Maria van BethaniŽ

 

Haar bekendheid

Maria van BethaniŽ was een groot persoon. Haar naam wordt slechts in drie geschiedenissen van het nieuwe testament genoemd en wat geniet die naam een grote bekendheid in de christenheid. De drie geschiedenissen worden ons slechts met enkele lijnen geschetst, die ieder voor zich, uitgewerkt, een juweeltje van schilderkunst vormen. Waarom geniet zij zo'n grote bekendheid? Niet omdat zij maar drie keer genoemd wordt. Er zijn vrouwen en mannen in de Schrift die niet zo bekend zijn als Maria van BethaniŽ en die veel vaker genoemd worden. Het is ook niet omdat de grootheid van haar persoon zo bekend is, want die kennen wij nog veel te weinig. Het is de vervulling van het profetische woord van de Heer Jezus Zelf uit MattheŁs 26 : 13 en Markus 14 : 9. Daarin lezen we dat de Heer zegt, dat tot haar gedachtenis gesproken zal worden overal waar dit evangelie zal gepredikt worden. DŠŠrom is haar naam zo algemeen bekend geworden. Moge mede door deze regels de grootheid van haar persoon ook zo bekend worden als haar naam, opdat daardoor de persoon van de Heer Jezus bij ons groter wordt. Want het is toch zo dat de persoon van de Heer Jezus bij Maria alles was.

 

Aan Jezus' voeten

De drie geschiedenissen van Maria van BethaniŽ zijn geheel verschillend van elkaar, maar ťťn ding hebben zij gemeen. We vinden haar altijd aan Jezus' voeten.

Aan des Heilands voeten, luist'rend naar de Heer
zette zich Maria van BethaniŽ neer.
Zij verkoos het goede deel,
wat ontving zij Godd'lijk veel!
Aan mijns Heilands voeten vindt mijn hart steeds vree,
van des hemels schatten deelt Hij mij daar mee.

De eerste keer dat we haar aan de voeten van de Heer Jezus vinden lezen we in Lukas 10 : 38-42. Daar was het om te luisteren naar zijn Woord. De Heer Jezus kwam bij haar in huis. Eigenlijk was het niet haar huis, het was het huis van Martha. Wat is Martha door ons vaak, verkeerd beoordeeld. Zijn we niet licht geneigd om aan de woorden die de Heer Jezus tot haar moest spreken nog iets toe te voegen? Laten we het niet doen. Laten we leren van haar grote gastvrijheid die zij bezat en deze zelf meer in praktijk brengen. Toen zij de Heer in haar huis ontving, ontving ze ook twaalf discipelen en stelde ze haar huis open en diende. Zo lezen we het in Johannes 12 en daar niet in een afkeurende zin. Ze is een geheel andere figuur dan Maria. In Lukas 10 : 40 lezen we dat ze zeer bezig was met veel dienens. De Heer moest dan ook zeggen dat zij bezorgd en verontrust was over vele dingen. Maar Maria had het goede deel gekozen dat van haar niet zou worden weggenomen. Hier op aarde niet, want we vinden haar altijd aan Jezus' voeten, maar ook niet in de hemel.

Bezig zijn met Jezus is iets groots. Groot voor de Heer Zelf, groot voor ons, groot ook voor de mensen die om ons zijn en dit van om zien. Blijven we zoals Maria aan Jezus' voeten zitten luisteren naar zijn Woord, dan kunnen we van haar leren hoe groot, hoe intens de gemeenschap met haar Heer was. Ze heeft daar meer dan anderen geleerd hoe lief de Heer haar had. Laten ook wij ons meer neerzetten aan Jezus' voeten, opdat wij meer leren kennen de liefde van Christus die de kennis te boven gaat, opdat wij vervuld worden tot de ganse volheid Gods (Efeze 3 : 19).

 

