Wonderen en tekenen in de Bijbel

 

XII

 

De mens

 

Job heeft er niet aan getwijfeld dat God hem geschapen heeft, en dat het een kunstig werk is geweest. Over evolutie werd in die dagen nog niet gesproken; hij gaf al de eer van zijn ontstaan aan God. Ook Elihu erkent dit (Job 33 : 4).
Leven en dood zijn in Gods hand. Hij geeft het leven, Hij onderhoudt het, Hij neemt het terug als Hij wil. "In Wiens hand de ziel is van al wat leeft."

 

Wij hebben vele voorbeelden van kinderen die geboren zijn als een antwoord op gebed, zoals SamuŽl, Jozef e.a. De geboorte van Izak was zelfs een bijzonder wonder.
In Exodus 1 : 7, 12 en 20 zien we, dat God zorgde dat het volk overvloedig vermeerderde gedurende en ondanks de verdrukking.
In Jozua 14 : 7, 10 en 11 zien we dat Kaleb wist dat hij door de kracht van God in het leven was behouden en even sterk was op zijn 80ste als op zijn 40ste jaar, terwijl al zijn metgezellen, behalve Jozua, in de woestijn gestorven waren als een oordeel van God. De dood komt op Zijn bevel.

 

Dood is scheiding, en de dood trad in toen Adam en Eva hadden gezondigd. Er kwam scheiding tussen hun zielen en God, en ten gevolge van deze dood volgde de lichamelijke dood. De ziel werd gescheiden van het lichaam. Voor hen die in Christus geloofd hebben is de dood, wat betreft de scheiding van God, voor altijd te niet gedaan. Hij heeft de dood vernietigd, en zij zullen nooit sterven. Het is mogelijk dat zij nog de lichamelijke dood ondergaan maar dat is niet zeker, want de Heer kan komen. "Wij zullen niet allen ontslapen."

 

Vele mensen zijn door een plotselinge dood weggenomen. Het slaan van de eerstgeboornen in Egypte is hiervan wel het meest treffende voorbeeld. In die smartelijke nacht kwam de dood in alle huizen van Egypte. De dood kwam ook wel in de huizen van de IsraŽlieten, maar doordat er een lam werd geslacht in plaats van de eerstgeborene. Er werd geen fout gemaakt in het treffen van de oudste in iedere familie. Het slachtoffer werd uitgekozen door de verdelger met absolute vůůrkennis en een feilloze nauwgezetheid.

 

God kan ook het leven vernieuwen als de laatste adem is uitgeblazen. Wij hebben acht voorbeelden van mensen die uit de doden zijn opgewekt, met name genoemd - drie in het oude testament, drie in de evangeliŽn en twee in de Handelingen.
God bepaalt de duur van het leven en Hij kan 15 jaar aan het leven van Hizkia toevoegen. Er zijn een paar gevallen waarin het lijkt alsof satan macht heeft over het lichaam van de mens, en alsof hij ziekte kan veroorzaken, maar wij weten dat bij Job, zowel als bij Paulus, satan geen macht heeft, tenzij God hem die macht geeft, en dan nog geheel onder Gods controle.

 

Melaatsheid werd door God gezonden als een teken van Zijn macht of als een oordeel. Mozes' hand was voor een paar minuten melaats en spoedig weer beter (Ex. 4 : 6, 7). De melaatsheid van Mirjam zien we als een oordeel van God en door het gebed van Mozes genas zij spoedig. Gehazi en Uzzia werden met melaatsheid gestraft en niet genezen.

 

God weet alles aangaande het menselijk lichaam en de Heer zegt zelf dat de haren van ons hoofd geteld zijn.
De poorten van het oor en het oog zijn de twee hoofdingangen tot de stad "mensenziel" en zij zijn gemaakt door dezelfde Architect die de gehele stad bouwde (Psalm 94 : 9).
Het is onmogelijk te zeggen wat het wonderlijkste instrument is - het oor, met al zijn ingewikkeldheid, waarop de golven van het geluid de verschillende tonen doen neerkomen, zodat zij door de zenuwen tot de hersenen worden overgebracht - of het oog, waarop de lichtgolven vallen en door de schone lens worden geconcentreerd, gebroken door het netvlies en geheel door de oogzenuw naar de hersenen worden overgebracht.
De wonderen van het oog zijn nooit ten volle verklaard, maar als wij overtuigd zijn dat het geheel een product is van Gods wijsheid en bekwaamheid, zullen we het er niet moeilijk mee hebben te geloven dat Hij verschillende wonderen kan doen die het menselijk oog betreffen.

Hij kan door het woord van Zijn dienstknechten in een ogenblik de mens het gezicht ontnemen, zoals bij de mannen van Sodom, bij de SyriŽrs of bij Elimas. De man in Johannes 9 wist dat nooit iemand de ogen van een blindgeboorne geopend had. Jezus doet het. God kan ons ook de ogen openen om te zien wat voor de mens onzichtbaar is, want er is een gebied rondom ons met dingen, die onze ogen niet kunnen waarnemen. Wij kunnen de dienende geesten, ten dienste uitgezonden om den wille van hen, die het heil beŽrven zullen, niet zien.

 

Wij weten niet op welke wijze de woorden van Eliza bekend werden gemaakt die hij aan de koning van IsraŽl kon mededelen, dingen die de koning van SyriŽ in zijn binnenste slaapkamer mocht gesproken hebben.
De mens moge zeggen: "onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?" (Psalm 12 : 5), maar God heeft bewezen dat Hij macht heeft over de spraak van de mens. God kan met stomheid slaan, God kan de stomme doen spreken, God kan een spraakverwarring zenden.

 

Men kan geen verklaring geven van geheimen als het vermogen tot de wilsuiting, de rede, de wens, de berekening, het streven, de aandoening, de aanleg enz. Erfelijkheid is niet voldoende om op een bepaalde aanleg te mogen rekenen. Omgeving, opvoeding, training, of andere uitwendige invloeden mogen veel doen, maar zij kunnen niet ontwikkelen wat er niet is.
Als wij tot de Schrift terugkeren, vinden we dat God de mens de macht geeft zijn gedachten en zijn wil te vormen, zowel wat het lichamelijke als wat het geestelijke betreft (1 Kor. 12 : 11).

 

De krachten van de mens vůůr de zondeval moeten wel heel groot geweest zijn. Sommige theorieŽn van de evolutie leren dat de eerste mens iets minder of mooier was dan een aap, van welke vorm en toestand men zegt dat hij langzamerhand is gaan afwijken.
De Bijbel geeft ons een heel ander beeld. Tot de zondeval was de mens in niets onwetend, behalve in de kennis der zonde. Hij had geen moeite met het geheugen, hij behoefde zich niet in te spannen om iets te bedenken. Hij reageerde snel en gevat op de eerste gewaarwording.
Wij mogen de uitnemendheid van het verstand dat de mens eenmaal sierde, berekenen aan de hand van de schitterende overblijfselen ervan. En zeker, het moet alles zeer schoon geweest zijn, als het in verval geraakte nog zo bewonderenswaardig is.
Hij die bevallig is als hij oud en der dagen zat is, was zeker heel schoon toen hij jong was. Aristoteles was maar een puinhoop van Adam, en Athene slechts een bouwval van het Paradijs.

B.L.

"Vrij naar het Engels"