ENGELEN (2)

 

J. KLEIN HANEVELD

 

Engelendienst in de evangeliën

Die dienst betreft de persoon van de Heer Jezus. Als Gods Zoon mens wordt, blijken de engelen mee te leven, hun activiteit neemt toe. Na een lange tijd waarin God niet gesproken had door zijn profeten en waarin geen engelen aan mensen verschenen waren, voor zover wij weten, was het ogenblik gekomen dat die stilte verbroken zou worden. Nu zou God niet meer spreken in de een of andere profeet, maar "In Zoon". In verband met de komst van de Heer Jezus is telkens sprake van engelen. Gabriël verscheen aan Zacharias en aan Maria om de komst in het vlees van de Verlosser en van zijn voorloper aan te kondigen. Geen groter nieuws kwam ooit van de hemel op aarde. Ook Jozef ontving door een engel in een droom een boodschap uit de hemel en werd ingelicht over dat wat met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, ging gebeuren.

 

En in de nacht dat de Heiland geboren werd, verscheen een engel aan de herders in Efratha's velden. De heerlijkheid van de Heer omscheen hen en in die lichtglans zagen ze de hemelbode die hun grote blijdschap kwam verkondigen. "Heden is u de Heiland geboren, Christus de Heer, in de stad van David". Nooit tevoren is er een groter en verstrekkender tijding uit de hemel tot mensen gekomen. En toen de boodschap was uitgesproken, kwam de hemel in beweging. De engelen wisten wat er had plaats gevonden en zij leefden intens mee. Alleen de aarde verkeerde in onwetendheid over dit geweldig gebeuren. Plotseling was de nachtelijke hemel vol van een grote hemelse legermacht, die God loofde: "Ere zij God in de hoogste hemelen…" We vinden hier een van de heerlijkste engelenverschijningen waarvan in de Schrift sprake is. Voor een ogenblik hebben de engelen de terughoudendheid die hun optreden gewoonlijk kenmerkt, afgelegd. Ze proclameren de vrede: "vrede op aarde, in mensen een welbehagen." Dat is de hemelse reactie op Gods actie op aarde. Zoals de engelen hulde aan God gebracht hebben bij de schepping van de mens, zo konden zij ook niet onbewogen blijven bij de komst van de Verlosser, de Heiland der wereld.

Hoewel de Zoon van God Zich ontledigde, de gestalte van een slaaf aannam en de mensen gelijk werd, bleef Hij het voorwerp van de aanbidding der engelen en van hun dienst.

 

Ten slotte moet nog vermeld worden dat de vlucht van Jozef en Maria met het kindje Jezus en later ook de terugkeer naar Judea ook plaats vond op bevel van een engel. De "volheid des tijds" wordt gekenmerkt door een veelheid van engelenverschijningen.

Na de verzoeking in de woestijn door de satan kwamen engelen en dienden Hem (Matth. 4 : 11; Mark. 1 : 13). Het is niet zeker waarin die dienst bestaan heeft: misschien wel om in zijn lichamelijke nood te voorzien. De eerste Adam was bij de verzoeking bezweken. Daarom werden engelen voor hem een bliksemende afweer. De laatste Adam overwon en werd door de engelen gediend.

Ofschoon dit, afgezien van Gethsémané, de enige plaats in de evangeliën is, waar we lezen dat de engelen de Zoon des mensen op aarde dienden, behoeft er geen twijfel over te bestaan dat ze Hem bij verschillende andere gelegenheden gediend hebben. Ze waren de heilige wachters, boven Hem en om Hem heen. Ze hebben Hem gadegeslagen. Paulus zegt in 1 Tim. 3 : 16 dat Hij door engelen gezien is. In elke periode van zijn leven op aarde, in zijn lijden, in zijn sterven, in zijn opstanding en bij zijn hemelvaart. Ze hebben zijn daden van genade en macht gezien; ze zullen hebben gejuicht toen Hij zijn macht toonde in het uitdrijven van de boze geesten en hun slachtoffers bevrijdde. Ze zullen zich hebben verblijd als mensen zich tot Hem gewend hebben in geloof en aan zijn voeten zijn neergevallen om Hem te aanbidden.

