ECHTSCHEIDING EN HERTROUWEN

 

H. WILTS

 

In het meinummer van de "Bode" werd aan het slot van het artikel over echtscheiding nog een vervolgartikel in uitzicht gesteld, waarbij ook binnengekomen reacties aan de orde zouden kunnen komen.

Er zijn twee brieven binnengekomen. De ene briefschrijver geeft de gedachten weer van Grant in zijn "Numerical bible" waaraan hij eigen conclusies verbindt en de andere meent dat de gedeelten uit Darby's brieven niet juist vertaald zijn.

In dit artikel wil ik me beperken tot een bespreking van de woorden van de Heer Jezus over dit onderwerp in Matth. 5 en 19 en over wat Paulus hierover schrijft in 1 Kor. 7 en Rom. 7.

MattheŁs 5 en 19

Bij het Joodse volk werden verschillende motieven als gronden voor echtscheiding aanvaard. We kunnen die in twee samenvatten:

1) wegens hoererij van ťťn der partijen;

2) wegens "allerlei redenen".

In het oude testament stond op het eerste de doodstraf voor de schuldige en was daardoor het huwelijk beŽindigd en de mogelijkheid geopend voor hertrouw van de andere partner. Het blijkt dat deze wet later niet in zijn volle kracht werd toegepast en de Heer eiste dit ook niet toen de overspelige vrouw voor Hem gebracht werd (Joh. 8).

Wel blijkt duidelijk uit zijn woorden in Matth. 5 dat de Heer echtscheiding op grond van hoererij erkent. Maar dit is dan ook de enige grond. Het verstoten van de vrouw om "allerlei redenen" wijst Hij met beslistheid van de hand. Mozes heeft dit toegelaten om de hardheid van hun hart, maar het is van het begin niet zo geweest en is in strijd met Gods bedoeling van het huwelijk.

De vraag of echtscheiding op grond van hoererij geoorloofd was, is nergens in de bijbel aan de orde gesteld. Die kwestie was voor de Joden, ook de meest rechtzinnige, volkomen duidelijk. Om deze vraag gaat het dan ook niet in Matth. 5 en 19 en gelijkluidende plaatsen. Die vraag kwam ook niet voor bij de verschillende vragen die Paulus van de KorinthiŽrs ontving over het huwelijksleven, die hij in het zevende hoofdstuk beantwoordt.

Het plegen van overspel was in IsraŽl een erkende grond voor echtscheiding en wordt ook door de Heer als zodanig erkend. In de huwelijkswetgeving wordt deze grond voor scheiding dan ook algemeen aanvaard.

Het betreurenswaardige is dat dit voor de Joden niet ver genoeg ging. Zij wensten meer mogelijkheden. We weten dat dit streven ook in ons land tot uiting is gekomen en in sommige andere landen reeds vergaand is gerealiseerd.

Maar deze gronden van scheiding erkent de Heer niet. En waar om die reden een scheiding heeft plaats gevonden, blijft voor Hem toch het huwelijk als intact beschouwd. Daarom wordt een "hertrouwen" in dit geval een daad van overspel genoemd.

We vinden hiervan een voorbeeld in de bijbel. Herodias heeft haar man kwaadwillig verlaten en is met haar zwager getrouwd. Zowel voor haar als voor Herodes was dit een daad van echtbreuk. Het eerste huwelijk was immers niet geŽindigd. Daarom kon Johannes terecht zeggen dat het Herodes niet geoorloofd was haar te hebben. Hij leefde in overspel met haar die nog de wettige vrouw van Filippus was.

Wat tot Herodes gezegd werd, kan toegepast worden op ieder die een "verstotene" trouwt. Maar we moeten hierbij wel bedenken dat het dan gaat om iemand die om "allerlei reden" is verstoten. Het gaat om een ongeoorloofde scheiding. De eerste man blijft in bijbelse zin haar echtgenoot en daarom wordt zij, als ze tijdens het leven van die man de vrouw van een ander wordt, een overspeelster genoemd.

We mogen deze woorden echter niet toepassen op de gevallen van scheiding wegens hoererij, die immers door de Heer als enige uitzonderingsgevallen erkend worden. Wie de conclusies, die de Heer verbindt aan de ongeoorloofde scheiding, ook wil verbinden aan de geoorloofde scheiding, maakt daarmee in feite de woorden van de Heer krachteloos. Beide gevallen worden dan immers gelijk gesteld, terwijl de Heer een duidelijk verschil maakt. Hij ontzegt het recht tot hertrouwen uitsluitend aan hen die op door Hem niet erkende gronden gescheiden zijn.

