Komt tot Mij

 

De wil van God

Het volk van IsraŽl verwierp de Heer Jezus als hun van God gekomen Messias. Voor Hem was dit een oorzaak van grote droefheid. Toch erkende Hij daarin de wil en de wijsheid van God. In zijn ondoorgrondelijke genade wilde God niet alleen aan IsraŽl, maar aan allen barmhartigheid bewijzen. Daarom boog de Heer Zich gewillig en omdat Hij wist dat het Gods welbehagen was om zo te handelen, kon Hij zeggen:

"Ik prijs U, Vader, Heer van de hemel en van de aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt ze aan kinderen geopenbaard" (Matth. 11 : 25).

In de wijze waarop God handelde, openbaarde Hij zijn onbeperkte macht om te doen wat Hij wilde. Als wij, mensen, God hebben leren kennen, weten wij dat alles wat Hij doet, goed voor ons is. Wij beschouwen het dan zo dat alles van Hem komt, hoe het ook in strijd mag zijn met onze menselijke gedachten. Voor mensen die deze dingen met hun eigen wijsheid verstandelijk willen beredeneren, blijft dit een verborgenheid, maar aan kinderen zijn ze geopenbaard. Voor de Heer was het ongetwijfeld een grote droefheid, dat de mensen zijn boodschap van liefde verwierpen. Maar juist daarom wierp Hij Zich geheel op God. Hij erkende in deze weg de Vader en wist dat alles overeenstemde met de ganse ontwikkeling van de wegen van God in deze wereld. En daarmede waren zijn wensen, als de Zoon van God op aarde, in volkomen harmonie. Er was bij Hem onder deze omstandigheden een volledige onderwerping van hart en gezindheid.

 

Door ervaring geleerd

Doch juist deze volkomen onderworpenheid leidde de Heer naar het kruis. Daar zou Hij het werk volbrengen, dat Hem in staat stelt om alle vermoeiden en belasten, die tot Hem komen, rust te geven. Hierin werd de volkomenheid van zijn persoon bewezen. Omdat Hij de Zoon van God was, doch op aarde geheel en al verworpen, was de Vader zijn enige toevlucht.

Als zijn volk Hem had aangenomen, dan zou Hij hier op aarde zijn heerschappij hebben aanvaard om plaats te nemen op de troon van David. In het oog van God zou dit echter "te gering" geweest zijn (Jes. 49 : 6).

Nu kon Hij zeggen: "alle dingen zijn mij overgegeven door mijn Vader". Maar juist als gevolg van deze heerlijkheid van zijn persoon, kende niemand de Zoon, dan de Vader. Zijn dienst was nu om de Vader te openbaren in zijn genade, want niemand kende de Vader dan de Zoon. Het voorrecht om de Vader te kennen, zou echter ook het deel zijn van hen aan wie de Zoon Hem wilde openbaren. Vandaar dat de Heer, als getuige van de genade, uitriep:

"Komt tot mij, allen die vermoeid en belast zijt, en ik zal u rust geven" (Matth. 11 : 28).

Het is alsof Hij met andere woorden wil zeggen: "Hier ben Ik, de verworpene, maar aan wie nu door de Vader alle dingen zijn overgegeven. Hier ben ik, wiens hart zich gebogen heeft in volhardende liefde. Ik heb geleerd mij te buigen onder de wil van God en ik heb gevoeld wat het zeggen wil smart, verachting en spot te ondervinden. Al hebben de mensen mij verworpen, Ik ben de Zoon en niemand kent de Vader, als hij aan wie Ik Hem openbaar. Wanneer iemand vermoeid en belast is, die bewijs Ik liefde en genade; hij kome tot Mij en Ik zal hem rust geven. Ik heb geleerd om met de vermoeide een woord ter rechter tijd te spreken."

