Het Romeinse rijk

 

Als kinderen van God zien wij niet in de eerste plaats uit naar de vervulling van de profetieŽn, die betrekking hebben op de toekomst van IsraŽl en de volken. Onze verwachting is gericht op de spoedige komst van onze Heer Jezus Christus om zijn gemeente tot Zich te nemen.

Maar het wereldgebeuren om ons heen laat ons toch niet onbewogen. We leven er midden in, we zijn of worden er bij betrokken en volgen met zekere spanning de ontwikkeling in oost en west, in Afrika en AziŽ.

Het ontwaken van het "zwarte" werelddeel, de voortdurende spanningen in het midden-oosten en niet het minst de verhoudingen tussen de landen en volken van ons eigen werelddeel, Europa, volgen we geboeid.

Er is wel eens gezegd: lees uw krant bij het licht van Gods Woord, dan wordt uw visie op het wereldgebeuren zo heel anders. Want wij weten het, al realiseren we het ons vaak te weinig, dat niet de machthebbers van onze tijd, uit het verleden of in de toekomst, de historie schrijven, maar dat God zelf de richting bepaalt waarin het wereldgebeuren zich voltrekt. Zijn plannen en raadsbesluiten worden zů uitgevoerd, dat zij ten slotte uitlopen op de gezegende heerschappij van zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.

 

In het verleden

Europa zal volgens de profetieŽn nog een belangrijke rol spelen, omdat dit werelddeel de zetel zal zijn van de toekomstige heerser van het Romeinse rijk.

In het beeld dat Nebukadnezar in zijn droom zag, worden vier wereldrijken voorgesteld. Hetzelfde zien we in de vier dieren die door DaniŽl in het nachtgezicht gezien werden (Dan. 7).

De drie eerste rijken: het Babylonische-, het Medisch Perzische- en het Grieks-Macedonische, zijn voorbijgegaan.

Het laatste, het Romeinse rijk, tijdens welks bestaan de Heer Jezus geboren is, heeft zijn verleden en toekomst.

Onder de eerste Romeinse keizer, Augustus, kwam de Heer Jezus op aarde, Zichzelf vernietigend door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden.

Onder de regering van de laatste heerser over het Romeinse rijk zal Hij als Koning der koningen verschijnen, om recht en gerechtigheid uit te oefenen en de heerschappij over de koninkrijken van deze wereld te aanvaarden.

De eerste drie rijken hebben slechts korte tijd bestaan. Velen uit IsraŽl hebben verwacht, dat het met het vierde rijk evenzo zou gaan, doordat de door Johannes de doper aangekondigde koning reeds toen zijn rijk zou oprichten.

Maar IsraŽl verwierp zijn koning, leverde Hem uit aan Pilatus, de Romeinse stadhouder. Het riep over zichzelf Gods wraak in met de woorden: "Zijn bloed over ons en over onze kinderen". God heeft de Romeinen gebruikt als een roede om zijn afkerig en vijandig volk te straffen. Ruim 30 jaar na de verwerping van de Messias verwoestten de Romeinse legers, onder Titus, Jeruzalem en de tempel.

 

Ondergang en herstel

Aan het eind van de vijfde eeuw ging de heerschappij van het Romeinse rijk ten onder. Het was "als tot de dood gewond" (Openb. 13 : 3) in haar zesde hoofd (of: zesde regeringsvorm) en bezweek onder de aanvallen van de volken uit het noorden.

Als wereldmacht is het Romeinse rijk dus (tijdelijk) ten onder gegaan. Het Romeinse rijk "was er, is er nu niet als wereldmacht, maar zal er in de toekomst weer zijn", want de dodelijke wonde zal genezen en "die op de aarde wonen zullen zich verwonderen als zij het beest zien, dat het was, en niet is en zijn zal" (Openb. 17 : 8). Dit rijk wordt in "DaniŽl" voorgesteld door het vierde dier, met de volgende kenmerken: "vreselijk, schrikwekkend en geweldig sterk: het had grote ijzeren tanden: het at en vermaalde, en wat overbleef, vertrad het met zijn poten" (Dan. 7 : 7).

In Openb. 13 wordt dit dier daarom kortweg genoemd "het beest", een typering, die duidelijk zijn vreselijk karakter weergeeft. Johannes zag dit beest opstijgen uit de zee (beeld van de volkeren).

