Afscheidswoorden (2)

 

H. WILTS

 

Jozua

Aan het begin van het boek dat naar zijn naam genoemd is, wordt deze man ons voorgesteld als Jozua de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, en aan het slot als Jozua de zoon van Nun, de knecht des Heren. Als dienaar van Mozes begonnen, eindigde hij zijn loopbaan met dezelfde titel die God aan zijn meester gegeven had. In deze dienst van Mozes ontving hij de vorming, die hem geschikt maakte de toekomstige leider van het volk te worden.

Zo kon ook later een jongeman, TimotheŁs, als medewerker van Paulus uitgroeien tot de zelfstandige arbeider van de Heer, van wie Paulus zulk een uitstekend getuigenis kon geven in zijn brief aan de FilippiŽrs. Belangrijke aanwijzing voor jonge broeders, die zich graag nuttig willen maken in de dienst van de Heer.

In Ex. 17 leren we deze jongeman kennen als een strijdbaar held en in Num. 13 als een man des geloofs. Hij vergezelde zijn meester bij het beklimmen van de berg, terwijl we later lezen, dat hij niet week uit zijn tent. In Num. 27 lezen wij dat hij door God Zelf als de opvolger van Mozes wordt aangewezen.

Hoe hij deze taak verricht heeft, wordt ons in het boek Jozua uitvoerig beschreven. Het eindigt met zijn afscheidsrede. Deze wordt ons in twee gedeelten weergegeven in de hoofdstukken 23 en 24.

Ook uit deze rede willen we enkele punten naar voren brengen:

 

De daden des Heren

Jozua toont aan wat God in het verleden gedaan heeft en nog doen zal (23 :3, 5, 14). In 24 :1-13 vinden we Gods daden voorgesteld in de roeping van het volk onder Abraham, de uitverkiezing onder Jakob, de verlossing onder Mozes en het invoeren in het land onder Jozua zelf. Zo heeft God getoond dat er zijnerzijds van zijn beloften niets onvervuld is gebleven. Hij voegt er de ernstige waarschuwing aan toe, dat God even zeker het kwaad over hen zal brengen, als zij zouden afwijken (vs. 15, 16).

 

Het dienen van de Heer

Ook in deze afscheidsrede klinkt krachtig de oproep om toch uitsluitend de Heer te dienen. Verschillende woorden worden hiervoor gebruikt: dienen (in getrouwheid en oprechtheid), aanhangen, liefhebben, vrezen. We zouden zeggen, dat toch eigenlijk zo'n krachtig vermaan na de herinnering aan de machtige daden aan hen bewezen, niet nodig moest zijn. Maar hoe staat het met de dankbaarheid en toewijding van ons aan wie nog zoveel meer is geschonken?

 

Geen vreemde goden

Ze zouden God alleen kunnen dienen door standvastig te zijn in het vasthouden en volbrengen van alles wat geschreven stond in het wetboek van Mozes. Dit kon onmogelijk samengaan met de dienst van afgoden, die de vaderen in Egypte en de woestijn gediend hadden, of de goden van het land waarin zij nu woonden. Er was keus genoeg in dit opzicht, maar welke goden ze ook zouden kiezen, ze zouden er mee te gronde gaan. Slechts ťťn besluit kon het juiste wezen en daarin kon Jozua zichzelf door Gods genade ten voorbeeld stellen.

 

Het voorbeeld

Welk een gezegende invloed gaat er uit van vooraanstaande gelovigen als zij in hun persoonlijke wandel, in hun huis en zaak verwerkelijken wat ze anderen leren. Leringen wekken, maar voorbeelden trekken, zegt een spreekwoord. Omgekeerd kunnen de funeste gevolgen niet uitblijven wanneer juist het omgekeerde het geval is.

Ook Paulus was zulk een goed voorbeeld. Hij kon de gelovigen opwekken hem na te volgen, zoals hij een navolger van Christus was. De gelovigen die door hem in alle zaken van het praktisch christelijk leven onderwezen werden, konden in hem zien hoe hij dit zelf toepaste. Dat dit voor een dienstknecht van de Heer van de grootste betekenis is, behoeft geen betoog. Daarom werd ook de jonge TimotheŁs er op gewezen toch te zorgen in alles een voorbeeld te zijn.

