ENGELEN (slot)

 

J. KLEIN HANEVELD

 

Toeschouwers

Ten slotte zijn de engelen toeschouwers. Ze zien het en leven mee, als n zondaar hier op aarde zich bekeert en de Heer Jezus aanneemt als zijn Heiland. Er is blijdschap bij de engelen over n zondaar die zich bekeert!

In Efeze 3 : 9, 10 lezen we dat de engelen - want die worden met de overheden en machten in de hemelse gewesten bedoeld - bijzondere aandacht voor de gemeente hebben, omdat ze daarin Gods veelvoudige wijsheid geopenbaard zien. Van het begin af zijn de engelen begerig geweest om in te zien in de dingen die de verlossing van de mens betreffen en die hun tevoren niet bekend waren. Die verborgenheid was van alle eeuwen verborgen in God. Die verborgenheid is de gemeente, het lichaam van Christus.

Ze zien dat in ieder die tot dat lichaam behoort, de Geest van God woont. Deze wonderbare positie van de gemeente is het voorwerp van de bewondering der engelen. Als de engelen de veelvoudige wijsheid van God en zijn liefde geopenbaard willen zien, dan moeten ze neerzien op de aarde en merken die op in alle gelovigen. De engelen hebben in het verleden vele malen Gods wijsheid gezien: zijn wijsheid in de schepping, zijn wijsheid in zijn handelen met de mens en met het volk Isral. Maar de veelvoudige wijsheid van God hebben de engelen pas leren kennen in de gemeente. Met verbazing en bewondering rusten hun blikken op de gemeente. Ze zien wat Gods genade en liefde bewerkt heeft voor en in zwakke sterfelijke schepselen en ze prijzen en verheerlijken God daarvoor.

We zouden er meer aan moeten denken dat de heilige engelen ons gadeslaan. Het kan haast niet anders, of het moet de engelen ook bedroeven als ze dingen bij ons opmerken die niet zijn tot eer van God.

In 1 Kor. 11 : 10 zegt de apostel dat de vrouw "een macht op het hoofd" moet hebben ter wille van de engelen. Het gaat in dat hele hoofdstuk om de Goddelijke orde, om de positie van de man en de positie van de vrouw. En in verband hiermee moet de vrouw een plaats innemen die haar ook uiterlijk onderscheidt van de man. De vrouw behoort te bidden met gedekt hoofd. Wie zou eraan gedacht hebben dat de engelen daar iets mee te maken hebben? Maar Gods Woord zegt het: ter wille van de engelen. Ook in de samenkomsten zijn ze getuigen van alles wat daar gebeurt. En ze letten zelfs op "zo'n kleinigheid" als het al of niet dragen van een hoed of andere hoofdbedekking door de zusters! Het is dus helemaal niet zo'n kleinigheid!

Uit deze Schriftplaatsen zien wij dat de gemeente de bijzondere aandacht en belangstelling van de engelen heeft.

 

Engelen in het boek "De Openbaring"

In geen enkel bijbelboek worden engelen zo vaak vermeld als in "de Openbaring". Meer dan zestig maal worden ze genoemd. Dat bewijst dat ze bij de uitvoering van de oordelen ten nauwste betrokken zijn. Wanneer we alle plaatsen waar in dit boek van engelen sprake is, zouden moeten bespreken, zou dat op een behandeling van het hele bijbelboek uitlopen. En dat gaat de omvang van een artikel ver te boven. Bovendien zou blijken dat we hier bevestiging vinden van alles wat we in het voorgaande reeds over de engelen en hun dienst gezien hebben. Nieuwe aspecten worden niet toegevoegd.

We willen alleen nog de aandacht vestigen op Openbaring 22 :8, 9. De ziener Johannes is opnieuw overweldigd door alles wat hij in zijn visioenen aanschouwd heeft. Als hij de heerlijkheid van het nieuwe Jeruzalem, de vrouw van het Lam, gezien heeft, wil hij evenals in Openbaring 19 bij het aanschouwen van de heerlijkheid van de bruiloft van het Lam, neervallen om de engel die hem dit alles getoond had, te aanbidden. Maar opnieuw wijst de engel dat zeer nadrukkelijk af. "Doe dit niet! Ik ben een medeslaaf van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek bewaren; aanbid God!"

In deze woorden zien we nog eenmaal wat de taak van engelen is. Ze zijn dienende geesten! Ze maken geen aanspraak op verering of aanbidding. Ze blijven trouw aan de hun door God gegeven plaats. Alleen God heeft recht op onze aanbidding. Niets en niemand, ook geen engel heeft het recht zich te plaatsen tussen God en ons. Zij zijn geen middelaars.

Er is maar n Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen.

Engelen zijn medeslaven. Mensen en engelen hebben dezelfde Heer. In de naam van Jezus zal zich alle knie buigen van hen die in de hemel en die op de aarde zijn en die onder de aarde zijn en alle tong zal belijden dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader. Apostelen, profeten en ook allen die het getuigenis van Jezus hebben en die de woorden van God bewaren, allen hebben zij iets gemeen met de engelen. Evenals zij zijn ze gezondenen van God, tot dienst uitgezonden, boden en getuigen van God, getrouwen die het Woord bewaren. Dat behoort althans zo te zijn. De engelen zijn ons voorbeeld. In de dienst en in de aanbidding. "Laten alle engelen Gods hem aanbidden" (Hebr. 1 :6).

 

De grote schepper in 't heelal,
der eng'len Heer en koning,
brengt roem en eer der heil'gen schaar,
lofzingend in zijn woning.

 

En wij ook buigen ons voor Hem,
de oorsprong aller dingen,
in 't blij vooruitzicht, Hem ter eer
het nieuwe lied te zingen.