Het is zeer belangrijk het onderscheid in deze gevallen te zien. Beide soorten van scheidingen komen ook nu voor. Een scheiding "om allerlei redenen" kan tot stand komen, zij het nu nog met behulp van de grote leugen. In veel landen wordt de weg al heel gemakkelijk gemaakt. Maar christenen behoren de beginselen van de Schrift te handhaven en mogen op die gronden dus niet scheiden.

Voor de christen is de enige grond voor scheiding het bedrijven van overspel van de andere partij. Voor die andere partij geldt dan het woord uit de Schrift: "Overspelers en hoereerders zal God oordelen". Van de onschuldige partij te eisen toch ongetrouwd te blijven, zou betekenen dat men dit bijbelse scheidingsrecht ontkent. En de konsekwentie zou zijn dat men zulke personen in hun nieuwe huwelijk zou moeten beschouwen als in overspel levend met alles wat daaraan verbonden is. Deze houding vloeit voort uit een door elkaar halen of verbinden van de twee scheidingsgevallen, die de Heer duidelijk onderscheidt. Dit is niet geoorloofd. Een andere vraag is natuurlijk of een gelovige gebruik behoort te maken van dit recht tot scheiden en een andere of het goed is daarna opnieuw te trouwen. De bijbel geeft hierin geen voorschriften en de gelovige zal in het gevoel van genade in gemeenschap met de Heer onder biddend opzien tot Hem de beste weg moeten vinden. Waar de Heer geen voorschriften geeft, moeten wij dit ook niet doen.

1 Korinthe 7

Er bestaan verschillende verklaringen over dit gedeelte uit de brief van Paulus. Sommigen zien hier verschil met de woorden van de Heer dat hij ook het scheiden op grond van overspel niet erkent, omdat hij hierover niet spreekt. Zij menen dan dat de Heer zich nog min of meer op de bodem van de wet stelt, terwijl Paulus op de bodem van de volle genade staat. Anderen menen dat Paulus juist een uitbreiding aan de scheidingsmogelijkheid geeft in het geval van de "gemengde huwelijken".

Het komt mij voor dat er noch voor het een, noch voor het ander reden is. We moeten bedenken dat Paulus hier antwoord geeft op hem gestelde vragen. Scheiden op grond van overspel leverde noch voor Joden, noch voor heidenen een moeilijkheid. Het scheiden op andere gronden wel. Het onderwijs van Jezus was de bekeerde Joden hoogstwaarschijnlijk nog niet bekend. Voor de uit het heidendom bekeerde christenen lagen op dit terrein allerlei vragen zoals die zich in die landen nog voordoen, door de zoveel lossere huwelijksmoraal. Sommigen hadden bij hun bekering zo'n scheiding achter de rug, anderen leefden met een onbekeerde huwelijkspartner. Dat riep allerlei vragen op.

Het gaat in dit gedeelte om scheiding om andere reden dan om hoererij, juist als in de gesprekken van de Heer met de farizeeŽn. En bij de beantwoording van de vraag in vs. 10 en 11 beroept Paulus zich op de woorden van de Heer. In overeenstemming met die woorden stelt hij dan ook vast dat er van een nieuw huwelijk voor de gelovige geen sprake kan zijn als zo'n ongeoorloofde scheiding heeft plaats gevonden. Er zijn maar twee mogelijkheden, verzoening of ongetrouwd blijven. Hier komt nog bij dat we bij de woorden scheiden en verstoten niet eens behoeven te denken aan de officiŽle betekenis die het woord "scheiden" voor ons nu heeft. Het woord dat hier met scheiden vertaald wordt, wordt elders b.v. vertaald met "zich verwijderen" (Hand. 1 : 4), "vertrekken" (Hand. 18 : 1, 2) en het woord "verstoten" met wegzenden (Matth. 14 : 15), wegsturen (Matth. 15 : 23), vrijlaten (Matth. 18:27), loslaten (Matth. 27 : 15). Er komen nog andere vertalingen voor, maar deze zijn voldoende om de betekenis van deze woorden aan te tonen.

