Correspondentie

 

Als we voor elke dag een bladzijde nemen, telt ons levensboek voor 1969, als de Heer niet komt vr dit jaar voorbij is en het ons gegeven is zolang te leven, 365 pagina's.

Verreweg het grootste deel daarvan is, als u dit leest, nog blanco. Tenminste voor ons. Door God zijn ze beschreven en ze bevatten zijn wegen met ons. Voor Hem zijn er geen verrassingen, zoals die er voor ons kunnen zijn. Hij weet van alle dingen, ook in dit levensjaar, het begin en het einde (vergel. Ps. 139:16). Onze tijden zijn in de hand van God. Dat is n kant van de zaak en die is bijzonder troostvol. Zonder de wil van onze hemelse Vader zal geen haar van ons hoofd vallen.

De andere kant is, dat wijzelf de inhoud van ons levensboek bepalen. Wat op elke bladzijde daarvan komt te staan, hangt af van ons gedrag, van onze houding tegenover God en mensen en dingen. Dat brengt een grote verantwoordelijkheid mee, die ons kan doen huiveren, als we denken aan onze beperkte kracht.

Terugdenkend aan het verleden, zouden we soms willen reeds beschreven bladzijden te kunnen verwijderen. Helaas, dat gaat niet. Als we de oorzaken van onze misstappen nagaan, zullen ze een aansporing zijn voor ons om voorzichtig te wandelen. Dat wil niet zeggen: bang - aarzelend - schuchter, maar: leven met een open oog voor de gevaren die we als gelovigen op onze levensweg ontmoeten, ze tegemoet treden in de kracht van Hem, die beloofd heeft ons voor struikelen te bewaren. Zijn kracht is daarvoor toereikend. Ze staat tenvolle tot onze beschikking. Ze is als een motor die ons voortstuwt, die nooit defect raakt en ons nooit in de steek laat.

 

Er is nog een derde boek: het gedenkboek voor Gods aangezicht geschreven, ten goede voor hen die de Heer vrezen en zijn naam in ere houden (Mal. 3:16). Dat boek wordt nu geschreven voor elk van ons en geopend bij de openbaring van Gods kinderen voor de rechterstoel van Christus, waar het loon wordt uitgereikt. Wat zal in het komende jaar van u en mij in dit boek worden opgetekend?

 

In dit januari-nummer vindt u de eerste 16 pagina's van deze jaargang beschreven. Hoofdzakelijk met artikelen van stichtelijke, opbouwende aard. Tenminste, dat beoogden de schrijvers er mee. En onze wens is, dat ze dat doel bereiken.

Stichtelijk, niet als wat vroom gepraat, maar opwekkend tot de daad, tot meer praktische beleving van ons geloof.

 

We horen zo nu en dan dat de 'Bode' met zegen gelezen wordt. Daar zijn we blij om. Maar we zijn voor onszelf niet voldaan.

Soms krijgen we ook kritiek te horen op de inhoud. Ook daar zijn we blij mee. Het bewaart ons mee voor het gevaar dat we met een zekere zelfvoldaanheid ons werk doen.

We leven in een tijd waarin we als gelovigen geconfronteerd worden met allerlei vragen en problemen op geestelijk en ander terrein. Jonge mensen niet alleen, ook ouderen. Vragen van leerstellige aard en voor het praktische geloofsleven. We willen graag over dergelijke zaken in ons blad het bijbelse licht laten schijnen. Aan u, als lezers, de taak ze ter kennis van de redaktie te brengen. Wie meent daarover zelf iets te zeggen te hebben, laat hij het met vrijmoedigheid doen.

 

Voor de omslag van de "Bode" hebben we voor deze jaargang weer een andere kleur gekozen. Daardoor is het gemakkelijker de verschillende jaargangen te onderscheiden voor hen die ze bewaren.

De "opmaak" van ons blad is eveneens wat veranderd, met het doel de leesbaarheid te bevorderen.

 

De administratie dankt alle lezers die hun abonnementsgeld reeds hebben gegireerd. Als u het nog niet hebt gedaan, wilt u het dan een dezer dagen doen? Denkt u er om dat het f 10,- moet zijn?

 

De 'Mededelingen' zijn voor het eerst sinds jaren weer als een aparte bijlage bij dit nummer gevoegd. Het is de bedoeling dit te blijven doen en er zo nu en dan wat foto- of kaartmateriaal in af te drukken.

 

Namens de redaktie,

H. Medema.