De hoop van de gemeente

(II)

 

Dit is het tweede artikel over dit onderwerp naar een vrije vertaling van "The hope of the church" door br. John Weston.

 

Omvat alle gelovigen

De Schrift stelt de komst van Christus steeds voor als de eigenlijke hoop van de gehele gemeente. En toch zijn er zo heel weinig gelovigen die een duidelijk begrip hebben van deze komst. Zeer velen verwarren zijn komst als de Zon der gerechtigheid met zijn komst als de morgenster. Zij halen door elkaar de komst van Christus voor de zijnen en zijn komst met hen.

De vraag mag worden gesteld, wie nu eigenlijk deel uitmaken van de gemeente. Het antwoord vinden we in 1 Kor. 12 : 13:

"Wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen".

Hieruit blijkt duidelijk dat alle gelovigen, vanaf de uitstorting van de Heilige Geest op de pinksterdag, tot de opname van de gemeente bij de komst van Christus, het éne lichaam vormen, waarvan Christus het hoofd is. In het voorgaande vers, in 1 Kor. 12 : 12, lezen we de opmerkelijke woorden, dat, zoals het lichaam één is, hoewel er vele leden zijn, zo ook Christus is. Christus en zijn gemeente worden zo nauw met elkaar verbonden gezien, dat de Schrift spreekt van "Christus", als zij doelt op de leden van het lichaam, verbonden met het hoofd. De gemeente, die zijn lichaam is, zal ook met Hem verbonden zijn in heerlijkheid.

In Efeze 5 schrijft Paulus, dat Christus de gemeente zo heeft liefgehad, dat Hij Zichzelf voor haar heeft overgegeven. Met welk doel?

"Opdat Hij de gemeente zichzelf zou voorstellen, verheerlijkt, geen vlek of rimpel of iets dergelijks hebbende" (vs. 27).

"Wij zijn leden van zijn lichaam" zegt de apostel even verder.

Er is dus geen twijfel mogelijk. Allen die sinds de pinksterdag bekeerd zijn geworden, behoren tot de gemeente, tot het lichaam van Christus. Het onderscheid tussen jood en heiden bestaat niet meer. De jood, die tot bekering komt, wordt evengoed bij de gemeente gevoegd (Hand. 2 : 47) als de heiden.

 

Geen gedeeltelijke opname

Welke plaats is er dan, mogen wij wel vragen, voor de gedachte aan een gedeeltelijke opname van de gelovigen? De Heer komt immers voor de leden van zijn lichaam - de gemeente. Zal Hij een onvolledig lichaam tot Zich nemen? Hij wil immers, zoals we in Efeze 5 hebben gelezen, de gemeente Zichzelf voorstellen. Hij wil aan haar geen enkel gebrek zien. Zij zal volmaakt Zijn, heilig en onberispelijk. Zal er sprake kunnen zijn van volmaaktheid als er leden van het lichaam ontbreken?

Is het niet in zeker opzicht godslasterlijke taal, als wij, denkende aan zulk een schriftwoord, spreken van een gedeeltelijke opname? Deze leer is hoofdzakelijk gegrond op de woorden die we lezen in Hebr. 9 : 28, waar staat, dat Christus ten tweede male zal verschijnen aan hen, die Hem verwachten. Laatstgenoemde woorden hebben echter betrekking op alle gelovigen. Zij betekenen niet, zoals sommigen veronderstellen, dat slechts zij zullen worden opgenomen die vasthouden aan de waarheid van Christus' komst voor de zijnen. Als dat waar was, zou onze vereniging met Christus bij zijn komst, afhankelijk zijn van kennis en inzicht. Gelukkig is dit niet zo. Onze vereniging met Hem geschiedt door de kracht en de tegenwoordigheid van de Heilige Geest.

In Hebr. 9 : 28 veronderstelt de Geest van God, als vanzelfsprekend, dat alle kinderen Gods op de aarde op één of andere wijze uitzien naar de komst van hun Zaligmaker. In werkelijkheid moest het ook zo zijn. Misschien zien niet alle gelovigen even duidelijk alle bizonderheden. Zij genieten wellicht niet allemaal evenveel van de schatten, die nu reeds verborgen zijn in de beloften van Christus' wederkomst, omdat ze er geen oog voor hebben. Maar het is een onomstotelijke zekerheid, dat allen zich op hetzelfde ogenblik zullen verheugen als zij de Heiland zien, die hen heeft liefgehad en Zichzelf voor hen heeft overgegeven.

 

De bruid van Christus

Zoals we reeds eerder hebben opgemerkt is de gemeente de bruid van Christus. Aan de gemeente in Korinthe schrijft Paulus:

"Ik heb u aan één man verloofd, om u als een reine maagd aan Christus voor te stellen" (2 Kor. 11 : 2).

De bruid van Christus zal de vrouw des Lams zijn (Openb. 21 : 9), als de bruiloft van het Lam gevierd zal worden (Openb. 19 : 7). Christus en zijn bruid zullen verenigd worden in de nauwste gemeenschap, die de liefde kan bereiken. Deze bruid is een geheel, ofschoon zij bestaat uit alle gelovigen die deel uitmaken van de gemeente van God. De bruid ziet uit naar de komst van de bruidegom. Met de Geest verbindt zij zich in de bede tot de bruidegom "Kom!" (Openb. 22 : 17). Dit is het antwoord van de gemeente, "de bruid des Lams", als Jezus Zichzelf aan haar voorstelt als de blinkende morgenster.

De gedachte aan de gemeente, als de bruid van Christus, sluit elke mogelijkheid uit, dat slechts een deel van de gelovigen zal meegaan, als de Heer komt om de zijnen tot Zich te nemen. Tot de bruid van Christus behoren alle gelovigen van deze genadetijd en zij zullen allen opgenomen worden om voor eeuwig verbonden te zijn met hun hemelse bruidegom.

 

O bruid des Lams, ontwaak, ontwaak!
O bruid, houd u bereid;
want Christus komt, uw bruidegom,
de hoop der heerlijkheid.

 

Hij komt, - want o, zijn brandend hart
verdraagt geen scheiding meer.
Hij komt, - en deelt met u zijn vreugd,
zijn heerlijkheid en eer.