De bijbel, het boek van Gods openbaring (slot)

 

J. KLEIN HANEVELD

 

Het heeft God behaagd Zich te openbaren. Daarover is in beide vorige nummers een en ander gezegd. Openbaring is niet hetzelfde als inspiratie of Goddelijke ingeving. Toch hebben ze veel met elkaar te maken. In de eerste eeuwen is de Goddelijke openbaring mondeling overgeleverd. Toen was er dus wel openbaring, maar nog geen inspiratie. Dat wil zeggen: God had zijn openbaring nog niet schriftelijk laten vastleggen als zijn Woord. Dat is gebeurd door heilige mensen Gods, die door God gebruikt zijn voor het schrijven van de verschillende bijbelboeken. De vraag is nu, of de mededeling van Gods openbaring betrouwbaar is. Het antwoord op die vraag is het wonder van de Goddelijke ingeving. We citeren nogmaals uit de bekende tekst in 2 Timotheüs: "Alle Schrift is van God ingegeven."

God heeft gesproken! Vele malen en op vele wijzen tot de vaderen in de profeten. Het authentieke verslag daarvan vinden we in het oude testament. Aan het einde van deze dagen heeft Hij gesproken in (de) Zoon. En wat God ons in Hem te zeggen had, vinden we in het nieuwe testament. De zin waarmee de brief aan de Hebreeën begint, is de basis en het uitgangspunt voor de hele brief. Het is ook de basis van het christelijk geloof. Hij hééft gesproken en wát Hij gesproken heeft, vinden we in de Heilige Schrift. Er is geen nieuwe waarheid, geen nieuwe openbaring naast de waarheid die we bezitten in de bijbel.

Daarom is Schriftkritiek zo'n ernstige zaak. De fundamenten van het christelijk geloof worden erdoor aangetast. Ze tast de waarheid aan, die ons geopenbaard is en ontneemt ons de zekerheid van het geloof. Ze geeft ons daarvoor in de plaats het drijfzand van menselijke meningen. Het christendom is niet gebaseerd op menselijke meningen maar op het Woord van God.

 

We willen nu nog enkele opmerkingen maken over de inspiratie.

1) Inspiratie is een Goddelijk wonder en bovennatuurlijk van aard. Het is daarom onmogelijk te zeggen wat inspiratie precies is. We kunnen er geen definitie van geven, geen theorie over opstellen. Gods handelen door zijn Heilige Geest is niet te begrijpen door het menselijk verstand. Maar al kunnen we de inspiratie niet begrijpen, daarom is ze wel een feit! Hoe de door Gods Geest gewerkte wedergeboorte zich voltrekt, kunnen we ook niet begrijpen, maar daarom hebben we wel met een feit te maken. Hoe het eeuwige Woord vlees heeft kunnen worden, is voor ons een verborgenheid, maar daarom is God wel geopenbaard in het vlees. Deze feiten moeten we niet benaderen met ons verstand; ze vragen geloof!

 

2) Als we het nu toch wagen over het wonder van de Goddelijke ingeving iets te zeggen, dan is dat meer om te zeggen wat ze niet is dan wat ze wel is. Om te beginnen: inspiratie is niet hetzelfde als leiding of voorlichting door Gods Geest. Ze is méér dan dat. Ook nu nog worden gelovigen geleid en voorgelicht door de Heilige Geest. Maar altijd is er dan nog de mogelijkheid van fouten en vergissingen. Zelfs wie door de Geest geleid worden, kunnen in woorden struikelen. En om die woorden gaat het juist! Er zijn er die beweren dat de inspiratie alleen betrekking heeft op de gedachten van de bijbelschrijver en niet op dat wat hij neerschreef. God zou het dan aan hem overgelaten hebben om die Goddelijke gedachten naar zijn eigen inzicht vorm te geven in zijn eigen taal.

Er staat geschreven: "Alle Schrift is van God ingegeven…" Ook de vorm waarin die gedachten gestalte aannamen, werd niet aan de mens overgelaten. God Zelf heeft ervoor gezorgd dat wat Hij te zeggen had neergeschreven werd zó, als Hij het wilde. Niet alleen naar de inhoud, maar ook naar de vorm is de bijbel Gods Woord. De bijbel bevat niet alleen Gods Woord, maar is Gods Woord. Gods gedachten zijn zoveel hoger dan onze menselijke gedachten, dat alleen God Zelf ze kan vertolken in woorden zoals Hij dat gewild heeft. Daarom is ieder woord van de Schrift belangrijk. In 1 Kor. 2 : 13 wordt gezegd dat geestelijke dingen door geestelijke woorden ons zijn meegedeeld. Het zijn geen woorden die menselijke wijsheid leert, maar die de Geest leert.

