SATAN

SLOT

 

Satan is Gods imitator

Satan, die de Allerhoogste, gelijk wilde zijn (Jes. 14 : 14), heeft k de mens tot dit begeren opgewekt, hem verleidende met de woorden: "gij zult als God zijn" (Gen. 3 : 5).

Maar ook in zijn openbaringsvorm wil Satan aan God gelijk zijn.

God heeft Zich geopenbaard als Vader, Zoon en Heilige Geest (Matth. 28 : 19).

Zo k Satan. Hij zal zich in een drievoudige macht openbaren, als de draak, het beest en de valse profeet. Hij zal als de anti-vader aan de antichrist bovennatuurlijke macht verlenen.

De antichrist wordt in 2 Thess. 2 : 3-10 genoemd "de mens der zonde, de zoon des verderfs" de geestelijke zoon van Satan - de incarnatie van alles wat in het woord "zonde" begrepen is. Hij zal in de grote verdrukking optreden als de "schijnverlosser" voor de wederspannige joden en het "naamchristendom",

Zoals de Heer Jezus Christus wonderen en tekenen gedaan heeft tijdens zijn omwandeling op aarde, z zal door de macht van Satan de antichrist wonderen en tekenen doen (Openb. 13 : 11-15). De antichrist wordt in vers 11 beschreven als "hebbende twee hoornen aan een lam gelijk"; hij zal er dus uitzien als een lam, maar spreken als een draak. Zoals de Heilige Geest de wereld overtuigt van zonde en van gerechtigheid en van oordeel (Joh. 16 : 8) en de uit de Geest geboren mens tot aanbidding leidt, zo zal de anti-geest de mensen tot Satans aanbidding brengen. In het midden van dit hoofdstuk, vl van satanische verschrikkingen, zegt Gods Geest plotseling: "indien iemand oren heeft, die hore" (Openb. 13 : 9). Hoe ernstig toch is in dit verband het woord van de Heer Jezus in Joh. 5 : 43: "Ik ben gekomen in de naam mijns Vaders, en gij neemt mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen"

 

Satans macht

Vooralsnog is Satan zeer machtig, ja, z machtig, dat "Michal, de aartsengel, toen hij met de duivel twistte en in woordenstrijd was over het lichaam van Mozes, geen oordeel van lastering tegen hem durfde uitbrengen" (Judas : 9).

De geweldige macht van Satan wordt ons ook duidelijk uit 1 Thess. 2 : 18, waar Paulus schrijft dat hij een en andermaal verhinderd werd het evangelie te brengen, omdat Satan het hem belette.

Uit Danil 10 : 12, 13 weten wij, dat Satan voldoende macht bezit om tijdelijk de verhoring van de gebeden tegen te houden.

Satan werkt God altijd tegen. Hij verblindt de zinnen van de ongelovigen (2 Kor. 4 : 3, 4). Deze verblinding komt tot uitdrukking in de afgodendienst. De stad Prgamus b.v. was een centrum van afgodendienst, d.i. satansdienst.

De ongewijde geschiedenis leert ons, dat Asklpios (zoon van Apollo) de god die de zieken genas, daar werd vereerd als sotr, d.i. redder, heiland, verlosser. Het symbool was de slang (het ons zo goed bekende aesculaapteken voor artsen). Prgamus wordt dan ook in Openb. 2 : 13 "de troon van Satan" genoemd.

Satan heeft zijn eigen werkmethoden. Hij ontplooit zijn energie in allerlei krachten, tekenen en bedriegelijke wonderen en in vele soorten ongerechtigheid (2 Thess. 2 : 9, 10). Hierbij behoren allerlei dingen die de mensen met groot verlangen vervullen. Denken we b.v. maar eens aan helderziendheid, hypnose, telepathie enz.

 

De overste dezer wereld

De Heer Jezus heeft Satan drie malen "de overste (of vorst) dezer wereld" genoemd (Joh. 12 :31; 14 :30; 16 : 11). Zie ook aangaande zijn heerschappij tegen God: Danil 10 : 13, 20.