 

De gevolgen

Als gevolg van de volledige onderwerping van de Heer onder de omstandigheden die Hem "te dier tijd" omringden, ontving Hij veel meer dan in de wet en de profeten voor Hem als Messias was aangekondigd. De zegen daarvan kon Hij nu ook aan anderen openbaren. Ten opzichte van IsraŽl had Hij met groot geduld zijn genade en liefde getoond. Maar de oversten van het volk hadden geen berouw, zelfs niet toen Hij zijn grootste wonderen deed. Ofschoon de Messias in eigen persoon gekomen was, veranderde de toestand van verval niet. Er was in vervulling gegaan, wat Jesaja geprofeteerd had:

"Tevergeefs heb ik mij afgemat, voor niets en vruchteloos mijn kracht verbruikt. Evenwel, mijn recht is bij de Here en mijn vergelding is bij mijn God".

Toen Hij kwam was er niemand die naar Hem luisterde. Voor zijn liefde oogstte Hij niets dan haat. De spot en hoon hadden zijn hart verbroken. De zegeningen die Hij het volk wilde schenken, werden verworpen. Maar gelukkig, er waren kinderen, onmondigen, die erkenden wat voor wijzen en verstandigen verborgen bleef. Dat dit het welbehagen van de Vader was, strekte de Heer tot vreugde. Dat was Hem voldoende.

De verwerping van de Messias door de mens had nog meer gevolgen. De Heer zegt: "alle dingen zijn mij overgegeven door mijn Vader". Daarmee wilde Hij duidelijk maken, dat een veel verdergaande en grotere heerlijkheid dan die in zijn positie van Zoon van David aan het licht kwam. Deze heerlijkheid bestond daarin, dat Hij nu allen tot Zich kon roepen om hun rust aan te bieden; rust in zijn eigen liefde en in de liefde van de door Hem geopenbaarde Vader.

 

Het geheim

Behalve de Zoon van God kan niemand zeggen: "Kom tot mij Ö en ik zal u rust geven". Mensen hebben het bewijs geleverd ongeschikt te zijn om aan vermoeiden en belasten de rust te geven, die zij nodig hebben. Doch Hij, de zachtmoedige en nederige mens, die tevens de Zoon van God is, geeft ware rust, volkomen rust. Zoals niemand anders het wist, had Hij ervaren wat het zeggen wil, temidden van strijd en onrust, zonder onderbreking vrede te genieten. Het geheim hoe ook wij deze rust kunnen genieten, deelt Hij ons mede:

"Neemt mijn juk op u, en leert van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart en gij zult rust vinden voor uw zielen" (Matth. 11 : 29).

We lezen hier niet: "Ik zal u rust geven". Dat wil Hij doen aan schuldige zondaren. Hier gaat het echter om de zijnen, die reeds met hun zonden tot Hem gekomen zijn. Daarom zegt Hij: "Gij zult rust vinden".

Hij wil de zijnen ook leren langs welke weg deze rust te verkrijgen is. Het is dezelfde weg waarop deze rust zijn deel werd. Als mens had Hij gehoorzaamheid geleerd. Alleen op het pad van afhankelijkheid, van onderworpenheid en gehoorzaamheid, zoals Jezus dat ging, is rust te vinden. Hij ging deze weg in volkomenheid, maar wij mogen Hem daarop volgen.

 

De ware rust

Om Hem te volgen is geen grote krachtinspanning nodig. Nee, het is geen moeilijke taak zoals Hij ons zegt: "Mijn juk is zacht en mijn last is licht". Slechts de gezindheid "Ja, Vader" moet ons in alle omstandigheden kenmerken. Dat is zijn juk. Zo leren wij van Hem, hoe Hij alles uit de hand van de Vader aannam en niets toeschreef aan de omstandigheden. Daarom kon Hij de Vader ook te allen tijde danken voor alles wat over Hem kwam.

Tenslotte zij er op gewezen, dat er niet staat: "Leert van mij, dat ik ben zachtmoedig en nederig", maar: "want ik ben". Natuurlijk zijn zachtmoedigheid en nederigheid ook deugden die we van Hem kunnen leren. Maar hier stelt Hij Zich aan ons voor als de zachtmoedige en nederige leermeester. Het is goed om van Hem onderricht te ontvangen, hoe wij, evenals Hij het deed, volkomen eenswillend kunnen zijn met de wil van God. Dan vinden wij de ware rust.

 

(Vrij naar het Duits)