De Schrift bestaat uit woorden die in hun onderling verband vertolken wat God wilde dat we zouden weten. Als de gedachten geïnspireerd zijn, moeten de woorden het ook zijn. Iedere verandering in de woorden brengt een min of meer afwijkende gedachte. Luther heeft eens gezegd: "Christus heeft niet van zijn gedachten, maar van zijn woorden gezegd, dat zij geest en leven zijn." Tegen Jeremia zegt God: "Zie, Ik leg mijn woorden in uw mond" (Jer. 1 : 9) en "Spreek … al de woorden die Ik u gebied tot hen te spreken; doe er geen woord af" (Jer. 26 : 2).

Het komt wel degelijk aan op de woorden, op wat geschreven staat. Wie om dit te bestrijden de woorden aanhaalt uit 2 Kor. 3 : 6 - "De letter doodt, maar de Geest maakt levend", heeft van dit hele gedeelte niets begrepen.

 

3) Dit alles betekent niet dat de inspiratie "mechanisch" heeft plaats gevonden. Dat zou betekenen dat de persoonlijkheid van de bijbelschrijver geheel uitgeschakeld geweest is en hij niet meer dan een machine was, een mechanisme, dat neerschreef wat gedikteerd werd. Wel houden we vast aan wat men noemt "verbale inspiratie" (verbum = woord). Als de bijbelschrijvers voor fouten en vergissingen bewaard zijn gebleven, betekent dat niet dat ze hun persoonlijkheid bij het schrijven hebben verloren. God is zeker machtig de gedachten en de gevoelens van mensen zo te vormen en hun hand zo te besturen dat ze zijn gedachten zonder fouten en in volkomen overeenstemming met zijn wil neerschrijven. God heeft rekening gehouden met ieders bekwaamheid en persoonlijkheid bij het kiezen van zijn instrumenten. Het is dus helemaal niet in strijd met de idee van inspiratie, als wordt opgemerkt dat de stijl van Petrus in zijn brieven anders is dan die van Paulus. De Goddelijke inspiratie werkt niet vernietigend, maar verheffend op de persoonlijkheid.

 

4) We vinden in de bijbel ook woorden die de duivel heeft gesproken of de demonen. We vinden er woorden van goddeloze mensen, uitspraken van zondige, falende mensen. Die woorden en uitspraken werden, toen ze geuit werden, niet door Gods Geest geïnspireerd. Zeker: er staat in de bijbel: "Er is geen God." Maar het is de dwaas die dat in zijn hart zegt. Maar God heeft wel gewild dat deze woorden in de Heilige Schrift zouden komen en de bijbelschrijver die deze woorden neerschreef was door Gods Geest geïnspireerd. Voor het geloof zijn hier geen moeilijkheden.

 

5) Er wordt wel eens gezegd dat God alleen de bovennatuurlijke dingen aan de geest van de mens geopenbaard heeft en toen de bijbelschrijvers over déze dingen schreven, waren ze geleid door Gods Geest. Maar God, zo zegt men, doet nooit overbodige wonderen en heeft het daarom aan de schrijvers overgelaten hoe ze verder zouden schrijven over dingen die ze uit eigen ervaring konden weten. Als het gaat om geschiedkundige gebeurtenissen of om natuurkundige verschijnselen zijn de bijbelschrijvers gebonden geweest aan de opvattingen van hun tijd en daarom niet onfeilbaar. Dat wordt dan verdedigd met uitspraken als: De bijbel is geen geschiedenisboek, geen leerboek voor biologie, enz. Zo zouden er allerlei onnauwkeurigheden, fouten, vergissingen in de bijbel voorkomen. Allerlei dat door het moderne, wetenschappelijke denken als onjuist beoordeeld wordt. De bijbel, zegt men, is alleen onfeilbaar als het gaat om geloof en zedeleer.

Het moet ons toch duidelijk zijn, dat een getuige die op een bepaald punt dingen zegt die niet waar zijn, ook op andere punten nauwelijks als betrouwbaar kan worden aangenomen. Het is belangrijk er op te letten dat de Goddelijke openbaring zich in de geschiedenis heeft voltrokken. De grote heilsfeiten, de daden Gods hebben zich verwerkelijkt op een bepaalde plaats en op een bepaald ogenblik.