Daarvoor wordt standvastigheid vereist. Er is gevaar zich met de stroom te laten meevoeren, zich met anderen mee te laten aftrekken. Dit gevaar is ook in onze tijd zeer reŽel aanwezig.

Maar al zou het volk een keuze maken uit de vele afgoden, het besluit van Jozua stond vast. Hij zou de Here dienen. En dat niet alleen. Hij nam die beslissing niet enkel voor zich persoonlijk, maar ook voor zijn huis.

 

Ik en mijn huis

Een ingrijpend en verstrekkend besluit. En niet gemakkelijk uit te voeren. Het is heel wat gemakkelijker voor een gelovige om in persoonlijke gehoorzaamheid God te dienen en te zeggen, dat vrouw en kinderen dit dan maar voor zichzelf moeten uitmaken, "ze hebben immers hun eigen verantwoordelijkheid". Maar zo ziet God de plaats van de man en vader in zijn gezin niet.

Eli wordt verweten dat hij in vaderlijke tucht tekort geschoten is. Natuurlijk kon hij hen niet bekeren. Dat kon SamuŽl ook niet, wiens zonen helaas ook niet in de wegen van hun vader wandelden toen zij volwassen waren. Geen enkele vader kan dat. Maar dat neemt niet weg, dat de vader als hoofd van het gezin verantwoordelijk is voor wat in zijn gezin, zijn huis plaats vindt.

Vanzelfsprekend is de uitoefening van dit door God gegeven gezag heel iets anders dan een willekeurig regeren. We vinden daarvoor aanwijzingen genoeg in de Schrift. Er is veel genade, veel wijsheid, ook veel liefde en geduld vereist, maar toch - geen vader mag zich aan deze verantwoordelijkheid onttrekken. En juist in onze tijd, waarin de verhoudingen in huwelijk en gezin zo dikwijls anders worden aangetroffen - en zelfs verdedigd - als de bijbel ons leert, is het extra nodig elkaar hierop te wijzen.

 

De uitwerking

Zijn woorden schijnen een zeer gunstige uitwerking bij het volk teweeggebracht te hebben "ook wij zullen de Heer dienen". Als zo'n besluit voor de Heer genomen wordt in het bewustzijn, dat men daarvoor de genade des Heren nodig heeft en die ook inroept, zal de Heer ook zeker genade schenken om dit besluit te verwerkelijken. Maar als zoiets in een opwelling van het hart wordt uitgesproken en op eigen energie wordt vertrouwd, zal er niets van terecht kunnen komen.

Zelfvertrouwen leidt tot bittere teleurstelling. Hoe dikwijls treffen we dit aan bij gelovigen in de bijbel, denken we slechts aan Petrus. En hoe vaak hebben we dit misschien zelf tot onze schade ondervonden. Deze toestand is ook bij het volk aanwezig en wordt door Jozua doorzien. Vandaar zijn antwoord. En hij wijst nog eens op de gevolgen van het afwijzen van God. Daarna komen zijn woorden: "Nu dan, doet de vreemde goden weg, die in uw midden zijn en neigt uw harten tot de Heer." Zij beloven wel het laatste te zullen doen en zeggen: "De Here onze God zullen wij dienen en naar zijn stem zullen wij horen". Maar we lezen helaas niet, dat zij ook het eerste gedaan hebben. En hier zien we de wortel van de tweeslachtigheid, waaraan het volk ten slotte te gronde gegaan is. Met het sluiten van een verbond en het oprichten van een steen der getuigenis liet hij het volk gaan. Tijdens zijn leven hebben zijn woorden en voorbeeld hun gunstige invloed uitgeoefend en hebben ze nog nagewerkt in hen die hem overleefden. Zo sprak en spreekt ook deze trouwe dienstknecht nog, nadat hij gestorven is.