De persoonlijke aanwezigheid van de HEILIGE GEEST op aarde

(1)

H. MEDEMA

 

Inleiding:

Wie enigszins met de bijbel vertrouwd is, weet dat er in het oude testament vele beloften van God zijn vermeld, die pas in het nieuwe testament hun vervulling hebben gekregen. Grondslag voor die vervulling was het volbrachte werk van de Heer Jezus op het kruis. Pas nadat het verzoeningswerk was voltooid, en God volkomen was bevredigd door het volmaakte offer van Jezus Christus, kon God zijn eerder gedane beloften in vervulling doen gaan.

En daarvan is de komst van de Heilige Geest op aarde. Het was een van de eerste rijke vruchten van het werk van Christus, toen op de pinksterdag de Geest van God werd uitgestort. Op n dag werden toen ongeveer drieduizend mensen door het geloof in Jezus Christus behouden.

Van deze grote schare mensen lezen we het prachtige getuigenis:

"En zij bleven volharden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in de breking van het brood en in de gebeden. En allen die geloofden, waren bijeen en hadden alle dingen gemeenschappelijk, en zij verkochten hun goederen en have en deelden ze uit aan allen, naardat iemand nodig had. En voortdurend waren zij dagelijks eendrachtig in de tempel en braken brood in de huizen en aten samen met vreugde en eenvoud van hart en zij prezen God en hadden gunst bij het hele volk"

(Handel. 2:42-47).

 

Zo'n vergadering van mensen was op aarde nooit tevoren gezien. Het was de eerste vrucht van een onbeperkte genade, een genade die alle hemelse legerscharen met bewondering vervuld moet hebben. Deze mensen waren de eerstelingen uit het midden van een volk, dat zijn Messias op een verschrikkelijke manier had verworpen en gekruisigd. Het antwoord van God op deze schandelijke daad was: volkomen genade. "De Heer voegde dagelijks bij de gemeente, die behouden moesten worden" (Handel. 2:47).

Er ontbrak deze gemeente niets, behalve de persoonlijke tegenwoordigheid van haar door mensen verworpen en in de hemel opgenomen Heer, die aan zijn discipelen had beloofd dat Hij terug zou komen.

De verschrikkelijke zonde van Isral als volk, die zijn hoogtepunt bereikt had in de kruisiging van de Heer Jezus, was voor God aanleiding om tot dusver ongekende gedachten van genade te openbaren door de Heilige Geest te zenden en de gemeente te grondvesten.

 

God bleef wachten op berouw en bekering van Isral, en door middel van de apostelen wekte Hij de leidslieden van het volk op hun zonden te belijden. Dan zou Hij bereid en in staat zijn Jezus Christus tot hen te zenden en de aan de vaderen gedane en door de profeten aangekondigde beloften van herstel als natie te vervullen. Ook Stfanus werd voor deze dienst gebruikt. In een uitvoerig appl tot de gewetens van de Joodse leiders trachtte Hij hen van hun zonden te overtuigen. Het was de Heilige Geest die in en door hem sprak. Maar in plaats van zich te bekeren, verwierpen zij ook dit getuigenis. Daarmee maakten zij de maat van hun zonden vol. Niet alleen de door God gezonden Christus hadden zij verworpen, ook de Heilige Geest, wiens komst van zulke duidelijke tekenen was vergezeld, wilden zij niet aannemen.

Het kon niet anders. Isral, als volk, moest tijdelijk worden uitgeschakeld als getuigenis van God op aarde. In plaats daarvan riep God een nieuw volk, verzameld uit Isral en de heidenen, een hemels volk, aan wie Hij nieuwe en hemelse zegeningen bekend maakte. Het evangelie van het koninkrijk met betrekking tot deze aarde verstomde voorlopig, maar het evangelie van de genade en van de hemelse heerlijkheid weerklonk des te luider en krachtiger.

 

Van dit nieuwe getuigenis van God op aarde, de gemeente, is Jezus Christus het hoofd. Verbonden met Christus is zij in Hem gezegend met geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten. Een onverbreekbare band, gegrond op volmaakte liefde, verbindt haar voor eeuwig met Hem. Haar intieme relatie tot de Heer Jezus heeft Saulus, de latere Paulus, op een bijzondere manier, als eerste, ervaren op zijn reis naar Damaskus. Daar hoorde hij vanuit de hemel zeggen: "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?" Hij die meende slechts mensen te vervolgen, moest van de Heer Zelf vernemen dat hij daarmee Hemzelf vervolgde. De gemeente is immers een deel van Hem, zijn lichaam.

