Operatie Informatie

Wijsheid uit het Spreukenboek

 

E. OUWENEEL

(7)

 

Het is denkbaar dat sommigen met de kop van deze vervolgserie over de Spreuken wat moeite hebben. Daarom deze verklaring:

Operatie betekent: handeling, aktie. En informatie houdt in: verstrekken van gegevens.

Overgezet: deze artikelenreeks is een operatie om de lezerskring te informeren. En deze informatie wil aanzetten tot operatie.

Duidelijker: Gods Woord wil in dit gedeelte ons er toe aansporen om werkelijk in de praktijk mensen-van-God te zijn. Mannen en vrouwen, die waken en vaststaan in het geloof, die mannelijk (flink, doortastend) en sterk zijn (1 Kor. 16:13). Flauwhartigheid en halfslachtigheid passen ons niet. Geestelijke kracht betaamt ons - met een streep onder geestelijke - en om die kontinu op het juiste peil te doen zijn helpt ons het Spreukenboek (1 Kor. 4:20).

 

In afl. 4 is gesteld, dat het "gebod" om de ouders te eren altijd van kracht blijft. Vanuit de lezerskring is opgemerkt: "Ja, maar dan moeten ze het er ook naar maken".
Als antwoord moge dienen: de Schrift weet in dit opzicht van niet één uitzondering. De ouders dienen naar Gods gedachten geëerd te worden omdat zij ouders zijn. Dat is de maatstaf.
Het eerbetoon heeft niet te maken met de "kwaliteit" van de ouders. Het gaat om het ouderschap-zonder-meer.

De in afl. 2 geciteerde christen-pedagoog schrijft ergens: "Hun alle eer, liefde en trouw te bewijzen, is een eis van het christelijk karakter, en met hun zwakheid en gebreken geduld te hebben".

 

Dan gaan we nu verder met Spr. 2. De eerste helft van dit hoofdstuk spreekt over de waarde van Gods Woord en over de wandel op de juiste weg. Het andere gedeelte beoogt te waarschuwen voor twee levensgrote gevaren:

a. de man die verkeerde dingen spreekt,
b. de vreemde vrouw.

Vandaar het indringende begin van dit hoofdstuk.

 

Er wordt geen beroep gedaan op het intellekt, maar op hart, want dat is de bron van de gezindheid. Als die goed is, dan volgen de wil, het luisteren, de stem en de nodige energie (vs. 1-4). De hele mens - inwendig en uitwendig - is dan in de juiste beweging. Op deze wijze funktioneert de mens-van-God op zijn best.

Mijn woorden, mijn geboden, de wijsheid, de verstandigheid en het inzicht deze vijf (vs. 1-3) - maken samen de opperste wijsheid uit van hfdst. 1:20. In dit vers gaat het feitelijk om een meervoudig begrip: wijsheid met alle facetten en schakeringen. Geweldig is dat en zoiets kostbaars ligt duidelijk niet voor het oprapen, evenmin als zilver. Om zilver te vinden, zul je je moeten inspannen en om verborgen schatten te ontdekken, moet je als een archeoloog met aandacht, nauwkeurigheid en volhouden je totaal inzetten. Dat moet je bewust willen, vanuit je diepste innerlijk. Dat vraagt liefde voor het Woord van God.

Oppervlakkige christenen komen niet ver…
Wie liefheeft, wil wel zoeken en speuren.
Het Woord van God is het zaad van de wedergeboorte (Jak. 1: 18 en 1 Petr. 1:23; vergel. Joh. 15:3),

Het is het Woord van God dat voedt, verkwikt en bewaart. Het Woord van God is alles: levend en blijvend tot in eeuwigheid (1 Petr. 1:23 en 25).

Wie is wedergeboren, is begonnen aan het goede deel, maar je moet de inzet van een Maria hebben om het geestelijk in bezit te krijgen (te bezitten) (Luk. 10:42).

Wie zich dat klaar bewust blijft, zal voortdurend zoeken en speuren. En nooit is dit vergeefs. "Wie zoekt, vindt", zijn de woorden van de Heer Jezus Zelf (Luk. 11:10). Dat is een vuurvast gegeven: als het ene echt aan het werk is, volgt absoluut het andere.

In deze gesteldheid - bedoeld als in de verzen 1 t.m. 4 - verstaat de gelovige de vreze des HEREN (zie afl. 3), wordt er steeds meer in geoefend en "vindt" de kennis van God. Dat is het ware weten, En daarmee is verbonden een kennen van God Zelf .
Onbegrijpelijk en toch te grijpen…
"En hieraan weten wij dat wij Hem kennen: als wij zijn geboden bewaren" (1 Joh. 2:3). Zo sluit zich de cirkel weer ten aanzien van Spr. 2: 1-5.

Het is belangrijk in dit verband op te merken wat de Heer Jezus heeft gezegd in Joh. 14:21 en 23: "Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die mij liefheeft; en wie mij liefheeft zal door mijn Vader geliefd worden; en ik zal hem liefhebben en mijzelf aan hem openbaren… Als iemand mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen en woning bij hem maken".

Hieruit blijkt wel zeer duidelijk hoe individueel de mate van het kennen van God is. Hier gelden kondities die méér vragen dan dat iemand kan zeggen gelovig of bekeerd te zijn.

Het moge nog eens bijzonder worden benadrukt, wat een unieke zaak het is dat u en ik in de warwinkel van meningen en wijsheden de gedachten van God, ja God zelf kunnen kennen. Hoe echt-wijs Gods gedachten zijn. Hoe de bijbel ons voor het hele gekompliceerde leven als gids wil dienen en ook volstrekt betrouwbaar is! Deze turbulentie bestaat niet alleen in de wereld. Deze warreling - dit meningen-rumoer - is er op het christelijk erf en helaas ook in ons midden.

Veel ellende onder de gelovigen zou zijn voorkomen, wanneer de eenvoud om het Woord te horen meer in acht was genomen. Hoeveel eigengereidheid en niet-werkelijk-kennen van de gedachten van God en van God Zelf moesten en moeten vaak gelden voor de opperste wijsheid… Helaas, helaas, vandaag ook in ons midden…

Ja, "de waarheid" kennen we misschien. Maar kennen we God?
Waar dit het geval is, funktioneert een bepaalde gezindheid, de juiste. En dát is het grote gegeven.

 

"Want de HERE geeft wijsheid" (vs. 6). Het gaat hier om de konfrontatie met de levende God. De relatie ook van Persoon tot persoon. God, wie het behaagt ons mee te delen uit Hem-zelf en ons toe te spreken in de positie van zonen om ons zo voortdurend te vormen zoals Hij het bedoelt. Opdat wij in het leven van alle dag helder het onderscheid zouden weten tussen goed en kwaad.