Hij leidde hem tot Jezus

J. KLEIN HANEVELD

 

Andreas was stellig geen bijzonder opvallende figuur onder de apostelen. Als Johannes in zijn evangelie beschrijft hoe zijn eerste ontmoeting met de Heer Jezus plaats vond, introduceert hij Andreas als de broer van Simon Petrus. Telkens wordt hij als het ware in het voorbijgaan genoemd. Mensen die alleen maar bekend zijn door de familieband met anderen, zijn doorgaans geen in het oog lopende figuren.

Of Andreas grote gaven gehad heeft, weten we niet. In ieder geval blijkt dat niet uit de Schrift. Wel weten we dat deze man aanvankelijk behoorde tot de volgelingen van Johannes de doper. Dat wijst erop dat hij onder de indruk gekomen is van diens prediking. Waarschijnlijk heeft hij zich ook door Johannes laten dopen onder belijdenis van zijn zonden en verwachtte hij het koninkrijk der hemelen. Andreas behoorde tot hen die de boodschap van Johannes gehoord hadden en er gevolg aan hadden gegeven.

En toen kwam de dag dat hij Johannes hoorde uitroepen: "Zie, het Lam van God!" Dat getuigenis was voor hem voldoende om de Heer Jezus te volgen. Van die Persoon wilde hij meer weten. Hij had een ontmoeting met de Heer, hij en zijn vriend. Ze blijven die dag bij Hem. Welke indruk die ontmoeting op hem gemaakt heeft, blijkt uit het getuigenis dat hij aflegt tegenover zijn broer: "Wij hebben de Messias gevonden!"

Andreas had de Heiland gevonden en het eerste wat hij deed, was getuigen van Hem. Al had hij dan misschien geen grote gaven, getuigen kon hij wel! Hij begon dicht bij huis, want hij vond eerst zijn eigen broer Simon. Hij leidde hem tot Jezus, lezen we. Prachtig is dat, wat ons hier wordt meegedeeld. Je hoeft geen gave te hebben om dit belangrijke werk te kunnen doen. Daarvoor hoef je geen bijzondere roeping te hebben. Pas later heeft Andreas de roeping gekregen, waarvan we lezen in Matthes 4 : 19 "Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken." Zielen winnen voor de Heiland, mensen leiden tot de Heer Jezus kunnen we allen, als we Hem kennen en liefhebben.

 

Driemaal lezen we in het evangelie van Johannes dat Andreas mensen in contact brengt met de Heer Jezus. Eerst had hij het voorrecht zijn eigen broer tot Hem te leiden. Daarna lezen wij in Joh. 6:8 en 9, dat hij een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen bij de Heer brengt. In Joh. 12:20-22 is het Andreas die samen met Filippus het verzoek van enige Grieken overbrengt, die de Heer Jezus wensen te zien. Of deze mensen werkelijk in contact met de Heiland geweest zijn, weten we niet. Het wordt ons niet meegedeeld. Wel lezen we dat de Heer Jezus daarna spreekt over zijn lijden en sterven aan het kruis. Eerst moest Hij van de aarde verhoogd worden. "En Ik, als Ik van de aarde verhoogd ben, zal allen tot Mij trekken. En dit zei Hij om aan te duiden welk een dood Hij sterven zou." De levende tarwekorrel moest nog in de aarde vallen en sterven voordat hij vrucht kon dragen. Zonder zijn lijden, sterven en opstanding was er geen verzoening, geen vereniging met Hem mogelijk.

Andreas leidde mensen tot Jezus. Dat is het getuigenis dat de Schrift van hem geeft. Hij was een visser van mensen. We kunnen er zeker van zijn dat hij, die als eerste zijn eigen broer tot de Heer Jezus leidde, met dezelfde warmte en overtuiging waarmee hij Simon aansprak, heel zijn leven in dienst van zijn Meester heeft gesteld. Hij werd beheerst door dit verlangen: mensen tot Jezus te leiden.

