De weg van afzondering

 

(Slot)

 

Verkeerde verbindingen

Tot slot is het nuttig om nog een derde vorm van afzondering te beschouwen. Over deze afzondering spreekt de Schrift in 2 Kor. 6 : 14 tot en met 2 Kor. 7 : 1. In dit schriftgedeelte wordt weliswaar niet in de allereerste plaats gesproken over afzondering van een bepaald godsdienstig systeem, dat door mensen is gemaakt, maar toch is dat er ongetwijfeld ook bij inbegrepen. Het gaat hier vooral om persoonlijke afzondering van alle verkeerde verbindingen, die zich in ons dagelijks leven, in maatschappelijk of zakelijk opzicht, of ten opzichte van huwelijksverbintenissen, kunnen voordoen.

De Heilige Geest spreekt hier over verbintenissen van gelovigen met ongelovigen, die gruwelijk zijn in de ogen van God. Hoe moeten we met diepe schaamte en ootmoed erkennen, dat ze zo veelvuldig in ons midden gevonden worden.

Aan ons allen, die door de genade van God de plaats van afzondering hebben gevonden (maar dit geldt natuurlijk ook voor alle gelovigen), wordt de positieve opdracht gegeven: "Trekt niet een ongelijk juk aan met de ongelovigen". En juist dit komt zo menig keer bij ons voor. Daarom laat God ons beoordelen of zulke dingen kunnen en mogen. Hij legt daarom de volgende vragen aan ons geweten voor.

a) Welk deelgenootschap heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid?
b) Welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis?
c) Welke overeenstemming heeft Christus met Belial?
d) Welk deel heeft een gelovige met een ongelovige?
e) Welke overeenkomst heeft Gods tempel met de afgoden?

We willen deze vijf vragen achtereenvolgens in het kort overwegen:

Vraag a:
2 Kor. 5 :21 zegt: "Christus werd zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem".
Wij zijn gerechtigheid Gods. Daarvoor moest Christus tot zonde worden gemaakt. Kunnen we dit maar voorbijzien en deel nemen of hebben aan ongerechtigheid, waarvan Christus ons door zijn kruisdood heeft verlost?

Vraag b:
Efeze 5 : 8 zegt: "Eertijds waart gij duisternis, maar nu zijt gij licht in de Heer".
Willen wij loochenen dat wij "licht" zijn in de Heer en ons weer verbinden met personen die nog in de duisternis zijn, of met werken der duisternis?

Vraag c:
De benaming "Belial" wordt in de Schrift gebruikt om aan te duiden ijdele, nietswaardige personen, die zich boos en verderfelijk openbaren. Heeft Christus, onze Heiland en Verlosser, enige overeenstemming met zulke mensen?

Vraag d:
Openb. 21 : 8 zegt o.a. van de ongelovigen: "hun deel is in de poel, die met vuur en zwavel brandt, hetwelk is de tweede dood".
Willen we deel hebben met de ongelovigen?

Vraag e:
1 Kor. 6 : 19 zegt tot iedere gelovige persoonlijk: "Weet gij niet, dat uw lichaam de tempel is van de Heilige Geest, die in u is, die gij van God hebt" en 2 Kor. 6 : 16 zegt tot alle gelovigen gemeenschappelijk: "Gij zijt de tempel van de levende God".

Mag er dan bij iemand van ons persoonlijk, of bij ons allen gemeenschappelijk, sprake zijn van dingen die God onteren, of dat dan is in ons lichaam, de tempel van de Heilige Geest, of wel in eigenwillige godsdienst in ons gemeenschappelijk geestelijk leven?

 

Scheidt u af

Uit deze ernstige vragen blijkt dat Gods Woord op een zeer besliste manier spreekt van afzondering, afscheiding van kwaad. "Gaat uit het midden van hen", dat is: hebt geen gemeenschappelijke belangen met ongelovigen! "Scheidt u af", dat is: realiseer u het verkeerde en keer er u van af! "Raakt niet aan hetgeen onrein is", dat is: zorg er voor, dat ge door onreinheid die u omringt, niet besmet wordt! En dan volgt daarop Gods belofte in 2 Kor. 6 : 17, 18: "Ik zal u aannemen; en Ik zal u tot Vader zijn, en gij zult mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heer, de Almachtige".

Deze derde wijze van afzondering bestaat dan ook daarin, dat een gelovige zich niet verbindt met een ongelovige, niet in zakelijk verband, ook niet in een huwelijksverbintenis, noch, in welk opzicht dan ook, in geestelijk werk of in geestelijke dingen. Hoe zou een gelovige b.v. in een huwelijksverbintenis kunnen samengaan met een ongelovige, wiens deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt? Hoe zouden we samen kunnen gaan in evangelisatiewerk of anderszins, waarin gelovigen en ongelovigen in één verband samen arbeiden?

Laat ons deze beschouwing beëindigen door te luisteren naar het woord van de apostel Paulus in 2 Kor. 7 : l, dat luidt als volgt:

"Daar wij dan deze beloften hebben, geliefden, laat ons onszelf reinigen van alle bevlekking des vleses en des geestes, en de heiligheid voleindigen in de vreze Gods".

De weg van afzondering is de weg van hemels licht, want: "Bij U is de fontein des levens; in uw licht zien wij het licht" (Ps. 36 : 10).

H. Z.