1858 - 1958

 

De "Bode des heils" kan er zich niet op beroemen abonnees te hebben, die dit van de oprichting af geweest zijn. Er zijn immers reeds minstens twee generaties gekomen en gegaan, sinds het eerste nummer van ons maandblad verscheen.

Sinds 1858 is er zo het een en ander gebeurd. De wereld ziet er voor het oog heel anders uit dan een eeuw geleden. Waar de mensen honderd jaar geleden niet aan dachten, zelfs niet van droomden en ook voor onmogelijk hielden, is nu heel gewoon. Geen enkele eeuw heeft zulk een ontwikkeling op allerlei gebied te zien gegeven, als de afgelopen honderd jaar. De mens van 1958 is uiterlijk een heel andere als die van 1858. Niemand kan zich onttrekken aan de totaal veranderde levenswijze. Allen zijn wij min of meer be´nvloed door de dingen waarmee we, gewild of ongewild, in aanraking komen. De gelovige evengoed. Hij moet meevaren in het zog van de moderne maatschappij, met zijn eigen vragen en problemen.

 

Heeft een tijdschrift, dat mogelijk in 1858 en de jaren daarna aan een zekere behoefte voldeed, nu dan nog recht van bestaan? Kan het nog iets brengen dat van belang is om er kennis van te nemen? Wij durven volmondig zeggen: ja! Waarom?

De uiterlijke levensomstandigheden mogen dan ingrijpend veranderd zijn, het hart van de mens en de neigingen die er uit voortkomen, zijn nog precies als honderd jaar geleden, zelfs als bijna zesduizend jaar geleden. Ten tweede is ook het Woord van God, ondanks de politieke, maatschappelijke, technische en kulturele omwentelingen, onveranderd gebleven. Nog steeds is het levend en krachtig en een oordeelaar van de gedachten en overleggingen des harten. Het is, als we dat mogen zeggen, nog ten volle aktueel. En het is dit Woord, dat in "de Bode" overdacht en beschouwd wordt, naar de wijsheid en kracht die God daartoe verleent.

Tenslotte willen we nog wijzen op het Schriftwoord:

"Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde, en tot in eeuwigheid" (Hebr. 13:8).

Hij is dezelfde voor hen, die u door middel van "de Bode" willen dienen, door Gods gedachten voor uw aandacht te stellen. Hij is dezelfde ook voor u, die in deze veelbewogen tijd geestelijk houvast zo nodig hebt, zoals ook wij dat behoeven.

Natuurlijk, door de veranderde levensomstandigheden, kunnen er nu andere vragen oprijzen als in 1858. Maar de beginselen van de wereld waarin wij leven zijn gelijk gebleven. De wereld mag zich nu aan ons vertonen in een verguldsel dat er aantrekkelijk uitziet, haar ware gedaante en de taktiek van haar aanvoerder, de satan, zijn onveranderd gebleven.

Als kuriositeit drukken we in dit nummer, geheel ongewijzigd, zelfs wat taal en stijl betreft, het eerste deel van een artikel af, dat in 1858 in de "Bode" voorkwam. U zult daarin een bevestiging vinden van wat we hiervoor schreven over de neigingen van het menselijk hart.

Moet de inhoud van de "Bode" dan niet worden aangepast aan de eisen van deze tijd? Het is onze bedoeling, met Gods hulp, de lezers van de "Bode" ook in het vervolg te dienen met schriftbeschouwingen, overdenkingen enz. in dezelfde geest, als dit tot dusver gebeurde. Wij willen trachten het aktuele element niet te vergeten, zonder ons te wagen aan spekulaties.

 

In dit nummer vindt u het eerste van een serie artikelen over "De bloedtheologie in Genesis". Het onderwerp is waard om bestudeerd te worden. Jonge mensen, en misschien ook ouderen, vinden deze maand de eerste bijdrage van een reeks artikelen, bedoeld als bijbelstudie, over de geschiedenis van Abraham. De stof daarover is niet uitgewerkt en moet dus door vergelijking van tekst met tekst bestudeerd worden.

Ook willen wij nog in het bizonder wijzen op het artikel: "De hoop van de gemeente", waarvan zo de Heer wil nog een tweetal artikelen volgen.

De komst van Christus voor de zijnen is een hoop, die ruim honderd jaar geleden door de Geest van God opnieuw tot leven is gebracht en toen de harten heeft verwarmd. Vele gelovigen zijn intussen in het geloof gestorven, zonder deze belofte vervuld te zien. Wij, die nu zoveel later leven, zijn dichter bij de komst des Heren dan allen die ons zijn voorgegaan.

Tenslotte willen wij ons in uw voorbede aanbevelen. Onze taak is niet gemakkelijk. Daarom "broeders bidt voor ons"!

Moge de Heer, zolang Hij vertoeft, de "Bode des heils in Christus" ook in de komende jaren voor velen tot zegen stellen.