Andreas was maar "een gewone man", evenals de meesten van ons "gewone" mensen zijn. Ik denk niet dat Andreas zichzelf zo buitengewoon vond. Maar ook "gewone mensen" kunnen zielen winnen voor de Heer Jezus. Van Andreas zijn ons geen toespraken bekend uit de bijbel. We lezen nooit van hem dat hij gepredikt heeft. Maar hij leidde mensen tot Jezus. Als eerste bracht hij zijn eigen broer tot de Heer. Hij mocht het middel zijn voor de roeping van hem die na de uitstorting van de Heilige Geest op de pinksterdag het meest door de Heer gebruikt is, tot grote zegen voor duizenden. Wat moet Andreas blij geweest zijn toen hij die morgen opzag naar Petrus, zijn eigen broer, en hem hoorde spreken en daarna zag hoe de Heer dit wilde gebruiken, zodat er drieduizend mensen tot bekering kwamen. Misschien heeft Andreas gedacht: "zo spreken als mijn broer kan ik niet, maar hij kan het wel. En ook mocht ik door Gods genade het middel zijn om mijn broer tot de Heer te brengen."

Soms gebruikt God een klein licht om een groot licht aan te steken. Andreas was zo'n klein licht.

 

Misschien bent u ook zo'n klein licht. Misschien hebt u er wel eens naar verlangd een groot licht te zijn, een groot evangelist, die de gave heeft de evangelieboodschap te verkondigen en naar wie duizenden luisteren. Misschien beklaagt u zich erover dat u niet mr voor de Heiland kunt doen. U wilt zo graag meer doen. Maar u bent de moeder van een groot gezin en dat vraagt al uw tijd, energie en zorg. U kunt er niet op uittrekken; u hebt de gave daarvoor niet gekregen en de Heer heeft u er niet toe geroepen. U bent maar een klein licht. Maar dat kleine licht wil de Heer gebruiken daar waar Hij u gesteld heeft. In uw gezin. Voor uw eigen kinderen. Die mag u tot de Heer Jezus leiden. Daarvoor bent u zelfs de aangewezen persoon!

Van veel grote dienstknechten van God is bekend dat ze op latere leeftijd gezegd hebben dat hun moeder het was, die hen tot de Heiland gebracht heeft. Dr. Abraham Kuyper is tot bekering gekomen nadat hij als student een gesprek had met een eenvoudige vrouw, Pietje Baltus uit Beesd. Ze was maar een klein licht, maar in Gods hand mocht zij het middel zijn om een groot licht aan te steken.

In de tweede helft van de vorige eeuw is de ook nu nog bekende Spurgeon als evangelist voor velen in Engeland en daarbuiten tot grote zegen geweest. Vooral in Londen hebben vele duizenden het evangelie uit zijn mond gehoord. God heeft hem willen gebruiken. Deze man is tot bekering gekomen als jongen van zeventien jaar. Hij was op een winterse zondagmiddag op weg naar een kerkdienst om een bekend predikant te horen, die een grote gave had om het Woord te brengen. Door een sneeuwstorm werd hij echter gedwongen zijn toevlucht te zoeken in een klein kerkje van de zogenaamde Primitieve Methodisten. Daar zaten die middag enkele kerkgangers te wachten op de komst van hn predikant, die ook al door de sneeuwstorm opgehouden was. Slechts twaalf mensen waren aanwezig.

Na een haastig overleg tussen de broeders besteeg een eenvoudige schoenmaker de kansel en sprak naar aanleiding van de tekst in Jes. 45 : 22, die in de Engelse vertaling luidt: "Zie op Mij en wordt behouden, alle einden der aarde." De prediker hield een korte evangelieverkondiging in bepaald niet onberispelijk Engels en scheen na ongeveer tien minuten aan het eind gekomen te zijn van zijn toespraak. Toen vestigde hij plotseling de ogen op de jonge Spurgeon en zei: "Jongeman, je ziet er heel ongelukkig uit; en je zult altijd ongelukkig blijven in leven en in sterven, als je niet luistert naar deze tekst. Maar als je gehoorzaam bent en nu op dit ogenblik doet wat de Schrift zegt, dan zul je behouden worden." En om zijn woorden kracht bij te zetten hief hij beide handen op en riep: "Jongeman, zie op Jezus Christus! Zie, zie, zie! Je hoeft niets anders te doen dan te zien en te leven."

Het was helemaal geen mooie preek geweest, maar dat persoonlijke woord van de eenvoudige, gelovige schoenmaker heeft de Heer willen gebruiken. Spurgeon zag ... en werd behouden! Door een blik op het kruis! Het kleine licht van de schoenmaker had een groot licht aangestoken. Hij had Spurgeon tot de Heer Jezus geleid.