Engelen waren getuigen van zijn strijd in Gethsémané en het is ontroerend te lezen dat een engel uit de hemel kwam om Hem te versterken (Luk. 22 :43). Hij, de Zoon van God, de Schepper van mensen en engelen, was waarachtig mens en had het nodig door een engel versterkt te worden. Het ogenblik zou weldra komen dat Hij van alle hulp afstand zou doen, vrijwillig. Wanneer Hij gevangen genomen en gebonden wordt, zegt Hij tegen Petrus dat twaalf legioenen van engelen tot zijn beschikking zouden staan, als Hij daar de Vader om bidden zou. Wat had Petrus' getrokken zwaard daarbij te betekenen? Maar de Schriften moesten vervuld worden! Wat een overgave en een offerbereidheid liggen er achter deze woorden over de engelenlegioenen. De engelen zouden dan niet opklimmen en nederdalen op de Zoon des mensen. De hemel zou gesloten zijn tijdens de uren van duisternis. De Schrift moest vervuld worden. De Zoon bleef onderworpen aan de Vader. Zijn wil moest gedaan worden; de Christus moest lijden en daarom ziet de Heer af van engelenhulp. Wat zullen de engelen zich verwonderd hebben over alles wat zich daar op aarde afspeelde: de Rechtvaardige en Heilige leed en stierf voor de onrechtvaardigen. Wat zullen ze zich verwonderd hebben over de grote liefde van God en over zijn rechtvaardigheid en wijsheid, die openbaar werden aan het kruis van Christus!

 

Na zijn opstanding mogen engelen de eerste boodschappers zijn van zijn glorie. Alle evangelieschrijvers vermelden de aanwezigheid van engelen bij het ledige graf. Niet om de Levensvorst door te laten, maar om te laten zien dat het graf werkelijk leeg was. De vrouwen die onderweg waren naar dat graf, moesten dat zelf kunnen constateren. De engelen zeggen tegen hen: "Ik weet dat gij zoekt Jezus, de Gekruisigde. Hij is hier niet, want Hij is opgestaan, zoals Hij gezegd heeft." – "Wat zoekt gij de levende bij de doden?"

Bij al Gods grote heilsdaden zijn de engelen aanwezig. Ook bij de hemelvaart van de Heer Jezus. Wanneer de discipelen nog verwonderd staren naar de hemel waarheen ze hun Heer hebben zien heengaan, staan plotseling twee engelen bij hen en kondigen zijn wederkomst aan.

Het is een grote dag geweest toen de Zoon van God, bekleed met een menselijk lichaam, terugkeerde naar de hemel, nadat Hij het verlossingswerk volbracht had en de plaats van eer en heerlijkheid innam aan Gods rechterhand. Wat een vreugde zal er in de hemel geheerst hebben, toen Hij die plaats der ere innam en engelen en machten en krachten Hem onderworpen waren (1 Petr. 3 :22). Nu wacht Hij, totdat zijn vijanden gesteld zullen zijn tot een voetbank voor zijn voeten. En dat zal zijn op de dag dat de Vader Hem zenden zal om zijn macht te aanvaarden op aarde en zijn recht te laten gelden. Dan zal Hij geopenbaard worden van de hemel met de engelen van zijn kracht (2 Thess. 1 : 7) "in vlammend vuur over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie van onze Heer Jezus Christus niet gehoorzamen." Dan zal Hij komen als de Zoon des mensen in zijn heerlijkheid en zijn macht aanvaarden.

 

Engelendienst in het boek "De Handelingen"

Men zoekt in het boek "De Handelingen" tevergeefs naar één engelverschijning, waarbij opnieuw een Goddelijke boodschap die betrekking heeft op het heil in Christus door hen wordt doorgegeven aan mensen. Na de uitstorting van de Heilige Geest, die de gelovigen in staat stelt om te getuigen, treden de engelen als getuigen geheel terug. Voortaan zijn mensen de getuigen van God op aarde. Daarom blijven bij de uitstorting van de Heilige Geest de engelen ook geheel op de achtergrond. Nu de Heilige Geest er is, zal Hij de discipelen indachtig maken wat de Heer hun gezegd heeft.

Als er nog engelen optreden in "de Handelingen" - en dat is toch nog verscheidene malen het geval - dan gebeurt dat alleen om het getuigenis voortgang te doen hebben, niet om zelf als getuigen op te treden.

Veelal heeft hun dienst gebedsverhoring tot doel. In Hand. 5 : 19 opent een engel de deuren van de gevangenis en leidt de apostelen naar buiten en zegt: "Gaat heen en staat in de tempel en spreekt tot het volk al deze woorden des levens." Hier verklaart de engel zelf zijn optreden als dienst aan de voortgang van de verkondiging. De discipelen doen dat ook en gaan vroeg in de morgen de tempel in om te leren.