En als "vorst", als "overste", als "beheerser" dezer wereld, bood hij de Heer Jezus "al de koninkrijken der wereld" aan (Matth. 4 : 8, 9) en voegde er aan toe: "ik zal u al deze macht en hun heerlijkheid geven, want zij is mij overgegeven, en ik geef ze aan wie ik wil; indien gij dan mij zult aanbidden, zo zal zij geheel de uwe zijn" (Lukas 4 : 5, 7). De Heer Jezus ontkende de macht en eigendomsrechten van Satan aangaande de wereldse heerlijkheid geenszins. De Heer heeft Satan zijn aanspraak op de beschikking hierover niet betwist.

De gehele wereld ligt inderdaad in de greep van Satan, zoals wij ook in 1 Joh. 5 : 19 bevestigd vinden. Wij lezen daar, dat "de gehele wereld in de boze ligt". Niet "staat" of "wandelt", maar "ligt"; machteloos gebonden door de banden van Satan, aan zonde en dood. Zo zal Satan ook aan het eerste beest (Openb. 13 : 1-8) macht geven, en die macht strekt zich uit over alle geslacht en volk en taal en natie (aan het eerste beest wordt door Satan de uitvoerende staatkundige macht toevertrouwd (Openb. 13 : 1-8), terwijl het tweede beest zich op het religieuze terrein zal bewegen (vers 11-15)).

 

Aanklager en tegenstander

Satan verzoekt Gods kinderen en klaagt hen aan (Zach. 3 : 1-5; Openb. 12 : 10), maar: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige" (1 Joh. 2 : l).

Wanneer Satan "tarwe" tot "kaf" wil maken, zegt de Heer Jezus tot Petrus - aangaande hem en de andere discipelen -: de Satan heeft ulieden zeer begeerd, om te ziften als de tarwe, maar ik heb voor u gebeden" (Lukas 22 : 31, 32).

Zie ook 2 Kor. 4 : 4 over de verblinding van de zinnen door Satan; 2 Kor. 11 : 3 over de verleiding door Satan; 2 Tim. 4 : 1-5 over het zich afwenden van de waarheid door de verleidingen van Satan.

Zo nam Satan Job alles af (Job 1 en 2) en stookte David op om het volk te tellen (1 Kron. 21 : 1 ) en de apostel Paulus werd door een engel van Satan met vuisten geslagen ( 2 Kor. 12 : 7).

Laten wij echter nooit vergeten, dat dit alles slechts kan gebeuren onder de toelating van God: "en God is getrouw, die niet zal toelaten, dat gij boven vermogen verzocht wordt: maar met de verzoeking zal Hij k de uitkomst geven, zodat gij ze kunt verdragen" (1 Kor. 10 : 13; zie ook Jak. 1 : 13-15).

1 Kor. 10 : 13 heeft betrekking op onze geestelijke draagkracht en 2 Kor. 1 : 8 op onze lichamelijke draagkracht. Het eerste betreft dus de geest, die zijn kracht zal behouden, ook al sterft het lichaam. Het tweede betreft de tegenwerking van Satan, die bij Paulus dusdanig was, dat zijn lichaam hieronder bijna bezweek.

 

Uitvoerder van Gods raadsbesluiten

Satans macht is geen almacht. Wij moeten niet vergeten, dat Satan in zijn macht te allen tijde onderworpen blijft aan Gods almacht. Zonder Gods toelating is Satan niet in staat om ook maar iets te doen. Toen Christus stierf aan het vloekhout op de heuvel Golgotha, werd de macht van Satan verbroken, want Christus heeft "de overheden en de gezaghebbers ontwapend en over hen getriomfeerd'' (Kol. 2 : 15), en heeft door zijn sterven te niet gedaan hem (d.i. Satan) die de macht des doods had (Hebr. 2 : 14).

