Is de bijbel tijdgebonden?

door J. KLEIN HANEVELD

 

De bijbel is niet alleen voor een bepaalde tijd in het verleden gegeven; ook nu spreekt God tot ons door zijn Woord. Hij heeft niet alleen gesproken, Hij spreekt nůg. De bijbel is van alle tijden, omdat hij boventijdelijk is. Dat volgt uit het feit dat de Heilige Geest de eigenlijke auteur is van dit boek.

Het is duidelijk dat deze Schriftbeschouwing ontleend is aan de Schrift zelf. Anders gezegd: we geloven en belijden dat de bijbel het door de Heilige Geest ingegeven Woord van God is en daarom volmaakt en gezaghebbend voor alle tijden, in het bijzonder voor ons, omdat de bijbel zŤlf dat zegt. Men zou daartegen kunnen inbrengen dat dit een cirkelredenering is. Men bedenke echter dat deze redenering haar uitgangspunt vindt in God Zelf. Ons geloof in het Woord van God vindt zijn grond in ons geloof in God. God heeft Zich geopenbaard in zijn wezen en in zijn doen, in zijn plannen en gedachten. Die Goddelijke openbaring is de waarheid. "Uw Woord is de waarheid" (Joh. 17 : 17). God Zelf is de eeuwige God en daarom is ook zijn Woord eeuwig blijvend. Het is "het levend en blijvend Woord van God" (1 Petrus 1 :23). Alles mag veranderen in deze wereld, het Woord van God blijft wat het altijd geweest is: openbaring van God. Daarom niet tijdgebonden, maar onveranderlijk, blijvend.

 

De onveranderlijke geldigheid van de geschreven openbaring wordt op de volgende wijze door de apostel Paulus onderstreept: "Alles wat te voren geschreven is, is tot onze lering geschreven" (Rom. 15 : 4). En in Rom. 4 : 23 schrijft hij: "Het is echter niet alleen ter wille van hem (d.i. Abraham) geschreven, dat het hem toegerekend werd, maar ook ter wille van ons Ö"

In 1 Kor. 10 : 11 lezen we: "Al deze dingen nu ... zijn beschreven tot waarschuwing voor ons, op wie de einden der eeuwen gekomen zijn".

Psalm 119:152 zegt: "Van oudsher weet ik uit uw getuigenissen dat Gij ze voor eeuwig hebt vastgesteld". En vers 160: "Heel uw woord is de waarheid, al uw rechtvaardige verordeningen zijn voor eeuwig". En ten slotte het getuigenis van Jesaja 40 :8: "Het woord van onze God houdt eeuwig stand".

Als het boek van God Zelf is de bijbel overtogen door de glans van de eeuwigheid. Hij staat boven de tijd, boven de geschiedenis van het menselijk geslacht en behoort daarom alle geslachten toe.

 

De hele bijbel is voor ons en tot onze lering geschreven, maar het gaat niet altijd over ons. Beloften aan IsraŽl gegeven mag de gemeente zich niet toeŽigenen. Maar ook al spreekt Gods Woord op vele plaatsen niet rechtstreeks tot ons, ook dan kunnen we daar beginselen vinden, die voor ons betekenis en waarde hebben.

De Schrift is normatief, ze schrijft voor, geeft vermaningen, geboden en verboden. Maar daarbij geeft ze zelf aan, of die normen, voorschriften, geboden en verboden voor een bepaalde tijd of voor bepaalde mensen gelden, of dat ze voor alle tijden, met name voor onze tijd, gelden. Dat is evenwel een heel andere zaak dan wat men de tijdgebondenheid van de bijbel noemt. Daarmee bedoelt men dat de bijbelwoorden slechts weergeven hoe mensen in hun tijd de dingen zagen en beleefden. Wij, mensen van de twintigste eeuw, hebben zoveel meer kennis en inzicht dan de bijbelschrijvers, wij weten beter. Men geeft dan aan de uitspraken van de Schrift alleen relatieve waarde en geen absolute geldigheid.

De Schrift wordt gerelativeerd en de mening van mensen wordt verabsoluteerd. Wat hedendaagse "wijzen en verstandigen" beweren, wordt geloofd als laatste waarheid. Het denken van de mens en de mens zelf wordt tot maatstaf van alle dingen gemaakt. Men stelt het eigen IK centraal. En dat duldt niets boven zich. Men verwerpt alles wat door het menselijk verstand niet begrepen wordt, dikwijls met een beroep op de zogenaamde resultaten van de wetenschap. De eigenlijke reden voor het niet-aanvaarden van de uitspraken van Gods Woord ligt echter niet zo zeer in de verstandssector als wel in de wils- en gevoelssector. Men kan niet geloven dat een of andere duidelijke aanwijzing van de Schrift ook nu nog geldt, omdat men het niet wil geloven. Men geeft wel toe, dat er zo geschreven staat, maar (hier begint de relativering) je moet het zů zien (verabsolutering van de mening van de mens). Waarom we het zů moeten zien, is echter ten enen male onduidelijk.

 

Er zijn dingen die ons uitdrukkelijk geboden of verboden worden in het Woord van God. Als onze gezindheid goed is, maken we daar geen probleem van. Dan doen we de wil van God eenvoudig, omdat we gehoorzaam willen zijn. Dat heeft niets te maken met ons inzicht. Misschien begrijpen we het niet allemaal, waarom God bepaalde dingen van ons vraagt en misschien zien we de noodzaak of het nut ervan niet in. En dan zijn er die denken: "Het zal wel niet voor ons bedoeld zijn; het zal alleen voor die tijd geweest zijnÖ" God vraagt niet van ons, of we Hem begrijpen. We doen Gods wil niet, omdat we het met Hem eens zijn, maar omdat we Hem geloven en Hem gehoorzaam willen zijn. Dat we als gelovigen niet liegen moeten, niet stelen moeten, niet kwaadspreken moeten, dat er geen vuile taal uit onze mond behoort te komen - dat alles kunnen we nog wel begrijpen en het er van harte mee eens zijn. Belangrijk is dat laatste overigens niet. Als we in de Schrift lezen dat de vrouw een macht op haar hoofd moet hebben om der engelen wil, en: iedere vrouw die bidt of profeteert met ongedekt hoofd, onteert haar hoofd, dan zijn we geneigd te gaan discussiŽren. Zou dat nou wel nodig zijn? Zou de Heer dat nu zo belangrijk vinden? Of wij ons dat niet kunnen voorstellen, is niet het punt waarop het aan komt. Waar het wel op aan komt, is of wij de wil van God doen. Of we willen buigen voor de uitspraken van zijn Woord.

Waarin en bij wie ligt de maatstaf voor de beoordeling of de bijbel in een bepaalde uitspraak tijdgebonden is? Wie maakt uit wat voor nu en wat voor vroeger tijden geldt? Dat doet God Zelf in zijn Woord. Daarom willen we niet het oor lenen aan de bijbelcritici. Hun inzichten verschillen onderling en veranderen met de tijd! TheorieŽn komen en verdwijnen na korter of langer tijd. Niet de bijbel is tijdgebonden, maar de visie van de bijbelcritici!

Het Woord van God houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken. Altijd weer blijkt het het woord des levens te zijn voor ieder die eerbiedig daarvoor buigt. Wat een genade en een voorrecht, dat wij in een wereld, die van God niet weten wil en die Christus heeft verworpen en waarin geen enkele zekerheid te vinden is, het eeuwige Woord van God mogen bezitten, iets van God Zelf, dat vastheid biedt en waar is.