DR. J. BRUYNEEL

Mag een gelovige zich bij ziekte laten bestrijken, een magnetiseur bezoeken, een waarzegger raadplegen of een horoscoop lezen?

Het komt mij voor dat deze vraag en het antwoord in twee delen behandeld dienen te worden. Een strijker of magnetiseur is iemand die zonder geneeskundige studie of diploma zieken behandelt volgens een bepaalde methode. Wie een waarzegger of horoscoop raadpleegt, wil iets te weten komen over zijn eigen toekomst (of die van een ander) en wendt zich daartoe tot iemand die beweert daarvoor een bijzondere bovennatuurlijke gave te bezitten al of niet in verband met de "stand" of "taal" der hemellichamen.

 

Fictie of waarheid?

We willen met het laatste beginnen. Iedereen zal wel weten dat de wetenschap, met name de astronomie, hieraan geen waarde hecht, maar dat is voor ons het belangrijkste niet. Dat een gelovige iedere week of elke dag in de krant eens gaat kijken wat hem toebedeeld wordt onder zijn teken van de dierenriem, zou een onschuldig vermaak genoemd kunnen worden, als het maar niet zo was dat het voorspelde niet af en toe, en zelfs heel vaak uitkomt! Dat "het" vaak kan kloppen, zou vermoedelijk aan de hand van waarschijnlijkheids-berekening door een computer wel aangetoond kunnen worden.

Dat echter voor allen die tussen 21 maart en 21 april geboren zijn (ik noem maar wat, want ik ken de dierenriem niet) hetzelfde lot beschoren zou zijn, in weerwil van alle verschillen van karakter, positie, ouderdom enz. moet ieder weldenkend mens toch eens doen glimlachen! Het grote gevaar voor ons schuilt echter hierin, dat we eraan gaan geloven, omdat het inderdaad vaak klopt!

En dan zijn we al aardig op weg om onze positie als kinderen van God uit het oog te verliezen en "waarheid" buiten de openbaring Gods in zijn Woord te gaan zoeken. "Uw Woord is de waarheid" (Joh. 17:17). Bovendien leert de Schrift ons dat de verborgen dingen voor God zijn (dus ook de toekomstige), en de geopenbaarde voor ons en zelfs voor onze kinderen (Deut. 29:29).

Is het ons niet genoeg de geopenbaarde dingen te weten?

In zijn goedheid en wijsheid openbaart God ons zelfs belangrijke dingen over de toekomst van de gemeente, Isral en de volkeren, maar meer niet.

 

Erger is het, wanneer ik wel graag zou willen weten wat er met mij in de toekomst zal gebeuren en daardoor blijk geef niet genoeg te hebben aan Gods voorziening en leiding in mijn leven. Waarom zou ik eigenlijk iets over morgen willen weten? Kan het om een andere reden zijn dan om zelf nog in te grijpen en een of ander kwaad te voorkomen?

Of moeten wij Hem daarbij helpen?

 

Wat zegt de bijbel erover?

Maar laten we nu even stellen dat het inderdaad niet allemaal onzin en bedrog zou zijn. Dan zijn er nog twee mogelijkheden: het is van God Zelf, of het is niet van Hem, en dan moet het van de tegenstander zijn.

 

De Schrift zelf is zr duidelijk in haar uitspraken over het raadplegen van andere bronnen dan de Goddelijke, wat het lot van de mens betreft:

"Gij zult niet aan waarzeggerij of toverij doen" (Lev. 19:26).

"Onder u zal er niemand worden aangetroffen die ... waarzeggerij pleegt, geen wichelaar, uitlegger van voortekenen, of tovenaar, geen bezweerder, iemand die de geest van een dode of een waarzeggende geest ondervraagt of die de doden raadpleegt. Want ieder die deze dingen doet is de Here een gruwel, en terwille van deze gruwelen drijft de Heer, uw God, hen voor u weg. Gij zult onberispelijk staan tegenover de Heer, uw God, want deze volken die gij verdrijven zult, luisteren naar wichelaars en waarzeggers, maar u heeft de Heer uw God dit niet toegelaten. Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de Heer, uw God, u verwekken" (Deut. 18:10-15).