Darby en Grant gebruiken voor het officiŽle scheiden "divorce" en voor het ander "separation". Vert. N.B.G. gebruikt in 1 Kor. 7 het woord verlaten, wat de zaak duidelijker maakt. Dit moet dan opgevat worden als ons "kwaadwillig verlaten", wat volgens onze wetgeving na een bepaald aantal jaren een grond voor scheiding is. Paulus erkent deze grond niet, er is immers maar ťťn grond voor scheiding: overspel van de andere partner. En daarvan is hier geen sprake. Bovendien blijkt dat dit verlaten "kwaadwillig" is, omdat zij "zich moeten verzoenen". Als dit om welke reden dan ook niet mogelijk blijkt, mag zij toch niet hertrouwen omdat door deze vorm van "scheiding" het huwelijk niet ontbonden is en zij bij trouwen met een ander overspel zou bedrijven. Deze redenering is in volkomen overeenstemming met wat de Heer leerde en dat was natuurlijk ook niet anders te verwachten.

In de verzen 12-16 bespreekt Paulus de kwestie van het gemengde huwelijk. We mogen aannemen dat dit gemengde karakter is ontstaan na de bekering van ťťn der partners. daar een huwelijk tussen gelovigen en ongelovigen niet behoort plaats te vinden. Dat er na de bekering van ťťn der partners moeilijkheden voorkwamen is gemakkelijk aan te nemen. Dat is ook nu gewoonlijk het geval. Maar voor de gelovige mag dit geen reden zijn om aan de verbintenis een einde te maken. De enig toegestane reden is immers overspel. En daarover wordt hier niet gesproken. Als de ongelovige partner wegens het gelovig worden van de ander beslist aan de verbintenis een einde wil maken, blijft er voor de gelovige niets anders over dan hierin te berusten. Die is dan niet meer gebonden, de huwelijksverplichtingen bestaan niet meer. Dat hier een ander woord gebruikt is dan dat in vs. 39 kan niet zonder betekenis zijn. In het laatste geval is aan het bestaande huwelijk een einde gekomen door het sterven van de andere partner. Dit behoort naar Gods gedachten de enige reden te zijn. De andere reden die erkend wordt is zoals gezegd: overspel. Maar in vs. 15 is van geen van die twee mogelijkheden sprake. Hier moet m.i. wel uit voortvloeien dat de gelovige niet kan trouwen voor de weggegane partner is gestorven of door een nieuw huwelijk een grond voor scheiding heeft opgeleverd. Vůůr die tijd is naar de leer der Schrift aan het oorspronkelijk huwelijk geen einde gekomen en zou hertrouwen een daad van overspel zijn, evengoed als in het geval van vers 11.

Romeinen 7

In dit gedeelte spreekt Paulus over het normale huwelijk en gebruikt dit als een illustratie om de verhouding van de christen tot de wet duidelijk te maken. Het is klaar dat het Gods bedoeling is dat het huwelijk intact blijft tot de dood van een der partners. Dat blijkt ook uit veel andere schriftplaatsen.

Maar men mag uit dit normale geval niet afleiden dat Paulus het door de Heer gestelde uitzonderingsgeval als grond voor scheiding niet zou erkennen. Als een scheiding tot stand komt om een reden die door de Heer erkend wordt, moet men aannemen dat aan dit huwelijk ook werkelijk een einde is gekomen. Dan mag men ook niet eisen dat zo'n bedrogen vrouw haar schuldige, gescheiden echtgenoot nog als "haar man" beschouwen moet zolang hij leeft. Dit geldt alleen voor ongeoorloofde scheidingen; dan is hertrouwen overspel, de enige reden waarom dit niet mag. Wie de conclusies van de Heer verbonden met het ongeoorloofde scheidingsgeval ook toepast op die van het toegestane, maakt in feite die woorden van de Heer krachteloos. En dit leidt tot een meedogenloos oordeel over personen die in deze omstandigheden verkeren, dat niet door de Schrift gerechtvaardigd wordt.

Het argument dat alleen hoererij en niet overspel door de Heer als een grond voor scheiding wordt erkend, gaat m.i. niet op. Natuurlijk is er verschil tussen deze woorden, maar als we Jer. 3 en EzechiŽl 16 en 23 lezen, zien we dat beide woorden op dezelfde gevallen worden toegepast. Overspel of echtbreuk moeten we m.i. dan ook zien als een bijzonder geval van ontucht of hoererij. Hoererij is niet altijd echtbreuk, echtbreuk is wel hoererij. Hetzelfde kan gezegd worden van twee andere synoniemen die in de Schrift ook in ťťn adem genoemd worden als hoererij en overspel, nl. leugen en lasteren. Liegen is niet altijd lasteren, maar lasteren betekent wel liegen.