 

Een onvergelijkelijke tyrannie

Dat dit "beest" dezelfde macht voorstelt als het vierde dier uit Dan. 7, blijkt ook hieruit, dat van beide gezegd wordt dat zij tien horens hebben. Verder ook uit de daden en woorden, die beschreven worden van de ťťn zowel als van de ander.

Van wie zal dit beest zijn macht ontvangen?

Van de draak, dit is de oude slang, die genoemd wordt de duivel en de satan (zie Openb. 13 : 4 en 12 : 9).

Door de geest van Satan beheerst, zal dit beest een vreselijk schrikbewind uitoefenen, zoals nooit tevoren gebeurd is. Daarbij zal in het niet vallen alles wat onder de ergste despoten in verleden en heden heeft plaats gevonden.

leder die dit beest ook maar een strobreed in de weg zal leggen, hetzij op godsdienstig, hetzij op sociaal of politiek terrein, zal uit de weg geruimd worden.

De verschrikkelijke revoluties op staatkundig gebied, het blinde drijven van de dweepzieke godsdienstige menigten in dagen van felle vervolging, het woeden van communisten en anarchisten tegen hen die de rode vaan niet volgen; dat alles samen genomen zal slechts kinderspel zijn in vergelijking met de tyrannie die Satan dan door middel van het beest zal uitoefenen.

 

Geen herstel in het verleden

In het beest dat in "Openbaring" genoemd wordt, vinden we ook de eerste drie dieren uit het boek DaniŽl terug. Het lichaam van een panter, de voeten van een beer, de muil van een leeuw. De vier dieren die DaniŽl zag, vinden we dus verenigd in het beest. Het Romeinse rijk zal al de beginselen en overblijfselen van de voornaamste rijken te zien geven.

Het dier, genoemd in Dan. 7 : 8, heeft tien horens, dat wil zeggen tien koningen, die uit dat koninkrijk zullen opstaan, zoals er ook tien tenen waren aan het beeld dat Nebukadnezar zag. Het beest volgens "Openbaring" heeft ook tien horens, waarvan gezegd wordt: "de tien horens die gij gezien hebt, zijn tien koningen" (Openb. 17 : 12).

Het Romeinse rijk is, gedurende zijn eerste bestaan als wereldmacht, nooit verdeeld geweest in tien koninkrijken.

Door critici van het profetische woord is een poging gewaagd om aan te tonen dat de volken, die in de vijfde eeuw een eind maakten aan de macht van het Romeinse rijk, geregeerd werden door tien koningen. Noch op historische, noch op andere gronden is deze bewering waar te maken.

Hoewel deze barbaarse volken ook niet bepaald "lieverdjes" waren en soms werkelijk barbaars te werk gingen, was wat zij deden nog beschaafd vergeleken bij wat straks door "het beest" zal worden gedaan.

Anderen voeren aan dat Karel de Grote in 800 door de toenmalige Paus met de Romeinse keizerskroon werd getooid als hoofd van het westelijke rijk. Maar de macht die hij en zijn opvolgers bezaten, was gering in vergelijking met die welke in het begin van onze jaartelling de eerste regeerders van dit rijk bezaten. En de Schrift leert ons dat de omvang van het toekomstige Romeinse rijk vrijwel gelijk zal zijn aan die welke het had in de glorietijd van de eerste machtperiode (Dan. 7 :23-25).

 

Nog enkele kenmerken van het komende rijk

Dat het beest een vreselijk schrikbewind zal voeren, hebben we hiervoor reeds gememoreerd. Om ons de nieuwe toestand van het Romeinse rijk te schilderen, voegt de Heilige Geest er nog enige trekken bij:

 

1. Het zal een duivels karakter hebben

In Openb. 13 : 2 wordt gezegd: "En de draak gaf hem zijn macht en zijn troon en groot gezag". De duivel is dan uit de hemel geworpen en in de wetenschap dat hem maar een korte tijd rest, zal hij alles in het werk stellen om de dan nog op aarde levende getrouwen te verderven. Alles wat het beest zal doen, zal geÔnspireerd zijn door de duivel. Hij zal lasteringen spreken tegen God, om zijn naam te lasteren en zijn tabernakel en hen, die in de hemel wonen.

In Dan. 7 wordt deze grootspraak en lastering toegeschreven aan de kleine horen, die zich tussen de tien horens verheft. Deze kleine horen zal de koning of heerser zijn, die het Romeinse rijk van de toekomst zal regeren. Volgens Openb. 13 en 17 is dit dus "het beest".