Veronderstel nu dat de feitelijke toedracht van bepaalde gebeurtenissen ons alleen bekend was geworden door onnauwkeurige verhalen met het karakter van een sage of mythe, welke geestelijke zekerheid zouden we daarop kunnen gronden? De historische gebeurtenissen zijn zo nauw verbonden met de geestelijke waarheden, dat het moeilijk, zo niet onmogelijk, is ze van elkaar te scheiden. In de bijbel dekken geschiedenis, openbaring en inspiratie elkaar volledig.

Men moet echter wel bedenken dat deze opvatting van de inspiratie en dus van de onfeilbaarheid van de Schrift alleen betrekking heeft op de tekst, dus op wat in Gods Woord geschreven staat, en niet op allerlei uitleg die men van het geschreven Woord gegeven heeft. Uitleg van de Schrift is niet onfeilbaar. We mogen exegese niet vereenzelvigen met de Schrift zelf.

 

6) Betekent dit nu dat er in de bijbel, zoals we die op dit ogenblik bezitten, geen dingen staan die met elkaar in tegenspraak zijn? Geen dingen die we niet rijmen kunnen met ons logisch verstand? Die zijn er. Maar wat dan nog? Het is maar de vraag hoe men daar tegenover staat.

In ieder geval is het aantal zogenaamde tegenstrijdigheden lang zo groot niet als men dikwijls beweert. In deel 6 van zijn "Collected Writings" heeft broeder J. N. Darby de moeite genomen een groot aantal van deze tegenstrijdigheden nader te onderzoeken en het is opvallend hoe veel daar bij is dat zich heel eenvoudig verklaren laat. Wie nu eenmaal niet gelooft dat de bijbel Gods Woord is, is al zo vooringenomen dat hij keer op keer meent op "onoplosbare tegenstrijdigheden" te stuiten.

We zouden een hele lijst van zulke tegenstrijdigheden kunnen noemen die men in de vorige eeuw in de bijbel meende te vinden en die nu in het licht van nieuwere ontdekkingen en opgravingen al lang achterhaald zijn. Volledigheidshalve voegen we hier nog aan toe dat er inderdaad wel eens teksten zijn die dingen zeggen die niet allebei tegelijk waar kunnen zijn. Dan dienen we te bedenken dat de oorspronkelijke geschriften wèl door Gods Geest ingegeven zijn en daarom zonder fouten, maar de overschrijvers - ondanks de grote zorg die de Joodse overschrijvers besteedden aan hun kopieën - waren geen geïnspireerde schrijvers. Ze hebben fouten gemaakt. God heeft zijn Woord aan mensen toevertrouwd en zoals met alles wat God aan mensen geschonken heeft, heeft de mens ook dit hem toevertrouwde goed niet absoluut volmaakt bewaard. En zo zijn er hier en daar in de handschriften vergissingen ingeslopen. Door zorgvuldige vergelijking van de vele handschriften die gevonden zijn, heeft men vele van die fouten kunnen achterhalen.

En de tegenstrijdigheden die men dan nog overhoudt zijn gering in aantal en betreffen nimmer principiële dingen. Ze zijn van ondergeschikt belang, als we dat zo zeggen mogen. Laten we dankbaar erkennen dat God kennelijk gewaakt heeft over zijn Woord. Er is uit de klassieke oudheid geen geschrift waarvan de tekst zo nauwkeurig vaststaat als de Heilige Schrift.

 

7) Ten slotte merken we nog op dat het onmogelijk is op alle vragen die maar kunnen worden opgeworpen in verband met de betrouwbaarheid en het gezag van Gods Woord in te gaan. We leven in een tijd dat dat Woord aangevallen wordt, meer dan ooit. En ook in die kringen waar men dat voor kort nooit gedacht had. Zelfs in onze eigen kring worden stemmen gehoord die ruimte vragen voor een nieuwe benadering van de bijbel. Laten we op onze hoede zijn en vasthouden aan het Woord van God.

En niet alleen eraan vasthouden, maar ons voor dat Woord buigen en dat Woord bewaren. Geve de Heer dat we tot hen behoren, van wie gezegd wordt in Openb. 3 : 8 dat zij zijn Woord bewaard en zijn Naam niet verloochend hebben.

En ten slotte: laten we dat Woord van God liefhebben. We hebben er zoveel aan te danken. In Psalm 119 : 140 staat: "Uw Woord is geheel gelouterd, uw knecht heeft het lief."