 

In de statenvertaling wordt de uitdrukking: "die op vogelgeschrei acht geven" gebruikt.

Uit deze en andere schriftplaatsen blijkt dat de mens in zijn vermetelheid steeds naar wegen en middelen zoekt om zijn bestemming buiten God om vast te stellen. Hij wil weten wat God weet. Dat was de eerste zonde waarmee Satan de mens ten val bracht. "Gij zult zijn als God, kennende goed en kwaad." Het verlangen naar deze kennis is zonde, en de middelen die men zoekt in Gods schepping, maar buiten Hem om zijn het ook. Ik zou dit laatste vooral op het hart willen binden van hen die tot zulke praktijken hun toevlucht nemen.

In 2 Kon. 17 en 2 Kron. 33:6 (id. als 2 Kon. 21:6) lezen we zelfs dat deze praktijken de oorzaak zijn van Gods oordeel over zijn volk onder Hosea en Manasse.

 

Het terrein van Satan

Misschien is het voor velen wel de belangrijkste vraag: berust dit nu alles op fictie, of is het werkelijk zo dat men - toen en nu - aan sterren of dieren, of zelfs door mensen die b.v. geesten van doden kunnen oproepen de waarheid van heden of toekomst kan kennen?

 

We moeten daarbij bedenken dat Satan een vroegere hemelbewoner was, een vorst, die hl wat macht en gezag bezat. Plaatsen als Dan. 10, Zach. 3 en Judas' brief laten daar geen twijfel over. Ook de tovenaars van Farao konden wonderen herhalen die Mozes deed (Ex. 7). En koning Saul heeft ervaren dat de spiritiste uit Endor geen truckage pleegde (1 Sam. 28). Tenslotte zullen straks de antichrist en de valse profeet wondertekenen doen (Openb. 13, 16 en 19).

De tegenpartij zal zeker niet nalaten zijn macht en mogelijkheden op alle terreinen van het leven te demonstreren!

Eens zal de antichrist zich in de tempel van God zetten om te laten zien dat hij God is. Steeds is het zijn doel geweest God te verdringen van zijn plaats en daarom bood hij de mens aan te zijn "als God".

Wie als gelovige tot zulke dingen zijn toevlucht neemt, verlaat bewust het terrein van de Goddelijke genade en verkiezing, waar hij ten koste van de bloedige offerande van Christus gebracht is, om zijn heil te gaan zoeken in de scharen van de vijand!

Lees tenslotte eens in Jes. 47 hoe God spot met de waarzeggerij van Babel en voorzegt dat het onheil in zijn volle omvang hen zal overkomen ondanks hun toverijen en krachtige bezweringen (vs. 9).

 

"Maar u overkomt een onheil dat gij niet weet te bezweren; u overvalt een verderf dat gij niet vermoogt te verzoenen; u overkomt plotseling een verwoesting, waarvan gij geen vermoeden hadt. Houdt maar aan met uw bezweringen en met de talrijke toverijen waarmee gij u van jongsaf hebt afgetobt; misschien kunt gij iets bereiken, misschien jaagt gij schrik aan. Gij hebt u afgesloofd met uw vele plannen: laten nu opstaan en u redden, zij die de hemel indelen, die de sterren waarnemen, die maand voor maand doen weten wat u overkomen zal ... zonder dat iemand u redt" (Jes. 47:8-15).

 

Hier vinden we toch de horoscoop? Is dat het lot dat wij zouden willen ondergaan?

 

Magnetisme

Dan de vraag of een gelovige bij een "strijker" of magnetiseur mag gaan om genezing te vinden.

We willen eerst stellen wat voor ieder duidelijk zal zijn: ziekte is een gevolg van de zonde, waarmee God de mens heeft gestraft wegens zijn ongehoorzaamheid en waardoor de mens het eeuwige leven op aarde verloren heeft. Het ziekte-proces: acuut of chronisch (het z.g.n. "normale verouderings-proces" is in wezen "ziekte") lijdt tot de dood en het terugkeren tot stof, waaruit de mens geschapen werd.