 

2. Het zal zeven hoofden hebben

"De zeven hoofden zijn zeven bergen". Ongetwijfeld wordt hiermee de stad Rome aangeduid. In de historie, en ook nu nog, staat Rome bekend als de stad van de zeven heuvels.

Maar er worden ook zeven koningen mee bedoeld (zie Openb. 17 : 9, 10), van wie er tijdens de dagen van de apostel Johannes vijf gevallen waren. Dit ziet niet op bepaalde personen, maar op de vijf eerste. regeringsvormen: koningen, consuls, dictators, decemviraat (tienmanschap), militaire tribunen. Door alle vooraanstaande schrijvers van de wereldgeschiedenis worden deze regeringsvormen genoemd. De zesde vorm, de keizerlijke regering, bestond in de dagen van Johannes. De zevende vorm zal openbaar worden in het rijk van de tien koningen, dat maar kort zal bestaan.

Daarna zal de achtste regeringsvorm komen., die uit de zeven voortkomt: "het beest, dat was, en niet is, en het is ook zelf de achtste en het is uit de zeven" (Openb. 17 : 11).

Door dit achtste hoofd zal het herstelde Romeinse rijk zich zodanig laten beheersen, dat het daarmee geheel ťťn zal zijn. We kunnen dan ook dit achtste hoofd en het beest met elkaar vereenzelvigen.

 

3. Het zal de strijd aanbinden met het Lam

Bij de komst van de Heer Jezus als mens op aarde, waren de heersers in het Romeinse Rijk mede instrumenten van Satan om Gods Zoon ter dood te brengen (Herodes en Pilatus). Satan en de mens meenden, toen hen dit gelukte, de overwinning te hebben behaald. Gelukkig was dit een grote misrekening.

Als de Heer straks zal komen op aarde, zullen dezelfde machten gereed staan om met Hem de strijd aan te binden. Maar dan is Hij niet de man van smarten, niet het Lam dat Zich gewillig naar de slachtbank laat leiden. Dan zal Hij verschijnen als een Heer der heren en een Koning der koningen, tegen wie geen macht bestand zal zijn: "Het Lam zal hen overwinnen" (Openb. 17 : 14).

 

4. Het zal opstijgen uit de zee

De zee of de wateren zijn het beeld van volken, scharen, natiŽn en tongen (zie Jes. 17 : 12, 13 en Openb. 17 : 15).

Uit de zee van revoluties der verschillende volken zal het Romeinse rijk in de toekomst te voorschijn komen en hersteld worden.

In onze tijd zien we hoe op staatkundig, maatschappelijk en godsdienstig gebied alles het kenmerk draagt van een ophanden zijnde crisis. De hoogconjunctuur van nu mag de volken nog een zekere zelfgenoegzaamheid bezorgen en deze ontwikkeling afremmen, onmiskenbaar is toch het streven waar te nemen om vooral in West-Europa te komen tot een samenbundeling van economische en militaire krachten.

Men ziet uit naar een sterke man, die door zijn gezag en invloed allen aan zich zal verbinden en ten slotte zich als alleenheerser opwerpen. Welke omwentelingen daarmee gepaard zullen gaan, is niet te zeggen. Waarschijnlijk zal dit voorafgaan aan een tijd van verwarring, chaos en revolutie, totdat er ťťn opstaat die met ijzeren hand de teugels van het bewind in handen zal nemen, om het oude Romeinse rijk in herstelde vorm te voorschijn te roepen.

 

Wanneer zal het Romeinse rijk hersteld worden?

Zullen wij, de gelovigen die tot de gemeente behoren, dit nog beleven? In Openb. 1 : 19 wordt aangegeven in welke perioden de in dit bijbelboek beschreven gebeurtenissen en profetieŽn moeten worden verdeeld: "hetgeen gij gezien hebt (Openb. l), en hetgeen is (Openb. 2 en 3), en hetgeen geschieden zal na deze dingen" (Openb. 4-22). Openb. 4 begint dan ook met de woorden: "Na dezen". Alles wat in de daaropvolgende hoofdstukken vermeld wordt, zal plaats vinden na de opname van de gemeente. Het Romeinse rijk zal dan ook niet eerder onder de macht van het beest hersteld worden, dan nadat de Heer Jezus is gekomen om al de zijnen tot Zich te nemen. Hij zal hen bewaren voor de ure der verzoeking die over het gehele aardrijk komen zal. Daarmee wordt bedoeld de tijd van de grote verdrukking, die er zijn zal tijdens de regering van het beest. Maar het is heel goed mogelijk, zelfs waarschijnlijk, dat vůůr de opname van de gemeente de gebeurtenissen in de wereld zich zo toespitsen, dat de contouren van dit rijk zich reeds duidelijk aftekenen.

