. Zij meenden dat die al was aangebroken, maar Paulus legt hen uit dat dat om drie redenen niet mogelijk is. Ten eerste zal het in de dag van de Heer precies andersom zijn als wat de Thessalonikers meemaakten: niet de gelovigen, maar juist de ongelovigen zullen dan verdrukking moeten doormaken (1 : 6,7).

Ten tweede moet eerst de afval komen, en de antichrist geopenbaard worden. En ten derde is het nodig dat eerst de gemeente wordt opgenomen en dan ook de Heilige Geest niet langer op aarde woont; want zolang de gemeente - en met haar de Heilige Geest - op aarde is, kan de antichrist niet geopenbaard worden (2 : 6,7).

 

Het is dus wel degelijk van belang om op de hoogte te zijn van wat de Schrift over de eindtijd zegt, en tevens om de gebeurtenissen van onze eigen tijd in dat licht te zien. Doordat de Thessalonikers voor dat laatste geen oog hadden, kwamen zij tot de foute konklusie dat de dag van de Heer al aangebroken was.

Nu moeten we anderzijds heel voorzichtig te werk gaan. Het is ongetwijfeld goed om in deze tijd de krant naast de bijbel te leggen. Maar dan moeten we twee dingen goed beseffen. Allereerst moet het betoog van Paulus in 2 Thess. 2 ons leren dat de gebeurtenissen van de eindtijd pas ten volle hun beslag kunnen krijgen als de gemeente van de aarde is opgenomen. De volle openbaring van de "wetteloosheid" zullen wij niet meer meemaken. Alles wat wij nu zien is voorbereidend werk. Overigens kunnen we daar wel de konklusie uit trekken dat we temeer redenen hebben om de komst van onze Heer uit de hemel ieder ogenblik te verwachten.

 

Het tweede punt is dit. Als we de krant naast de bijbel leggen moeten we heel erg goed beseffen dat niet de krant maar de bijbel onze betrouwbare informatiebron is. Er worden vaak maar al te wilde verhalen opgedist over de vervulling van bijbelse profetieën. Voorbarige speculaties moeten we beslist vermijden. Helaas zijn bijvoorbeeld de boeken van Hal Lindsey daar niet helemaal vrij van. Niettemin wil ik proberen te laten zien dat met name wat betreft de éénwording van Europa de dingen al veel verder tot ontwikkeling zijn gekomen dan sommigen vaak menen.

Als wij ons bezig willen houden met de éénwording van Europa, dan moeten we in onze bijbel vooral de hoofdstukken 13 en 17 van het boek Openbaring opslaan. In het eerste beest, dat in hoofdstuk 13 : 1-10 genoemd wordt, en waarvan in hoofdstuk 17 : 7-14 de uitleg gegeven wordt, vinden wij een beeld van het Romeinse rijk: "het rijk dat tot de dood toe gewond was" (vs. 3) maar waarvan Johannes te horen krijgt dat het in de toekomst hersteld zal worden. Het bestaan van dat rijk is tijdelijk onderbroken, "het was en is niet" maar het zal er weer zijn (17 : 8) [1].

Het is niet mijn bedoeling hier een komplete uitleg te geven van Openbaring 13 en 17; daarvoor verwijs ik naar de Beschouwing over de Openbaring van H. C. Voorhoeve. De uitleg van Daniël 2 en 7 waar hetzelfde onderwerp ter sprake komt - alsmede Openb. 13, is ook behandeld door br. J. G. Fijnvandraat in de "Bode" van januari t/m september 1975. In het onderstaande wil ik een aantal kenmerken noemen die het Romeinse rijk in de toekomst zal dragen, en veelal door middel van citaten laten zien dat deze karaktertrekken reeds nu zichtbaar worden.

 

Wonderlijk herstel.

Wij zijn al zo gewend aan de Europese eenheidsbeweging dat het ons nauwelijks meer iets zegt. Maar in feite hebben we hier met een verbazingwekkend verschijnsel te maken.

