Moeten we niet een onderscheid maken tussen Gods woord en onze interpretatie van Gods woord?

J. KLEIN HANEVELD

 

Deze vraag is gesteld op de laatste dag van de konferentie in Den Haag en toen niet of nauwelijks beantwoord. We willen proberen er iets van te zeggen en hopen in een volgend nummer van de "Bode" uitvoeriger te kunnen ingaan op de principes die men in acht behoort te nemen bij het interpreteren van de Schrift, waarbij men dus tracht door te dringen tot de betekenis en de bedoeling van wat er staat. We stellen voorop dat het bij deze vraag niet gaat om de interpretatie die de moderne theologie van de bijbel geeft, maar om de uitleg die gelovige bijbelonderzoekers ons hebben nagelaten in hun geschriften en om de uitleg van broeders die de gave van leraar van de Heer gekregen hebben. Het is goed dat we met belangstelling en dankbaarheid kennis nemen van wat zij ons te zeggen hebben in woord en geschrift.

 

Het lezen en bestuderen van de Schrift leidt niet altijd tot het rechte verstaan ervan. Dat de natuurlijke mens Gods gedachten niet kn verstaan wordt uitdrukkelijk door de Schrift zelf gezegd in 1 Kor. 2 : 14. Maar ook een gelovige kan in een gezindheid zijn, die het hem onmogelijk maakt Gods Woord te begrijpen. Op bladzij 17 en 18 van het vorige nummer worden zelfs zeven voorwaarden genoemd, waaraan voldaan moet zijn voordat men kan doordringen tot de zin van de Schrift! Heel belangrijk om daar nog eens kennis van te nemen.

Maar zelfs wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, kan het voorkomen dat een bepaald Schriftgedeelte op tweerlei wijze wordt uitgelegd. En we moeten toch aannemen dat de Heilige Geest zich niet dubbelzinnig uitdrukt en dat er maar n uitleg is, die in overeenstemming is met de bedoeling van Gods Geest. Iets anders is het natuurlijk, dat men van een Schriftgedeelte meer dan n geestelijke toepassing kan geven. De toepassing is wat anders dan de exegese, de Schriftuitleg. Voor beide is de leiding en voorlichting van de Heilige Geest nodig. Maar dat waarborgt geen onfeilbaarheid. De door Gods Geest genspireerde schrijvers van de bijbelboeken hebben nauwkeurig de gedachten van God weergegeven, precies zo als God het gewild heeft. We mogen echter de uitleg van de Schrift niet vereenzelvigen met de Schrift zelf. Gods Woord is volmaakt, onze uitleg niet. Ons kennen is nu eenmaal ten dele en onvolkomen.

 

Gelukkig is er heel veel in de bijbel niet problematisch. Psalm 119 :130 zegt: "Het openen van uw woorden verspreidt licht", en niet: "Het openen van uw woorden schept problemen". In het algemeen is Gods Woord duidelijk en klaar. De gelovige die er niet in de eerste plaats op uit is moeilijkheden en problemen op te sporen, wordt op duidelijke wijze aangesproken, als hij zijn bijbel leest. Hij vindt er het voedsel voor zijn ziel, een lamp voor zijn voet en een licht op zijn pad. Het probleem van de tweerlei uitleg - ook onder broeders die als Schriftverklaarders onder ons gezag hebben - doet zich om zo te zeggen voor op een lager niveau en betreft niet de fundamentele waarheden.

Natuurlijk moeten we acht geven op de leer (1 Tim. 4 :16) en we worden gewaarschuwd voor valse leraars. Johannes noemt een geval dat we iemand die "deze leer niet brengt", zelfs niet in onze huizen moeten ontvangen en hem niet moeten begroeten. Maar dan gaat het om hen die de Vader en de Zoon loochenen. Een verkeerde leer mag in het midden der gemeente evenmin geduld worden als een verkeerde levenspraktijk.

 

We moeten echter wel oppassen dat we niet al te snel het woord "dwaalleer" gebruiken, als we iets horen waarmee we het niet eens kunnen zijn. Verschil van inzicht op ondergeschikte punten blijft mogelijk, zelfs wanneer de Schriftuitleg heeft plaats gevonden volgens bijbelse beginselen. We moeten dan verdraagzaam zijn en bereid zijn naar de ander te luisteren. Laten we lering trekken uit de geschiedenis. Dominee Lansbergen uit Goes, een zeer geleerd man, verkondigde in een door hem geschreven boekje de mening dat de aarde een baan beschrijft om de zon en niet omgekeerd, en dat dit niet in strijd was met uitspraken van de Schrift. Daar zijn wij het natuurlijk roerend mee eens. De meesten van zijn geloofsgenoten meenden echter in Prediker 1 : 4 en 5 iets anders te moeten lezen en wezen het argument dat de bijbel daar over de dingen spreekt, zoals wij dat in het dagelijks leven ook doen, met verontwaardiging van de hand. Allemaal niet zo belangrijk. Jammer alleen, dat dominee Lansbergen uit zijn ambt ontslagen werd! Niet op grond dus van een uitspraak van de Schrift. maar in feite op beschuldiging van een foutieve exegese.

Dit moet ons wel tot enige voorzichtigheid manen. Er is onderscheid tussen de uitspraken van Gods Woord en onze exegese daarvan. Laten we elkaar niet te gauw verketteren. En laten we vooral niet in de fout vervallen dat we de ander heel wat anders laten zeggen dan hij in werkelijkheid doet! En hem geen kwalijke bedoelingen toeschrijven! Dat is niet zo maar een opmerking. Zo iets heeft zich vele malen voorgedaan, ook in het midden van "de broeders". Wie iets weet van hun geschiedenis van de laatste 140 jaar, zal dat met schaamte moeten erkennen.

En zijn met elkaar is essentieel wat anders dan het eens zijn met elkaar!