 

We willen nog even onze aandacht geven aan Andreas en aan wat van hem meegedeeld wordt. Het is ons immers meegedeeld, opdat wij er iets van leren zouden.

Andreas vond eerst zijn eigen broer Simeon.

Let op het woordje "eerst". Ongetwijfeld heeft Andreas als visser van mensen meer zielen tot de Heer Jezus geleid. Maar het is begonnen met zijn eigen broer. Onmiddellijk nadat hij de Heer gevonden had, dacht hij aan zijn broer. Die moest ook gewonnen worden voor Hem. Die moest Hem ook leren kennen. Die moest in hetzelfde geluk, dezelfde blijdschap delen. Zijn eigen broer - niet iemand anders! Soms lijkt het gemakkelijker tegenover de broer van een ander te getuigen, maar laten we het voorbeeld van Andreas maar volgen en dicht bij huis beginnen. Onze eigen familieleden die de Heer Jezus nog niet kennen, behoren de eersten te zijn, die ons getuigenis horen. We moeten beginnen bij Jeruzalem. Beginnen met wat voor de hand ligt. Beginnen bij hen voor wie wij een zekere verantwoordelijkheid dragen, omdat we aan hen verbonden zijn. Zij gaan voor.

Andreas "vond eerst zijn eigen broeder Simon". Let ook op het woordje "vond". Hoe lang Andras heeft moeten zoeken wordt ons niet meegedeeld. Maar "Vinden" veronderstelt "zoeken". Hier worden we herinnerd aan de grote zielenwinner, de Heer Jezus Zelf. Hij zei van Zichzelf dat Hij gekomen was om te zoeken wat verloren was. Hij is het verlorene nagegaan, totdat Hij het vond. Zijn wij ons er wel voldoende van bewust dat al die mensen rondom ons, die de Heer Jezus niet kennen, verloren zijn? Gelukkig is er een Naam onder de mensen gegeven waardoor zij behouden kunnen worden. De goede Herder gaat het verlorene na totdat Hij het vindt. Doen wij dat ook? Andreas vond eerst zijn eigen broer.

 

Let ook op het getuigenis van Andreas. Het was een eenvoudig getuigenis. "Wij hebben de Messias gevonden." Dat was verstaanbare taal die iedereen kon begrijpen. Geen abstracte waarheden, geen hoogdravende stijl, maar een eenvoudig getuigen van de persoon van de Heer. Een spreken over wat de Heer Jezus voor ons persoonlijk is, dat is getuigen. In Lukas 8 : 39 lezen we dat tegen de bezetene gezegd wordt nadat hij door de Heer verlost is: "Keer terug naar uw huis en vertel alles wat God u gedaan heeft." In Markus 5 : 19 heet het: "Ga heen naar uw huis tot de uwen en bericht hun hoeveel de Heer aan u gedaan heeft, en hoe Hij Zich over u ontfermd heeft." Ook hier een "beginnen bij Jeruzalem". Getuigen van wat de Heer Jezus voor je is en wat Hij voor je gedaan heeft. Daarvoor hoef je geen sprekerstalent te hebben.

 

Wat ons verder opvalt in het getuigenis van Andreas is, dat hij volkomen zeker is van zijn zaak. "Wij hebben de Messias gevonden." Niet het geringste spoor van twijfel. Voor hem stond het vast. Dat is het wat de de wereld nodig heeft. Er is zoveel onzekerheid onder de mensen. Een gelovige is iemand die zekerheid heeft. Het geloof is de zekerheid van de dingen die men hoopt, de overtuiging van de dingen die men niet ziet. Een gelovige kan zeggen met de blindgeborene: "En ding weet ik, dat ik blind was en nu zie!" En met Job: " Ik weet, mijn Losser leeft!" En met Paulus: "Ik weet, wie ik geloofd heb."

 

"Weten" wij? - Willen wij dan ook "zo spreken"? Zoals in Psalm 107 : 2 staat: "Dat de verlosten des HEREN "zo spreken", die Hij uit de macht van de tegenstander heeft verlost."

We mogen spreken over dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben. Ons geloof berust op duidelijke uitspraken van God Zelf in zijn onfeilbaar Woord. Daarin vinden we de grond van onze zekerheid. Van die geloofszekerheid mogen we blijk geven in ons getuigenis. Dat heeft Andreas gedaan! God wordt erdoor verheerlijkt. En daardoor winnen we kostbare zielen.

"Wie zielen vangt is wijs".