Nadat het Romeinse rijk in 476 (wat het westen betreft) en in 1453 (wat het oosten betreft) ten onder is gegaan, heeft Europa nooit meer een eenheid gekend. Lord Frederick Bessborough, lid van de conservatieve fraktie van het Europese parlement, heeft eens gezegd: "Ik betwijfel ten sterkste of West-Europa sinds het begin van de geschiedschrijving een periode van intense vrede heeft gekend die langer dan een eeuw duurde". Bovendien is het niet alleen de eenwording van Europa na de tweede wereldoorlog, die ons moet verbazen. Ook de afzonderlijke landen zijn (op Frankrijk en Engeland na) pas kort tot eenheidsstaten gevormd. Italië is nauwelijks honderd jaar een eenheid. Ierland is pas sinds 1920 onafhankelijk. Het groothertogdom Luxemburg dateert van het midden van de vorige eeuw. Denemarken is pas sinds 1814 een afzonderlijke staat. Duitsland bestaat als eenheid nog geen honderd jaar, en in zijn huidige vorm (West-Duitsland) dateert het pas van na de tweede wereldoorlog. België en Nederland bestaan in de huidige vorm pas sinds 1830.

Dat deze, eigenlijk als staat nog vrij jonge landen, nu samen één weg ingeslagen zijn, is verbazingwekkend. Afgezien van de kortstondige rijken van Karel de Grote, Napoleon en Hitler is zoiets nooit in Europa vertoond. "Ik zag één van zijn koppen als tot de dood gewond" schrijft Johannes "en zijn dodelijke wond werd genezen; en de hele aarde ging met verbazing het beest achterna" (Openb. 13 : 3). In feite is het wonder nog des te groter, omdat deze hereniging juist tot stand kwam na een periode, die wij de Tweede Wereldoorlog noemen, en waarin Europa meer dan ooit uiteengescheurd is. Met het oog daarop schreef E. Lousse: "Het is wezenlijk zó: Europa, de Europese eenheid, behoeven wij niet te scheppen, doch slechts te hérstellen" (Europa's Erf en Vermogen, Schriften voor Europese gemeenschapszin, jrg. 1955, p. 5).

 

Ontstaan uit de woelingen van volken.

Hoofdstuk 13 van het boek Openbaring begint met de beschrijving van het beest dat uit de zee opkomt. "Ik zag uit de zee een beest opstijgen, dat tien horens en zeven koppen had..." (vs. 1) Het Romeinse rijk van de eindtijd zal dus "uit de zee" voortkomen. Dat is natuurlijk, zoals veel uitdrukkingen in de Openbaring, symbolische taal. Maar het is niet zo moeilijk de betekenis ervan in te zien: uit verschillende plaatsen in het oude testament is duidelijk dat daarmee de woelingen van de volkerenwereld bedoeld zijn (Jes. 17 : 12; 57 : 20; vgl. Dan. 7 : 2).

Welnu - is de wereld van de volkeren ooit zó hevig in beroering geweest als in de Tweede Wereldoorlog? Nooit tevoren heeft Europa zo'n allesomvattende chaos gekend als in de jaren 1939-1945. En nog maar nauwelijks zijn deze "wateren" tot rust gekomen, of uit de zee van verwarring duikt het begin van de Europese eenheid op. Prof. dr. Paul van de Meerssche beschrijft in zijn boek "De Europese integratie 1945-1970" (Antwerpen/Rotterdam 1971) de geschiedenis van de eenwording van Europa, en zijn betoog komt hierop neer: de groei van een verenigd Europa is helemaal te verklaren vanuit de ontreddering en verwarring waarin Europa na de Tweede Wereldoorlog verkeert. Het is buitengewoon frappant dat wij in onze tijd precies datgene zien gebeuren wat negentien eeuwen terug in een visioen aan de oude apostel Johannes geopenbaard is.