 

Wat zal de omvang zijn van het herstelde Romeinse rijk?

Om op deze vraag een antwoord te kunnen geven, moeten we de geschiedenis raadplegen in verband met de grenzen van het oude rijk.

In de dagen van de apostel Johannes was het ten noorden begrensd door de rivieren Rijn en Donau. In het zuiden strekte het zich uit tot Noord-Afrika en in het oosten tot aan de Eufraat.

Onder het gebied van het Romeinse rijk viel toen dus: heel West-Europa met een deel van Midden-Europa. Ierland en Schotland hoorden daar niet bij, Engeland (BrittanniŽ) wel. Verder Noord-Afrika en West AziŽ.

We moeten bij de beoordeling van deze grenzen niet vergeten dat de geografische situatie toen anders lag dan nu. Er waren toen nog gebieden, die vrijwel onbewoond waren of zeer dun bevolkt, zoals b.v. de noordelijke provincies van ons land.

Het is ook uit de Schrift niet met zekerheid op te maken dat de grenzen weer precies eender zullen zijn. Dat is ook niet van zo groot belang. Wel zullen de tien koningen, of heersers uit wier midden het beest zal voortkomen, voornamelijk gezocht moeten worden in West-Europa.

 

Het Romeinse rijk en het joodse volk

Palestina zal behoren tot het grondgebied van het Romeinse rijk. Zo was het vroeger en zo zal het in de toekomst zijn.

Toch zal het joodse volk, dan nog alleen bestaande uit de twee stammen, Juda en Benjamin, een eigen koning hebben, die als bondgenoot en als vazal van de heerser van het Romeinse rijk zal fungeren. Deze koning wordt in Openb. 13 : 11 genoemd "een ander beest", dat uit de aarde zal opstijgen. Uit de beschrijving in de volgende verzen van dit hoofdstuk kunnen we afleiden, dat het eerste beest, de heerser van het Romeinse imperium, de politieke macht in handen zal hebben. Maar hij zal bijgestaan worden door de koning van de joden, die geestelijke, zij het anti-goddelijke, wapenen zal hanteren om de macht van het eerste beest te bevestigen. Deze koning der joden is in de bijbel bekend als de antichrist, ook wel genoemd: de valse profeet (Openb. 19 : 20).

Juist dit bondgenootschap met de koning der joden zal naar Gods bedoelingen het einde betekenen van het Romeinse rijk en zijn heerser. Wanneer de legers van de machten ten noorden van Palestina dit land zullen binnenvallen, zal de antichrist zijn bondgenoot te hulp roepen. In het Sieraadland, zoals de oudtestamentische profeten Palestina ook wel noemden, zullen de verbonden legers ten onder gaan, als Christus Zelf zal verschijnen met zijn hemelse legerscharen

Dat zal het einde betekenen van het Romeinse rijk en daarin tevens van alle vroeger bestaan hebbende wereldrijken. De steen, die zonder toedoen van mensen zal losraken, zal tot een grote berg worden en de gehele aarde vullen (het eeuwig koninkrijk van Christus), nadat het Romeinse rijk verbrijzeld zal zijn, zů, dat er geen spoor meer van gezien zal worden (zie Dan. 2 : 34, 35 en 44, 45).

Dan zullen zowel het beest als de valse profeet, de antichrist, levend worden geworpen in de poel des vuurs. Drie en een half jaar (Openb. 13 : 5) zal deze verschrikkelijke despoot zijn macht uitoefenen, maar zijn rechtvaardige straf zal hij niet mislopen.

 

Het eerste "welgelukzalig" in het boek de Openbaring is bestemd voor hem die leest, en voor hen die horen de woorden der profetie, en die bewaren hetgeen daarin geschreven is; want de tijd is nabij. De bestudering van de profetie heeft niet alleen tot doel vermeerdering van inzicht in de gebeurtenissen die nog toekomstig zijn, maar vooral om onze harten en gewetens te oefenen met betrekking tot onze verwachting van de komst van onze Heer Jezus voor de zijnen. Hij heeft gezegd: "Zie, Ik kom haastelijk".

"Een ieder, die deze hoop op hem heeft, reinigt zichzelf, gelijk hij rein is".

 

H.M.