Ook in tijden van zorg

De tweede maal dat we van Maria van BethaniŽ lezen, is in Johannes 11. Ook hier vinden we haar aan de voeten van Jezus. Het was een gevolg van de eerste keer, waar we haar diezelfde plaats zien innemen. We kunnen het misschien en mogelijk ook wel juister een vervolg noemen. Want dat zij hier aan de voeten van Jezus neerviel, was omdat zij bij Hem geleerd had in alle omstandigheden van het leven tot Hem te gaan. Dan zien we daar twee personen bij de Heer Jezus. We zien daar Martha en we zien daar Maria. Maar beiden met hetzelfde doel om met Hem te spreken over het verlies dat hen had getroffen in het sterven van Lazarus. Maar zoals we de eerste keer een groot verschil opgemerkt hebben tussen Martha en Maria, zo is het ook nu. Martha was zeker bekend met de grote liefde van de Heer tot haar. Ze was bekend met zijn grote macht wat betreft het genezen van zieken. Ze geloofde oprecht zowel in zijn liefde als in zijn macht. Maar we vinden haar niet aan Jezus' voeten. Daar zien we alleen Maria. Voorts lezen we ook maar alleen van Maria in Johannes 11 : 32 dat zij Hem zag. Heeft dan Martha de Heer Jezus niet gezien? Natuurlijk wel. Maar niet zoals Maria. Misschien kunnen we zeggen dat het geloofsoog van Maria de Heer zag. En dan heeft zij precies dezelfde woorden gezegd als Martha:

"Heer waart gij hier geweest, mijn broeder zou niet gestorven zijn".

Maar wat zullen die woorden anders uitgesproken zijn en wat zullen zij anders in de oren van de Heer geklonken hebben. Het waren klanken die opwelden uit het diepst van haar hart, waardoor ze haar innige gemeenschap met haar Heer uitte. En de Heer beantwoordde die uiting van gemeenschap. Jezus weende. Geen van de beide zusters heeft de Heer gevraagd om Lazarus op te wekken. Of zij de moed niet hebben gehad om dat aan de Heer te vragen of dat ze er niet aan gedacht hebbenÖ, de Schrift zwijgt erover. Het is zeker waar dat hier van toepassing is hetgeen we lezen in Efeze 3 : 20: dat Hij machtig is boven alles te doen, zeer overvloedig boven hetgeen wij bidden of denken, naar de kracht die in ons werkt.

 

Uit dankbaarheid

De derde en laatste geschiedenis van Maria van BethaniŽ lezen we in het bekende gedeelte uit Johannes 12. We hebben hier echt de grootheid van de persoon van Maria van BethaniŽ. Het is met schroom dat we iets over dit gedeelte schrijven. Wij willen niet ontkennen dat daardoor het gevaar bestaat, dat deze zeer bizondere geschiedenis voor ons iets in haar waarde gaat dalen. Laten we daarom met eerbied en ontzag dit tafereel aanschouwen. Een vrouw die de Heer Jezus zalfde. Die Hem zalfde ter voorbereiding van zijn begrafenis. Dat heeft niemand van de discipelen gedaan, omdat geen van hen zo intens verbonden was met de Heer Jezus, als deze vrouw. Geen van de discipelen had er iets van begrepen als de Heer Jezus sprak van zijn lijden. Wel begrepen ze dat Hij van hen zou weggaan en dan twistten zij met elkaar wie dan wel de meeste zou zijn. Nu was Hij hun Heer. Maar straks? Och, het is zo menselijk dat zij erover dachten wie straks hun meester of heer zou zijn. Het zou in elk geval de meeste van hen moeten zijn. Maria dacht anders. Zij had ook begrepen dat de Heer Jezus zou sterven. Ze had zelfs begrepen dat Hij voor haar zou sterven en dat ze dan geen gelegenheid meer zou hebben Hem daarvoor dank en aanbidding te brengen. De vrouwen die de Heer Jezus wilden zalven, kwamen te laat. Immers de opstanding verijdelde de pogingen van de vrouwen om de Heer te zalven. Daarom wilde Maria Hem nķ nog iets brengen.

Wat moet het voor de Heer geweest zijn dat er slechts ťťn persoon was die Hem begreep. Zeker, Hij had haar dat alles verteld toen ze aan zijn voeten neerzat. Maar had Hij het ook niet aan de discipelen gezegd? Konden die het ook niet weten, zoals Maria het wist? En wat zal het voor Maria geweest zijn te weten dat zij Hem, die zij zo innig liefhad, nķ nog kon zalven. Ze was geheel en al met Hem bezig en ging geheel en al in Hem op.

Ook nu werd ze echter gehinderd in haar doen. De eerste keer door Martha, hier door de discipelen. Maar de Heer nam het ook nu voor haar op. Zij behoefde zichzelf niet te verdedigen. En het meest aannemelijk is dat Maria van dat alles zelf niets heeft gemerkt, omdat haar gehele hart, haar gehele persoon bezig was met haar Heer van wie ze wist dat Hij voor haar zou sterven en opstaan. Die wetenschap brengt ons hart tot niets anders dan tot lof en aanbidding van de persoon van onze Heer Jezus Christus.

 

H. D.