Alle gelovigen, of ze nu van geboorte jood of heiden waren, vormden vanaf het ontstaan van de gemeente n lichaam. Elk verschil in ras, godsdienst enz. was opgeheven, elke scheiding afgebroken. Door n Geest waren zij allen tot n lichaam gedoopt:

"En lichaam en n Geest, zoals gij ook geroepen zijt in n hoop van uw roeping; n Heer, n geloof, n doop, n God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in ons allen"

(Efeze 4:4-6).

 

Er was en is over de hele wereld slechts n gemeente en die gemeente is het lichaam van Christus. In die gemeente woont en werkt n Geest, de Heilige Geest in eigen persoon. In de eerste tijd van haar bestaan was het een bloeiende, groeiende gemeente, gekenmerkt door liefde en toewijding, gemeenschap en praktische eenheid. Voor de kracht en werkzaamheid van de Heilige Geest was geen hinderpaal aanwezig.

Helaas, de vijand van God, die reeds in voorafgaande eeuwen de mensen misleidde en van God had weten af te trekken, heeft ook kans gezien in de gemeente zijn verderfelijk werk te doen. Als wij zien wat er heden ten dage van de gemeente geworden is, dan moeten wij onze ogen beschaamd neerslaan. Tevergeefs zoeken we naar de openbaringen van geloofsenergie, als resultaten van liefde en trouw; tevergeefs proberen we te ontdekken de praktische gemeenschap en eenheid, die de gemeente in de eerste tijd sierden.

In plaats daarvan zien we een verlaten van de eerste liefde, toelaten van valse leringen, afgoderij, dode vormen, lauwheid en verdeeldheid.

 

Hoe kon deze grote en treurige verandering ontstaan? Waardoor gelukte het de duivel zo'n vreselijke achteruitgang en verwarring te bewerken? Eenvoudig daardoor dat hij de gelovigen, leden van de gemeente, er toe wist te verleiden menselijke elementen te laten gelden in de gemeente. Het lichaam van Christus, waarvan de Heer Jezus het hoofd is en waarin Hij door zijn Heilige Geest alles bestuurt, werd, gezien in haar verantwoordelijkheid: een organisatie waarin de mens regelend en ordenend optrad. Dat de vijand dit tot stand kon brengen, is voor een groot deel te wijten aan het feit, dat de persoonlijke tegenwoordigheid van de Heilige Geest, als wonend en werkend in de gemeente, en in elke gelovige afzonderlijk, werd miskend.

In plaats van de Geest werd het vlees werkzaam. De mens begon naar zijn eigen wijsheid en inzicht te handelen. Het resultaat daarvan was al heel snel: verwarring en wanorde.

 

Maar hoe groot het verval ook mag zijn dat in de gemeente gevonden wordt, de waarheid van God is niet veranderd. Daarom blijft ook de persoonlijke tegenwoordigheid van de Heilige Geest onwankelbaar vast. De Heer Zelf heeft tegen zijn discipelen gezegd, toen Hij hun de belofte deed van de komende Trooster: "Hij is bij u tot in eeuwigheid". Nu nog kunnen en mogen wij vertrouwen op deze belofte van de Heer en met dankbare harten de gave van de Heilige Geest op zijn juiste waarde schatten. Alleen al op grond hiervan is het de moeite waard een juist inzicht te hebben in alles wat Gods Woord ons meedeelt over de Heilige Geest. Het is nodig ons vertrouwd te maken met zijn gedachten daarover, ook om te weten wat God van ons verwacht met het oog op deze belangrijke waarheden. Dat klemt des te meer nu de gevolgen van het miskennen van de Heilige Geest zo onmetelijk groot zijn. Om maar niet te spreken van de verkeerde leringen en praktijken die de ronde doen als gevolg van onjuiste inzichten over de persoon en het werk van de Heilige Geest.

 

Om een zo juist mogelijk inzicht te verkrijgen in ons onderwerp, zullen wij het van vijf gezichtspunten uit belichten:

1. De Heilige Geest in het oude testament.
2. De Heilige Geest tijdens de aanwezigheid van de Heer Jezus Christus op aarde.
3. De aan de discipelen door de Heer beloofde zending van de Heilige Geest.
4. De uitstorting van de Heilige Geest en de gevolgen daarvan.
5. Het onderwijs betreffende de persoon en het werk van de Heilige Geest in de apostolische brieven.