Toch is dit niet de werkelijke oorsprong van het Verenigd Europa, al lijkt daarmee alles verklaard te zijn. Wat wij niet uit de krantenberichten kunnen opmaken, wat geen politicoloog kan onderscheiden, wat zelfs Johannes niet direkt in zijn visioen zag, dat wordt aan de apostel geopenbaard door "één van de engelen die de zeven schalen hadden" (Openb. 17 : l): "Het beest dat gij gezien hebt, was en is niet en het zal uit de afgrond opstijgen en ten verderve gaan" (Openb. 17 : 8). De wérkelijke oorsprong van "het beest" is niet de chaotische toestand van de wereldoorlog maar de satanische diepte van de afgrond. En tegelijk wordt ons de eindbestemming van het beest onthuld: "het gaat ten verderve". Straks (zover is het nog niet) zal de satan. de overste van deze wereld "zijn macht en zijn troon en groot gezag" aan dit beest geven (Openb. 13 : 2). Wij zijn gewaarschuwd. We weten waarop dit alles zal uitlopen.

 

Algemeen enthousiasme

Wie kennis neemt van de Europese eenheidsbeweging valt één ding op: dat er door vrijwel niemand kritiek op dit streven naar voren wordt gebracht. Bijna alle politieke richtingen, hoe verdeeld ze verder ook zijn, zijn het over één ding eens: dat er een Verenigd Europa moet komen. Prof. van de Meerssche schrijft in zijn reeds genoemde boek (blz. 105) naar aanleiding van het Europees congres van mei 1948 in Den Haag: "Natuurlijk was nagenoeg iedereen voor Europa, maar welk Europa? Vanzelfsprekend was nagenoeg iedereen gewonnen voor een Raad van Europa, maar met welke bevoegdheden en welke samenstelling?" Zo is het steeds gegaan. Het Verenigd Europa staat op zichzelf nauwelijks in diskussie: slechts over de wijze waarop dit gerealiseerd moet worden is er verschil van mening.

En daarmee zien we zich nu al aftekenen wat straks volle realiteit zal worden: "En de hele aarde ging met verbazing het beest achterna..." (Openb. 13 : 3). Natuurlijk, er zijn wel critici, met name in de socialistische hoek. Er zijn mensen die menen dat de EEG een bedreiging vormt voor de democratie, en anderen menen dat het de verwezenlijking van het socialistisch ideaal in de weg staat. (zie: drs. T. E. Timman, Europese verkiezingen en het Nederlands nationalisme, Intermediair 1978-4 blz. 5). Maar talrijk zijn de tegenstanders niet. Toch wil ik één ervan citeren, omdat dit citaat aantoont dat ook niet-christenen soms oog hebben voor de donkere wolken die zich boven Europa samenpakken, al onderscheiden zij niet nauwkeurig wat er aan de hand is. Prof. mr. W. H. Nagel schrijft in het Nederlands Juristenblad 1977, blz. 822:

 

"De eenwording van Europa wordt door veel mensen als een ideaal gezien, en niet altijd maken zij duidelijk wat het voordeel ervan is, en voor wie dan wel. (....). Daarom is nodig dat wij ons afvragen waarom (…) zoveel haast moet worden gemaakt met de "integratie". Een Europeaan van de leeftijd van schrijver dezes heeft al eens in een verenigd Europees continent moeten leven. Het was het Europa van de ophangindustrie en de onthoofdingsfabriekjes: van de SS-staat".

 

Wat prof. Nagel helaas niet beseft is dat de slotfase van de Europese geschiedenis nog erger zal zijn dan het Hitlerrijk. Het "beest" zal "ten verderve gaan".....

 



[1] Ik ga er nu even aan voorbij dat sommige uitleggers menen dat het eerste beest uit Openb. 13 de antichrist voorstelt. Aldus bijv. H. Verweij in "De Openbaring van Jezus Christus" en de pinksterbijbelleraar J. W. Embregts in "Geen uitstel meer". Zij gronden dit op een vergelijking van Openb. 13 : 14,15 met 2 Thess. 2. Deze opvatting is m.i. niet juist, maar het is hier niet de plaats om er op in te gaan. De lezer onderzoeke zelf.

 

Vervolg