 

Engelendienst aan de voortgang van het evangelie vinden we ook in Hand. 8 :26, waar een engel aan Filippus de opdracht geeft om naar de weg te gaan die van Jeruzalem naar Gaza voert en waardoor de kamerling uit Ethiopië het evangelie te horen krijgt. Het is ook weer een engel die ingeschakeld wordt, wanneer de Romeinse hoofdman, Cornelius, de boodschap moet horen. Maar die boodschap brengt hij niet zelf; dat moet Petrus doen!

Als Petrus in de gevangenis is, wordt hij door een engel bevrijd, opdat het evangelie ook verder nog door Petrus kan worden verkondigd. En Herodes wordt door een engel geslagen, zodat hij sterft, waardoor deze Gods eer handhaaft tegenover de zelfvergoding van de mens.

Voor de laatste maal is er sprake van een engelverschijning als Paulus op weg naar Rome zijn medepassagiers op het schip vertelt dat er in de afgelopen nacht een engel bij hem gestaan heeft, die gezegd heeft: "Vrees niet, Paulus, gij moet voor de keizer verschijnen; en zie, God heeft u allen geschonken die met u varen." Het evangelie moet nog door Paulus in Rome verkondigd worden. Redden en bemoedigen met het oog op de evangelieverkondiging, dat is de bescheiden dienst van de engelen, nadat de Heilige Geest de gelovigen zelf tot getuigen van Christus en tot boodschappers van het heil heeft gemaakt.

 

Engelendienst nu

Het feit dat wij geen engelen gezien hebben, wil natuurlijk helemaal niet zeggen dat ze opgehouden hebben de aarde te bezoeken en niet langer werkzaam zijn ten behoeve van ons. Waar men vooral de laatste jaren steeds meer tot de erkenning komt dat er demonische machten werken op de achtergrond van de wereldgeschiedenis, daar mogen wij eraan vasthouden dat ook nu nog de engelen krachtige helden zijn, die uitgezonden worden om de gelovigen te dienen. We mogen ons ervan overtuigd houden dat ook nu nog engelen ons beschermen en bewaren. Grote Godsmannen uit alle tijden verhalen van wonderbare uitreddingen uit dreigende gevaren, die zij niet anders konden verklaren dan als hulp van engelen. En met name van het zendingsveld zijn zeer betrouwbare berichten over bijzondere hemelse bijstand bekend geworden. Het staat daarom wel vast dat God engelen gebruikt om zijn kinderen en dienstknechten te beschermen, Engelen omringen ons en wij hebben er geen weet van. Ze zijn dienende geesten die uitgezonden worden ten dienste van hen die het heil zullen beërven. Het woord "dienend" dat daar in het Grieks gebruikt wordt, wijst erop dat die dienst gericht is op God. Maar al zijn ze in eerste instantie dienaren van God en niet van mensen, ze worden door God uitgezonden ten behoeve van de gelovigen.

 

Van één bepaalde dienst wordt uitdrukkelijk gesproken in Lukas 16, waar Lazarus door de engelen gedragen wordt in de schoot van Abraham. Het is goed eraan te denken dat deze geschiedenis in de Schrift niet een gelijkenis genoemd wordt. Men moet die zien als een ware gebeurtenis en het gaat om mensen die werkelijk geleefd hebben. Van één van hen wordt de naam zelfs genoemd. Er is dus in het geheel niets tegen om aan te nemen dat de engelen deze dienst verrichten bij het ontslapen van alle gelovigen. Ze dragen de ziel in het paradijs. Als Gods kinderen ontbonden worden - wat toch vaak een smartelijke ervaring is - ondervinden zij in die moeilijke stervensure de hulp van engelen. De Heer Jezus zegt dat ze door de engelen gedragen worden. Of ze nu te midden van hun geliefden vredig inslapen of onder verschrikkelijke omstandigheden de dood vinden, dat maakt geen enkel verschil: "door de engelen gedragen". Voordat het lichaam gedragen wordt naar het graf, wat de laatste dienst is die wij aan de ontslapene kunnen bewijzen, zijn de engelen er al geweest en hebben de ziel gedragen naar het paradijs. Ontbonden te worden en met Christus te zijn, is verreweg het beste. Het paradijs is een plaats waar Christus is en daarheen dragen de engelen dus hun kostbare last.

 

In Psalm 91 lezen we dat God "aangaande u zijn engelen zal gebieden … op de handen zullen zij u dragen…" Dat geldt in de allereerste plaats Christus, want deze psalm is duidelijk Messiaans. Maar er staan stellig ook beloften in voor ons. Engelen dragen al bij het leven en ze doen dat ook bij het ontslapen. Ze dragen op de handen … Weinigen zullen zich realiseren dat deze typering van tere en vererende zorg oorspronkelijk ontleend is aan de dienst der engelen.