VAN DE REDAKTIE

De 120e jaargang van de "Bode" begint met dit nummer. Een zeer hoge "leeftijd" voor een tijdschrift. Waarschijnlijk het oudste in ons land. Toen H. C. Voorhoeve in 1858 met de uitgave van de "Bode" startte, was dat een geloofsdaad. Het aantal gelovigen dat destijds tot de Naam van de Heer Jezus vergaderde was nog erg klein. De oplaag van het blad zal dan ook wel erg beperkt zijn geweest. Maar de redakteur en uitgever had zich ook ten doel gesteld om "kerkchristenen" bekend te maken met de bijbelse waarheden, zoals hij die had leren kennen, voornamelijk door de werken van Darby en Kelly.

Uit de inhoudsopgave van de eerste jaargang blijkt dat de daarin gepubliceerde artikelen vier terreinen bestrijken:

  1. Wat is de positie van de gelovige voor God als resultaat van het volbrachte werk van Christus?

  2. De toekomst van onze Heer Jezus Christus en die van de gemeente in verbinding met Hem.

  3. Het samenkomen van de gelovigen aan de tafel van de Heer Jezus en het vieren van het avondmaal.

  4. De praktische wandel van de gelovige in de wereld, zowel wat betreft zijn plaats in het gezin als in de maatschappij.

Merkwaardig is dat er toen reeds een zo grote veelzijdigheid in de artikelen tot uiting kwam. We kunnen rustig stellen dat, afgezien van bepaalde accentverschuivingen, deze veelzijdigheid kenmerkend is gebleven voor de inhoud van de "Bode". Daarnaast, of daarin verweven, is in de loop der jaren ook volle aandacht geschonken aan de apologie ( = verdediging van de waarheid) met het oog op allerlei verkeerde leringen die in de christenheid ingang hadden gekregen.

De tijden zijn veranderd. Dat valt niet te ontkennen. Maar de mens is dezelfde gebleven. Het Woord van God is evenmin veranderd. Ondanks alle aanvallen die er in de loop der eeuwen op zijn gedaan, Trots de ontdekkingen van de wetenschap, die toch wel spectaculair genoemd kunnen worden sinds 1858, is de Schrift nog de enige onfeilbare bron van ware kennis.

Vanuit dat gezichtspunt gezien is er alle reden om ook in 1977 het voetspoor van de ontslapen voorgangers te volgen, beschouwend het einde van hun wandel (Hebr. 13:7).

Hoewel ons de feitelijke gegevens daarover ontbreken, hebben we sterk de indruk, dat de reeds genoemde H. C. Voorhoeve praktisch alleen de artikelen van de "Bode" schreef of vertaalde. Tenminste in de eerste jaargangen. Dat moet voor één persoon een enorme taak en opgave zijn geweest. Wij zijn dankbaar dat de situatie wat dat betreft nu anders ligt. Er zijn vijf redakteuren, die ieder voor zich het als een opdracht van de Heer zien om artikelen voor de "Bode" te schrijven. De ervaring heeft hen geleerd dat het een zware opgave is elke maand voldoende en geschikte kopij te hebben om een heel nummer te vullen. Daarom hebben wij als redaktie kontakt gezocht met een aantal broeders aan wie gevraagd is als vaste medewerkers artikelen voor de "Bode" te schrijven. In principe hebben zij toegezegd dit te zullen doen. U kent ze al uit het verleden door artikelen die van hun hand zijn gepubliceerd. Het zijn de broeders:

J. Ph. Buddingh, Amersfoort
J. Ph. Fijnvandraat, Sneek
J. van Stormbroek, Beekbergen
E. Ouweneel, Beek

De redaktie blijft verantwoordelijk voor alles wat in ons blad wordt gepubliceerd. Natuurlijk heeft elke schrijver een eigen stijl en zegswijze, waaraan we geen afbreuk willen doen, maar volledig ruimte willen geven. Onze wens en bede is, dat deze uitbreiding de inhoud van de "Bode" ten goede zal komen en dat alle te publiceren artikelen, door de werking van de Heilige Geest, een zegen zullen afwerpen. Niet ieder zal door elk artikel even sterk worden aangesproken. Dat kan eenvoudig niet, gezien de grote verscheidenheid van het lezersbestand. Het is ons streven om met Gods hulp de inhoud van elk nummer zo gevarieerd mogelijk te doen zijn.

Wij zetten onze dienst voort, zolang de Heer ons daartoe kan gebruiken, of ... totdat Hij komt.

Wij vertrouwen daarbij dat u ons en ons werk in uw gebeden zult gedenken ( 1 Thess. 5:25).

De voorpagina van ons blad is wat gemoderniseerd. Aan de opmaak van de binnenpagina's is wat meer zorg besteed, zodat het geheel een wat levendiger aanblik biedt. Uiterlijkheden, die toch de leesbaarheid van een blad ten goede kunnen komen.

In dit nummer begint br. J. G. Fijnvandraat een artikelenserie over de doop. Er zullen d.v. nog heel wat artikelen over dit onderwerp volgen. De stijl is van dien aard dat jongemensen er door kunnen worden aangesproken

Attendeer hen er op.

Namens de redaktie

H. Medema