Wonderen en tekenen in de Bijbel

 

XXIII

 

De dood van de Heer Jezus

De dood van Christus is menigmaal getypeerd, niet alleen in de offers, die gebracht werden, maar in verschillende voorvallen die Zijn nederdalen in de wateren des doods symboliseren. In het gaan van het volk van IsraŽl door de Rode Zee en de Jordaan leren wij, hoe de dood en de opstanding van de Heer ons bevrijdt van Egypte, en ons brengt in het beloofde land.

De Rode Zee snijdt het volk af van hun vijanden; het gaan door de Jordaan brengt hen in het land. In beide wordt de nieuwe en levende weg getypeerd.

In de Psalmen wordt dikwijls van beide gewag gemaakt (114 : 3 en 5). Door de dood van de Heer zijn de zijnen gescheiden van de slavernij van Egypte en bevrijd van hun vijanden; "verlost uit de macht der duisternis"; en gebracht in de beloofde erfenis, die hun deel is in vereniging met Hem in de opstanding; "overgezet in het koninkrijk van de Zoon zijner liefde" (Kol. 1 : 13).

 

Wonderen die verbonden kunnen worden aan gelijkenissen

In Matth. 12 : 10-13 vinden wij een wonder, dat gepaard gaat met een korte gelijkenis. Hier loerden de FarizeŽn op een grond van beschuldiging, en zij waren nieuwsgierig of de Heer een ongelukkig mens zou genezen op de sabbat. Hij spreekt dan de gelijkenis uit van het "ťne schaap", dat op de sabbat in een kuil valt.

Een hulpeloos mens genezen, een hulpeloos schaap gegrepen en uit de put gehaald, - dit zijn de dingen waarin Hij behagen heeft.

 

Buitengeworpen met Hem

De blindgeborene werd door de Joden uitgeworpen, omdat hij weigerde zijn afkeuring uit te spreken over Hem, die hem genezen had. Opnieuw antwoordt de Heer Zijn aanklagers met een gelijkenis, nu van de herder en het schaap. Hij gebruikt daar hetzelfde woord, als in Joh. 10 : 4, waar Hij zegt, dat de Herder Zijn eigen schapen uitleidt. De mensen mogen ons van hun gezelschap scheiden, maar zij kunnen ons niet van Hem scheiden Luk. 6 : 22). De schaapskooi van het JudaÔsme bevatte velen, die niet behoorden tot Zijn eigen schapen; en als de Zijnen door de Joden werden uitgeworpen, werd hun in werkelijkheid door Hemzelf de hand toegestoken, om voortaan deel uit te maken van Zijn nieuwe kudde, die velen bevatte, die niet tot "deze stal" behoorden.

De schaapskooi bevatte 2 soorten van schapen. Zij, die "zijne eigene" waren (vers 4) en zij die in vers 16 genoemd worden. De kudde bevat ook 2 soorten - hen die tot de Joodse kooi behoord hadden, en "de andere schapen", uit de heidenen.

 

GeruÔneerde zielen

Het geestelijk bankroet van de ziel wordt geleerd in wonder en gelijkenis. De vrouw, die 12 jaar de vloed des bloeds had gehad, en "al het hare ten koste had gelegd", kwam tot Jezus, van achteren, en raakte Zijn kleed aan.

De verloren zoon had "alles verteerd" voordat hij er toe kwam om te zeggen: "Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan".

Als de vrouw meer geld had gehad, zou zij naar andere geneesheren gegaan zijn, en zo de Enige, die haar kon helpen, misgelopen zijn. Als de verloren zoon niet financiŽel geruÔneerd was geweest, en er was geen hongersnood gekomen, dan zou hij in het vergelegen land gebleven zijn, en de verwelkoming, de liefde van de vader en het feest gemist hebben.

Als wij aan het eind van onze eigen middelen zijn gekomen, kunnen we bij Hem terecht. Slechts ledige zielen kunnen gevuld worden, zoals we dit ook leren uit een ander wonder, dat van de fles olie en de ledige vaten.

Jozef

Het leven van Jozef geeft een opvallend voorbeeld van de weg, waarin de besturende hand van God goed en kwaad doet medewerken tot de vervulling van Zijn raad aan de enkeling, de familie en een volk.

Alle gebeurtenissen tussen de dromen van Jozef en de troon in Egypte, werden tot eendrachtige samenwerking gebracht. De vreselijke dingen, die Jozef steeds verder schenen af te brengen van de mogelijkheid, dat de dromen bewaarheid zouden worden - de put, de verkoop, de slavernij, de gevangenis, - waren in werkelijkheid stappen in de richting van hun vervulling. De jaloezie en de wreedheid van zijn broeders, de goddeloosheid van de vrouw van Potifar, de samenspanning van de Egyptische beambten, alles werd te niet gedaan.

De dromen van de overste der schenkers en de overste der bakkers waren de middelen, waardoor Jozef voor Farao gebracht werd. Wie twijfelt eraan, dat zij door God gezonden waren voor dit bijzondere doel?

Gewone dingen van het dagelijks leven, waarmee, naar het schijnt, de boosheid van de mens meer te doen heeft dan Gods goedheid, worden soms aaneengeregen door ongewone vertoningen van Gods macht, met het doel, de "ketting" te voltooien.

Wij zien uit de woorden van Jozef aan zijn broeders, dat hij geleerd heeft Gods hand te zien in de gebeurtenissen van zijn bijzonder leven (Gen. 50 : 20). De belangrijke gebeurtenissen in het leven van Jozef worden opgesomd in Psalm 105. Alles, wat de daar lezen gebeurde, om de vervulling tot stand te brengen, niet alleen van Jozefs' dromen, maar van de profetie aan Abraham, dat zijn nakomelingen vreemdelingen zouden zijn in een land, dat het hunne niet was; dat zij dienstknechten zouden zijn en verdrukt zouden worden, 400 jaren. Het vierde geslacht zou echter wederkeren.

B.L.