Correspondentie

 

Op de artikelen over ,,de bediening van het Woord" zijn diverse reacties binnen gekomen. Behalve veel instemming met de strekking er van, ook kritisch en aanvullend commentaar.

 

Eťn broeder schreef, dat de opmerking bij ,,Veracht de profetieŽn niet" (zie pagina 124 tweede regel, aug. nr.) niet juist is. De tekst uit 1 Thess. 5 slaat niet op minachting van het Woord, de bijbel, maar op wat gesproken wordt. ,,ProfetieŽn" zou hier dan duiden op meervoud van ,,profetie" in 1 Kor. 14.
We geloven, dat onze broeder gelijk heeft en geven deze rectificatie graag door.

 

Van een zuster ontvingen we een brief, waarin zij pleit voor mildheid in het beoordelen van een broeder die pas begint met het Woord te dienen. Zo iemand wordt door te kritische opmerkingen van de hoorders ontmoedigd en in zijn ontwikkeling belemmerd. Zo'n broeder moet in liefde en met geduld benaderd worden als er reden is om hem op bepaalde dingen te wijzen. Ook dit onderschrijven we graag en voegen er aan toe, dat elke kritiek in liefde moet gebeuren. Alleen dan kan ze opbouwend zijn.
Deze zuster wees ook op het belang van het persoonlijk gebed, vůůr en tijdens de samenkomsten, voor hen die de Heer gebruiken wil.
Uiterst belangrijk. Doen we veel te weinig en nooit teveel.

 

Ten slotte verwijzen we naar wat br. J. van der Bijl - Gent als welkome aanvulling op deze artikelen schreef over ,,En dat de anderen oordelen". Het is in dit nummer gepubliceerd.

 

Ter wille van de ruimte besluiten we ditmaal deze rubriek. We merken alleen nog op, dat we commentaar van de lezers zeer op prijs stellen. Ook suggesties voor het behandelen van bepaalde onderwerpen zullen we graag in overweging nemen.

 

Namens de redactie

H. Medema