Geloof en werken

 

De geschiedenis van Rachab, beschreven in Jozua 2, geeft ons veel stof tot nadenken, vooral als we letten op wat ons over haar wordt medegedeeld in Hebr. 11 en Jakobus 2.

 

De verspieders

Jozua was met het leger genaderd tot Sittim en zond twee verspieders uit om Jericho te bezichtigen. Deze twee mannen kwamen terecht in het huis van Rachab, een hoer, om er te overnachten. Als dit bekend wordt gemaakt aan de koning van Jericho, laat hij Rachab boodschappen dat zij die twee mannen moet uitleveren. Rachab verzint een leugen om het leven van de twee mannen te redden, die zij inmiddels op het dak heeft verstopt. Als de boodschappers van de koning weg zijn, gaat zij naar de verspieders, niet zoals zij zich gewoonlijk bij mannen zal begeven hebben, maar als een vrouw die door hetgeen zij zegt, toont een bizonder groot geloof te bezitten.

 

Haar geloof

Het eerste wat zij tot de verspieders zegt is:

"Ik weet dat de Here u het land gegeven heeft".

Dit zijn geen woorden die zij van de een of andere profeet heeft vernomen, maar zij wellen op uit haar hart, als gevolg van haar geloof. In 2 Kronieken 20 lezen we dat Josafat God dankt voor de overwinning die hij nog niet behaald heeft, maar waarvan hij de zekerheid had gekregen door de boodschap van de Leviet JahaziŽl. Rachabs positie was zo heel anders. Zij kende God niet zoals Josafat, zij was een zondige vrouw die tot het geloof was gekomen, omdat zij geloofde wat ze gehoord had. Zij geloofde niet in de grote kracht van het leger der IsraŽlieten, maar in wat God voor dit volk had gedaan. God neemt haar naam op in de rij der geloofshelden in Hebr. 11, maar God beloont ook haar geloof door haar te redden van het verderf. Als zij verder met de verspieders spreekt, dan blijkt dat zij gelet heeft op alles wat geschied is met het volk van IsraŽl, zelfs vanaf de doortocht door de Rode Zee, meer dan 40 jaar geleden. Alles wat er gebeurd was, schreef ze ook niet toe aan de kracht van het volk. Ze zag door het geloof daarin de hand des Heren, van de God die hemel en aarde regeert.

We zouden ons al verwonderen als ze gezegd had: "ik weet dat de Here u het land geven zal", maar zij gaat veel verder. Voor haar is het reeds geschied.

 

Het scharlaken draad

Ook in de beslistheid met het oog op haar beveiliging is zij ons tot een voorbeeld. De verspieders zeggen:

"Wanneer wij het land binnenkomen moet gij dit koord van scharlakendraad binden aan het venster waardoor gij ons hebt neergelaten".

Maar zij is verstandiger. Zij weet toch niet wanneer dit zijn zal. Zij overweegt ook allicht de mogelijkheid dat het koord zoek kan raken. Daarom bindt zij het aan het venster zodra de mannen weg zijn. Hoeveel mensen zullen verloren gaan, hoewel zij toch van plan waren zich te bekeren, omdat zij het niet op de juiste tijd hebben gedaan. De juiste tijd, - nu, heden!

Rachab weet zich veilig achter dit koord. Ik veronderstel dat ze geen vrees meer gekend heeft vanaf dit ogenblik.

Hoofdstuk 2 eindigt met de woorden van de verspieders aan Jozua:

"De Here heeft het gehele land in onze macht gegeven, ja zelfs sidderen voor ons alle inwoners van het land".

Dit laatste hebben ze van Rachab gehoord. Hoe menigmaal kunnen we leren van mensen die uit de wereld, uit de zondige wereld, bekeerd zijn tot God. Zij beschamen ons dikwijls door hun geloof. We lezen hier niet dat de verspieders tot Jozua iets hebben gezegd van hun wedervaren bij Rachab. Zij hebben het echter wel gedaan, want in hoofdstuk 6 zegt Jozua tot hen: "Gaat het huis van de hoer binnen, en brengt de vrouw en allen die haar toebehoren naar buiten, zoals gij haar gezworen hebt".

