Operatie Informatie

Wijsheid uit het Spreukenboek

 

E. OUWENEEL

(4)

 

"Hoor, mijn zoon", zegt de Schrift (Spr. 1:8). U mag ook lezen: "mijn dochter". Het gaat hier om jongelui die aanspreekbaar zijn. (De andere leeftijdsgroepen ontkomen overigens ook niet aan de boodschap in de volgende verzen).

Van groot gewicht is het om op te merken dat het individu wordt aangesproken. In de wereld gaat het om de massa en de kollektieve be-invloeding. Bij God om ieder mens apart. Zoveel waarde heeft voor Hem elke levende ziel (Gen. 2:7).

Het is verder zeer frappant dat aan het begin van het Spreukenboek de verhouding tussen kinderen en ouders ondubbelzinnig uit de doeken wordt gedaan. Bewust noem ik kinderen eerst, omdat het appl uitgaat naar hen. Hier is een Goddelijk principe aan de orde. Voor TOEN en ALTIJD. Het ouderlijk gezag is de allereerste autoriteit die God onder de hemel op deze aarde gestalte geeft. En dit vooral is treffend: een gezag-in-liefde: vader en moeder, uit wie de kinderen geboren zijn, Een prachtige illustratie al in het prille begin van de bijbel van wat de Schepper bedoelt te betekenen voor zijn schepsel: Hij de Vader - wij de uit Hem geboren kinderen.

Wonderlijk heeft de Schepper juist in deze in alle tijden aangevochten ordinantie voorzien. Gezag is een zegen. Hij alleen wist hoe nuttig, nodig en HOE zegenrijk autoriteit is.

 

Vreze des HEREN en erkenning van het ouderlijk gezag zijn de sieraden van de jonge Christus-belijder. Hoofd en hals (de kennis en de stem) geven daar dan op niet te miskennen wijze blijk van. Bijzonder fijn om met zulke jongelui om te gaan, want sieraden ziet de omgeving beter dan degene die ze draagt.

Nooit is een jongmens er minder van geworden door zijn/haar ouders te eren, al zijn/waren het nog zulke "simpele" mensen. Kinderen zijn vaak "knapper" (door meer scholing/onderwijs) dan hun vader en moeder, maar christen-jongeren zullen zich (hebben te) hoeden voor minachting. Hun ouders hebben door schade en schande levenservaring opgedaan. Deze schande is voor de ouders menigmaal verootmoedigend. Desondanks zegt de Schrift: "luister, verwerp en verlaat niet".

God stelt er prijs op dat zijn ordinanties tot hun recht komen. Door ons. Er mag verwezen worden naar Luk. 2:41-52, met name vs. 51. Verder naar Ef. 6:1-2 en Kol. 3:20.

En hoe oud we zelf inmiddels geworden zijn - zolang wij onze ouders nog bij ons hebben of een van beiden - blijven de woorden van kracht: "Eer uw vader en uw moeder".

Paulus schrijft aan Timothes dat een kenmerk van "de laatste dagen" is: het ongehoorzaam zijn aan de ouders (2 Tim. 3:2).

Christen-jongelui die nog "thuis" zijn mogen zich afvragen of zij de Heer en hun ouders geven wat recht voor God is. Hebben de ouders dan de wijsheid in pacht? Helemaal niet. Het gaat evenwel om de situatie in het hart van de jonge mens. Leeft daar een ongoddelijk onafhankelijkheidsbeginsel, of een willen buigen voor van God gegeven autoriteit?

De verzen 10 t.m. 19 zetten het licht voor de aangesprokene zeer duidelijk op rood. Tweemaal zegt de waarschuwende liefde: "mijn zoon". Het gaat hier om het levensgrote gevaar van de verkeerde omgang (zie 1 Kor. 15:33). Mijn zoon, doe het niet, horen wij in de verzen 10 en 15. Ga niet op pad met de werkers van de ongerechtigheid. je moet niet willen, omdat God niet wil en Hij heeft je welzijn op het oog. Wie van deze kant wordt gewaarschuwd, IS gewaarschuwd. Het is geen ls alarm. Wat de kwaadwillenden voorstellen is niet onaantrekkelijk. De zonde kan genoten worden (Hebr. 11:25)! Het einde is verlies, verderf, dood.

 

Het meest sprekende voorbeeld in negatieve zin van iemand die door zijn omgang met de goddelozen alles verloor, is ongetwijfeld Lot. Lot sloeg zijn tenten op tot bij Sodom. En hij heeft al heel gauw moeten ontdekken dat hij in de buurt van goddeloos volk was terecht gekomen (Gen. 13:12, 13). Dat heeft hem niet weerhouden nog een stap verder te gaan en in Sodom zelf te gaan wonen ( 14:12).

Tenslotte had hij zelfs een plaats in de poort (19:1). Lot was er een man van aanzien geworden. Het kostte hem de vrede in zijn ziel (2 Petr. 2:7-8) en deze man, die beter wist, heeft alles verloren, heeft zijn leven in bloedschande afgesloten en is met lege handen voor God verschenen.

Gegrepen door materialisme en het profijt daarvan, is hij gaan wandelen in de raad van de goddelozen, is tot stilstaan gekomen op de weg van de zondaars en tenslotte gaan zitten in de kring van de spotters (Ps. 1:1).

Het verkeerde gezelschap heeft hem gebracht op glibberige plaatsen en Lot is uitgegleden (Ps. 73).

Dat is de les van Spr. 1:10-19: Slipgevaar! Ga die weg niet!