In de tweede plaats - en dat is voor iedere gelovige persoonlijk zeer belangrijk - maakt de ziekte deel uit van de weg die de Heer met ieder van zijn kinderen gaat. Er gebeurt niets toevallig.

Voor- en tegenspoed, welvaart en tegenslagen, gezondheid en ziekte zijn de positieve en negatieve polen die onze levensstroom beheersen.

 

Tenslotte de vraag: hoe te handelen in geval van ziekte?

De eerste stap is - zoals in alle levensproblemen voor het kind van God: het gebed. We zeggen aan de Heer: "Zie, die Gij liefhebt, is ziek" (Joh. 11:3). Het gebed voor onze zieken is daarom zo belangrijk, omdat we hier mogen meewerken in de weg die de Heer met de zijnen gaat.

Voor de zieke zelf is het de weg, waarin de afhankelijkheid van de Heer wel het sterkste gevoeld zal worden. Nu ontdekken we dat er in ons leven iets gekomen is dat we zeker niet alleen de baas kunnen!

Velen zullen kunnen getuigen dat het juist in die dagen, maanden of jaren, is geweest, dat ze zich meer dan ooit "kind van God" hebben gevoeld.

 

Maar nu komt de vraag: wat met die ziekte? Moet ze weg, mag ze weg? De "gebedsgenezers" van onze dagen zeggen: "ziekte is van de duivel, dus moet ze weg". Ja, de duivel kan ons lichaam "aantasten" (zie Job), maar ook de Heer maakt ziek (Openb. 2:22; 2 Kron. 21:18).

We mogen met al onze wensen door gebed en smeking, met dankzegging tot de Heer gaan (Fil. 4:6), dus ook met onze ziekte.

We mogen Hem om genezing vragen, en ook de middelen daarbij gebruiken die Hij heeft gegeven in zijn schepping, zoals die in de loop der tijden door de geneeskundige wetenschap ontdekt zijn.

"De zieken hebben de geneesheer nodig" zegt de Heer (Matth. 9:12 e.a.).

 

Geloof en medicijn

Er zijn heel wat gelovigen die daar niet mee overweg kunnen: Als je om herstel bidt, en God dat wil geven, kan Hij dat dan niet zonder dat ik naar de dokter moet?

Inderdaad is de Heer machtig om het herstel te geven en het komt ook van Hem. Maar de Heer gebruikt soms de onmiddellijke weg en soms de middellijke. We mogen Hem ook vragen om de weg.

 

Maar waarom zouden we de middellijke weg versmaden, als de Heer die Zelf gebruikt? In de geschiedenis van koning Hizkia zien we dat duidelijk (2 Kon. 20). "Ik zal u gezond maken" moet Jesaja namens de Heer tot Hizkia zeggen. Maar ook: "neem een vijgenkoek" om op de zweer te leggen. De Heer kon dat toch ook langs de onmiddellijke weg, zonder medicijn?

Anders was het bij koning Asa. Hij werd ziek aan zijn voeten. "Doch zelfs in zijn ziekte zocht Asa geen hulp bij de Heer, maar bij de heelmeesters". En toen stierf hij (2 Kron. 16:12).

Hizkia verwachtte het van de Heer en nam het geneesmiddel dankbaar aan. Asa dacht: "Dat knappen de dokters alleen wel op". Zonder God met het middel gaat niet. Met God en met het middel was de goede weg.

 

In onze tijd van grote wetenschappelijke vooruitgang is het gevaar nog groter dat wij het van het middel verwachten.

Laten we - ook als er penicilline toegediend wordt - bidden: "Heer zegen U de middelen, wilt U genezing geven?"

 

Waar moeten we het gaan zoeken?

De vraag van de magnetiseurs stelt echter een nieuw probleem: is van hen heil te verwachten? Hier erkent de "officile" geneeskunde inderdaad een mogelijkheid. Vooral omdat de laatste jaren ook bij de mannen van de wetenschap duidelijk is geworden, dat de mens een totaliteit van lichaam en geest is: de "psycho-somatiek" staat in volle belangstelling. We weten dat hl wat "lichamelijke" z.g.n. "organische" ziekten uit psychische ondergronden ontstaan (maagzweer en eczeem o.a.) en dat hier de geestelijke achtergronden besproken en behandeld moeten worden.

