Boekbespreking

 

W.J. OUWENEEL Ezn.

 

De evolutieleer - een theorie op haar retour

 

Het is bedroevend te zien wat een snelle opmars de evolutionistische denkwijze in de hele wereld gemaakt heeft. Zelfs in ons land, dat in de vorige generatie nog gold als een bolwerk van bijbels-orthodoxe wetenschapsbeoefening, vindt men nauwelijks nog predikanten en ontwikkelde leken, die vasthouden aan de volledige betrouwbaarheid van het scheppingsverhaal en daarmee aan de hele Schrift. Op de middelbare scholen en universiteiten wordt men belachelijk gemaakt als men de evolutionistische nonsens niet wil slikken en wil vasthouden aan Genesis 1. Zelfs in ons midden wordt men soms verbaasd aangekeken als blijkt dat men gelooft in een letterlijke interpretatie van het eerste bijbelhoofdstuk.

Daarom is er een grote behoefte aan goede lektuur op dit gebied, die de ogen kan openen van velen (vooral middelbare scholieren) die overdonderd worden door de aktieve evolutionistische propaganda en door de vele zgn. "bewijzen" voor de evolutieleer die de populair-wetenschappelijke bladen ons voorschotelen. We mogen daarom blij zijn met de verschijning van de Nederlandse uitgave van een boek geschreven door Prof. Henry M. Morris, waterbouwkundig hoogleraar in de Verenigde Staten. Deze Nederlandse vertaling draagt de titel die boven dit stukje staat, en is verschenen bij Uitgeverij "De Vuurbaak" in Groningen, en verkrijgbaar bij br. Medema (prijs f 8,90). Het is zeer verheugend dat er nog geleerden zijn als Morris, die niet alleen thuis zijn in de natuurwetenschappen maar ook hun bijbel kennen. Daardoor is Morris in staat niet alleen de zogenaamde bewijzen voor de evolutieleer met overtuigende kracht te weerleggen, maar hij durft het ook aan de wetenschappelijke feiten op een verrassende en geheel aanvaardbare manier te verklaren in volkomen overeenstemming met de letterlijke gegevens van de Schrift, zonder dat hij het nodig heeft te proberen de duidelijke uitspraken van God te verzoenen met de fantasieŽn van de evolutionisten. Hij laat zien dat de invloed van het evolutionisme buitengewoon verderfelijk is geweest op onze samenleving, zodat alleen al op grond daarvan deze leer als demonisch ontmaskerd zou moeten worden. Verder toont hij duidelijk aan dat de evolutieleer in strijd is met Šlle werkelijke feiten die we kennen, zowel met de hoofdwetten van de natuurkunde, van de erfelijkheidsleer, als van de geologie. Vervolgens laat hij zien dat de bekende wetenschappelijke feiten wťl harmoniŽren (hoe zou het ook anders kunnen!) met de scheppingsweek van zes gewone dagen, de zondeval die de dood in de wereld heeft gebracht, en de zondvloed die volgens het getuigenis van de Schrift zo'n geweldige catastrofe was, dat deze wereldomvattende ramp verantwoordelijk moet zijn geweest voor de geologische aardlagen met al hun fossielen. Inderdaad blijkt onze kennis van de aardlagen opmerkelijk overeen te stemmen met het verslag van de zondvloed.

 

Door deze zuiver-Schriftuurlijke verklaring is deze Nederlandse uitgave uniek te noemen onder de boeken die wij op dit gebied in onze taal hebben. Want de grote verdienste van dit boek is, dat het niet probeert een compromis te vinden tussen de evolutionistische dogma's en de uitspraken van de Schrift. Veel boeken die we in onze taal bezitten, gaan juist aan dit grote euvel mank. Niet alleen het recente werkje van Dr. Flipse, maar zelfs een boek van een zo godvrezend man als Prof. Bettex ontkomt niet aan een goedbedoelde maar heilloze verzoeningspoging tussen het evolutionisme en de bijbel. Morris, en vele andere geleerden van tegenwoordig, tonen aan dat een poging om de geologische tijdperken in te leggen in Genesis 1 niet alleen tot mislukken gedoemd is, maar bovendien altijd in strijd komt met de meest fundamentele waarheden in de Schrift. Omdat deze verklaring van Genesis 1 ook in ons midden steeds vaker wordt gehoord, dient dit boek van Morris met des te meer klem te worden aanbevolen.

Ongetwijfeld zal het boek niet voor iedereen even gemakkelijk te lezen zijn; het is ook niet gemakkelijk zo'n diepgewortelde dwaling als de evolitieleer zomaar even te weerleggen. Maar voor hen die met deze problemen in aanraking komen (met name de middelbare-schooljeugd en hun ouders) zal het de moeite lonen zich in dit belangrijke boek te verdiepen.

Voor hen die Engels lezen kan dit boek tevens een inleiding zijn tot de Engelse boeken van de schrijver, namelijk: H.M. Morris: "The Bible and Modern Science" (Moody Press, Chicago). H.M. Morris & J.C. Whitcomb: "The Genesis Flood" (Presb. & Ref. Pub. Cy, Philadelphia). Dit laatste boek is een zeer bekend standaardwerk dat in het bezit moet zijn van iedereen die geÔnteresseerd is in natuurwetenschappen en in het Woord van God. Het wordt zeer gewaardeerd door de vele geleerden in Amerika die een letterlijke interpretatie van Genesis 1 voorstaan. Beide boeken zijn te bestellen bij de boekhandel of bij br. Medema. Graag geef ik ook inlichtingen over andere Engelse literatuur op dit gebied. (Mijn adres is: Tafelbergdreef 174, Utrecht).