 

Haar invloed op anderen

Van Lot lezen we in Genesis 19 dat hij zijn schoonzoons waarschuwde voor de verwoesting van Sodom, maar hij was in hun ogen als iemand die schertste. Zij geloofden hem niet. Dit moet ons, hoe droevig het is, niet verwonderen. Van Lots geloof was weinig te bespeuren. De invloed die uitging van Rachab was geheel anders. Haar vader en moeder, haar broers, ja allen die haar toebehoorden, - ja haar gehele geslacht had toevlucht genomen achter het rode koord. Denkende aan de woorden die zij gesproken heeft, moet ons dit ook niet verwonderen. Allen werden gered.

Het moet ons bizonder treffen dat deze vrouw bezorgd was over het lot van haar familie. We kunnen er ons niet afmaken met de gedachte: de schoonzoons van Lot hadden gťťn geloof; de familie van Rachab wťl. Het spreken van Lot was in de oren van de zijnen ijdel geklap. Het spreken van Rachab met haar familie stemde overeen met wat zij bij haar hebben opgemerkt. Lot, de neef van Abraham, - Rachab de hoer!

Rachab maakt een ruim gebruik van de gelegenheid die de verspieders haar gegeven hebben ten opzichte van haar familie. Doen wij dit ook? Ik bedoel hiermede niet alleen dat we spreken over ons heil in Christus, maar is ons geloofsleven zů, dat het door onze omgeving wordt opgemerkt en dat men ook gehoor schenkt aan de waarschuwing die we tot hen richten, en gebruik maakt van de veilige schuilplaats, achter het kruis?

 

Veilig voor het oordeel

Als de muren van de stad ineenstorten, zorgt God ervoor dat het huis van Rachab wordt gespaard. Welk een genade! Als God Sodom niet kan sparen op de voorbede van Abraham, omdat er geen 10 rechtvaardigen zijn, gedenkt God aan Abraham bij de verwoesting van Sodom en leidt Lot uit het midden der omkering (Gen. 19:29). Hier bij Jozua was geen voorbidder, maar God redt Rachab en haar familie om haar geloof, en God rechtvaardigt haar op grond van werken (Hebr. 11:31; Jak. 2:25). Misschien verwacht iemand ook een woord over de slechte dingen die we bij Rachab vinden. Een hoer, een vrouw die liegt en landverraad pleegt. Hierover zwijgt God. Zij wordt hierom ůůk niet geprezen. Laten wij het ook niet doen. Rachab was een heidense vrouw die we om haar geloof en haar werken moeten bewonderen en navolgen. Zij toont een levend geloof te bezitten en haar leven te wagen voor de zaak des Heren. God beloont geloof met redding, zelfs bij een schuldige zondares. Rachab erkent Gods almacht om te verderven, maar zij weet en gelooft ook dat God redden kan. Zij wil gered worden en grijpt het middel aan dat haar genoemd wordt, en wordt bevrijd van het oordeel.

 

Gods beloning

In MattheŁs 1 vinden we Rachab onder de namen die worden genoemd, als behorende tot het geslachtsregister van Christus. Rachab, de hoer. Hier schieten woorden te kort om Gods genade te bewonderen. In Jesaja 43 : 25 zegt God:

"Ik, Ik ben het die uw overtredingen uitdelg om mijnentwil en ik gedenk uw zonden niet".

We lezen bij de verwijzingen in het nieuwe testament wel van Rachabs geloof en werken, maar niet ťťn woord van haar zonden. God gedenkt ze niet en wil dat wij dat ook niet doen. Maar er is meer. God wil haar naam hebben in het geslachtsregister van zijn Zoon. Daarvoor kunnen we Hem aanbidden.

Rachab wordt met haar gehele familie opgenomen in het IsraŽlietische volk. Zij behoeven geen houthakkers en waterputters te worden zoals de Gibeonieten, die door listig bedrog hun leven hebben gered. Rachabs geloof en werken zijn de grondslagen voor alles wat de menselijke kant betreft. Gods genade, wat de Goddelijke kant aangaat. Laten deze dingen ons brengen tot ernst. maar ook tot aanbidding.

 

B. L.