Veelal is hier het geestelijke evenwicht van de patint zoekgeraakt. Daardoor, en vooral na het falen van allerlei medicijnen, neemt men dan zijn toevlucht tot iemand die het niet met medicijnen doet.

Men hoort dan van iemand die beweert over geheime krachten te beschikken om de kwalen uit het lichaam weg te strijken.

Men ziet dan in zulk een "strijker" iemand die een natuurlijke gave heeft om de magnetische invloeden af te leiden die uit de atmosfeer in het lichaam zijn gedrongen en daar ziekte zouden verwekt hebben. Opvallend is echter dat deze magnetiseurs vaak ook helderziendheid en telepathie bedrijven en zelfs spiritisme. Dit is o.m. aangetoond door Prof. Tenhaeff, hoogleraar te Utrecht die sinds jaren een studie maakt van deze medische praktijken.

 

Wanneer een objectief wetenschappelijk onderzoeker zo iets vaststelt, stemt dat tot nadenken. In het spiritisme komen we dan toch op een terrein dat, zoals hiervr aangetoond, door Gods Woord wordt verworpen.

"Ik wil niet dat gij in gemeenschap komt met de boze geesten" (1 Kor. 10:20). Ook predikanten, die zich bewust werden van het bezit van dergelijke gaven, hebben getuigd dat de beoefening ervan hun vrede en geloofsblijdschap ontnam, wanneer ze die - met de beste bedoelingen - tot genezing van hun kerkleden gingen toepassen. Ook de in onze kringen bekende evangeliste Corrie ten Boom getuigt van zulke ervaringen onder de vele contacten die zij in haar loopbaan had. Een groot gevaar is verder de gebondenheid die vaak ontstaat tussen magnetiseur en patint, waardoor deze laatste steeds weer naar de eerste gedreven wordt. Van een werkelijke genezing kan dan toch geen sprake zijn.

Is het niet de beste weg te gaan tot Hem die "de overheden en machten ontwapend heeft en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd?" (Kol. 2:15).

Wanneer gelovigen hun toevlucht nemen tot dergelijke genezers, dan geven ze daardoor toe dat er in de wereld krachten zijn die sterker zijn dan de kracht van de Heer. En dat is niet meer of minder een erkenning van positie-zwakte. Zijn we dan niet aardig op weg naar de erkenning van onze nederlaag, als we de overwinning buiten de gelederen van Christus zoeken?

Het moeilijke in zulk een toestand is hierin gelegen dat de aangewezen artsen in dit geval de psychiaters zijn, maar dat deze, behoudens een enkele ware gelovige, niet in staat zijn zich in te denken in ons geestelijk patroon als bijbel-christenen. Integendeel: uit hun adviezen blijkt vaak hoe geringschattend ze denken over de geestelijke waarden die wij belijden, en dat zal alleen de genezing kunnen schaden. Veeleer moeten we ons de vraag stellen, of er niet in ons midden een tekort aan herders is, die hier, door gesprek en gebed, tot de grond van de geestelijke kwaal kunnen doordringen.

En of er in ons midden geen tekort aan geestelijke kracht is en geloof om door aanhoudend gebed genezing te ontvangen?

De "gave van genezing" in 1 Kor. 12 genoemd, schijnt niet meer aanwezig te zijn (door de versplintering van de gemeente?), maar dat hoeft geen gebedsverhoring van de plaatselijke vergadering uit te sluiten.

 

Voor de zieke zelf, en daar willen we mee besluiten, is de belangrijkste vraag: "Wil de Heer mij herstel geven?" Misschien zal na herhaaldelijk gebed, zoals Paulus moest ervaren, Gods genade hem of haar "genoeg" moeten zijn. Het ligt nu eenmaal in het verlangen van de mens het kwaad uit het leven te bannen, we gaan liefst om de moeilijkheden heen. We verwachten het aards paradijs, het kruis lokt ons niet.

Het leren aanvaarden is ook een moeilijke weg, maar er wordt vaak veel meer "genade" op gevonden dan op een weg van stoffelijke en lichamelijke welvaart.