Satan is dan ook, zijns ondanks, dikwijls de uitvoerder van de raadsbesluiten van God.

Zo wordt het in de geschiedenis van Job duidelijk, dat Satan zich vr God stelde - gelijk met de engelen Gods - om Gods bevelen in ontvangst te nemen (Job 1 : 6: 2 : l) .

Zo ook, toen koning Achab bedrogen moest worden, nam Satan op zich om een leugengeest te zijn in de mond van zijn profeten en Satan deed het ook (1 Kon. 22 : 21, 22).

Zo wordt ook de geest die koning Saul kwelde. een boze geest des Heren genoemd. De Heer liet dus een boze geest als een gesel op Saul los om de zonden van de goddeloze koning te bestraffen (1 Sam. 16 : 14). In 2 Thess. 2 : 11 zegt Paulus. dat God een werking der dwaling zenden zal, een werkzaamheid die hij in vers 9 aan de Satan toeschreef. Ook hier vinden wij weer bevestigd, dat Satan slechts kan werken onder toelating van God.

Zo lezen wij in Richt. 9 : 23, 24 dat God een boze geest zond om wraak te doen, tussen Abimelech en de burgers van Sichem.

In al deze geschiedenissen zien wij dat Satan, ondanks zichzelf, dikwijls door God gebruikt wordt als de uitvoerder van de straffende hand van God.

 

Onze houding tegenover Satan

Het is natuurlijk wr, dat de strijd tegen Satan door Christus Zlf beslissend is gestreden, want de Heer heeft op het kruis volkomen overwonnen (Joh. 12 :31; Kol. 2 : 15).

Het is echter een dwaling wanneer wij zouden zeggen, dat wij niet meer behoeven te strijden. Integendeel, wij hebben de opdracht ontvangen om te strijden in de kracht van de Heer.

In Efeze 6 : 12 zegt Paulus: "wij hebben de strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de geestelijke machten der boosheid in de hemelse gewesten" en in Efeze 4 : 27 zegt hij: "geeft de duivel geen plaats".

In Jak. 4 : 7: "wederstaat de duivel, en hij zal van u vlieden"; en Petrus haastte zich hieraan toe te voegen: "wederstaat hem, standvastig in het geloof" ( 1 Petr. 5 : 8, 9).

Omdat de belofte uit Gen. 3 : 15 op lle gelovigen betrekking heeft, kunnen wij zeggen dat geen enkele gelovige door Satan overwonnen of ten onder gebracht wordt. De Heer Jezus zegt: "Mijn schapen horen mijn stem, en ik ken ze, en zij volgen mij. En ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in eeuwigheid, en niemand zal ze uit mijn hand rukken" (Joh. 10 :27, 28).

Daarom is er ook hoop op bekering en vergeving voor hen die in de strikken van Satan gevangen zijn (2 Tim. 2 : 26).

"De God nu des vredes zal de Satan weldra onder uw voeten verpletteren" (Rom. 16 :20).

In Matth. 16 : 18 zegt de Heer Jezus, dat de poorten van het dodenrijk zijn gemeente niet zullen overweldigen, ook al poogt de Satan de gelovigen door vervolging en verdrukking uit te roeien. (Zie Joh 16 : 33; Hand. 14 : 22; 1 Petr. 5 :8, 9; Openb. 2 : 10).

Allen, voor wie het woord des kruises de kracht Gods tot behoudenis is (1 Kor. 1 : 18), zij, wier namen geschreven zijn in het boek des levens des Lams (Openb. 21 : 27) hebben de belofte ontvangen, dat de Heer hen redt van de toekomende toorn (1 Thess. 1 : 10), en hen bewaren zal vr de ure der verzoeking die over het gehele aardrijk komen zal (Openb. 3 : 10).

Voor hn allen zal het aanstonds zijn: GOD ALLES IN ALLEN (1 Kor. 15 : 28)

P. G. V.

 

Voorgaande

Zie verder