Aanbevelingsbrieven

 

Paulus had geen brief van aanbeveling nodig. De gelovigen, die als gevolg van zijn prediking bekeerd waren geworden, door het geloof in de Heer Jezus, waren zijn brief. Alle mensen konden die brief lezen (2 Kor. 3 : l), Maar in dezelfde tekst staat uitdrukkelijk dat andere gelovigen wel aanbevelingsbrieven nodig hadden. Dat was een Goddelijke orde in de gemeente van die tijd.

Zou het nu, waar er zoveel verwarring in de christenheid is, anders zijn? We zouden eerder willen zeggen, dat het dan nu wel dubbel nodig is.

En toch, hoeveel nonchalance of onachtzaamheid is er wat dit betreft juist in deze tijd. Ieder weet dat hij een pas of bewijs van Nederlanderschap nodig heeft, om in het buitenland te worden toegelaten. Tijdig neemt de vakantieganger daarvoor zijn maatregelen en telt zonder bezwaren te maken er de nodige gelden voor uit. Maar een aanbevelingsbrief, die zonder kosten en zo gemakkelijk te krijgen is, behoort menigmaal niet tot de reisinventaris. "Vergeten"… is meestal het antwoord, als er om gevraagd wordt. Of men argumenteert, dat er in de plaats die men bezoekt wel één of twee broeders zullen zijn, die de gast kennen. Vlak voor de samenkomst moet er dan vaak nog "even gepraat" worden. Is dit de Goddelijke orde? Niemand zal dat met vrucht kunnen verdedigen.

 

De vakanties staan weer voor de deur. Velen bezoeken de samenkomst tot de breking des broods (de andere samenkomsten niet?) in een plaats waar ze niet eerder geweest zijn, hetzij in het binnenland, hetzij in het buitenland. Het zal tot eer zijn van de naam des Heren, als allen er rekening mee houden dat een aanbevelingsbrief van de vergadering waar men woont, nodig is. Anders kan men de broeders en zusters van de te bezoeken vergadering in moeilijkheden brengen en daarmee ook zichzelf.

Ook hier mogen we toepassen het woord van de apostel Paulus: "Laat alle dingen welvoeglijk en met orde geschieden".

H. M.