Genezing op het gebed [1]

Daar de belangstelling voor dit onderwerp de laatste tijd groot is onder de gelovigen en er over deze belangrijke zaak verschillende gedachten zijn, is het voor alle kinderen Gods van het grootste gewicht wat Gods Woord ons daarover meedeelt.

Om niet tot onjuiste gevolgtrekkingen te komen, is het noodzakelijk het onderscheid te zien tussen de gave der gezondmaking en de genezing van zieken als verhoring op het gebed.

In 1 Kor. 12 : 28 worden bij de gaven, daar opgesomd, ook genoemd de genadegaven van genezing. Zoals God aan de Gemeente sommigen gaf als leraars, zo gaf Hij ook aan sommigen genadegaven van genezing. Dit waren dus gaven die slechts enkelen ontvingen.

Deze wondermacht - het eerst door de Heer Jezus in het Nieuwe Testament gebruikt - werd door Hem in Markus 16 : 18 bij Zijn afscheid geschonken aan de discipelen, die ze met of zonder handoplegging konden uitoefenen.

We vinden later de discipelen en ook enkele anderen, bijv. Stefanus en Philippus, de zieken genezen zonder in het openbaar aan de uitoefening dezer gaven het gebed te verbinden. Op hun woord was de zieke terstond hersteld en verlost van zijn kwaal.

In Hebr. 2 : 4 wordt ons de reden medegedeeld, waarom God aan de nog jonge Gemeente deze gaven schonk, nl. "dat God bovendien medegetuigde zowel door tekenen als wonderen en menigerlei krachten." Deze gaven werkten dus mee om Zijn heilsboodschap bij Joden en heidenen ingang te doen vinden. En doordat de Gemeente een eenheid was, kon Gods Geest op deze wijze medewerken. Het opmerkelijke is dan ook, dat zij die deze genadegaven bezaten, ze alleen gebruikten bij de verkondiging van het Evangelie en niet om de arbeiders des Heren of andere kinderen Gods van hun kwalen of ziekten te verlossen.

Paulus miste Trofimus heel erg, toen hij te Rome gevangen zat, maar hij had hem ziek te Milete achtergelaten, hoewel hij de genadegave van genezing bezat.

Paulus had Timothes lief als een vader zijn zoon, maar hij genas hem niet van zijn maagkwaal, ofschoon hij de genadegave van genezing bezat. Door de vele groeperingen in de Christenheid en het verspreid zijn van de leden der Gemeente in vele kerken en kringen leven wij in de tijd van kleine kracht (Openbaring 3 : 8), waardoor sommige gaven niet meer onder de gelovigen gevonden worden. Bovendien is door de verspreiding van de bijbel en de algemene bekendheid met het Evangelie deze medewerking bestemd voor de ongelovigen, misschien niet meer nodig.

 

Wat nu de genezing door het gebed betreft, dit is een geheel andere aangelegenheid, die losstaat van de genadegave van genezing.

Lezen wij dat God slechts aan enkelen deze gave schonk, het gebed geeft Hij aan al Zijn kinderen en belooft verhoring daarop indien dit gebed overeenstemt met Zijn gedachten en gevoelens.

In Joh. 16 : 23 zegt de Heer Jezus: "Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn naam, dat zal Hij u geven... opdat uw blijdschap volkomen zij" (vers 24).

In Jacobus 5 : 15 staat: "Het gebed des geloofs zal de zieke behouden en de Heer zal hem oprichten" en in vers 16: "Het krachtig gebed eens rechtvaardigen vermag veel."

Er wordt wel eens beweerd, dat alle ziekten het gevolg zijn van zonden, bedreven door hen, die ziek zijn.

Dit is in strijd met wat de Bijbel ons zegt. Job bijv. die rechtvaardig voor God wandelde, werd ernstig ziek.

De blindgeborene was ook niet blind door zonden van hemzelf of van zijn ouders Joh. 9 : 2-3).

Epafroditus in Filippi 2 : 25-30 was zelfs ziek tot nabij de dood door zijn werk voor de Heer.

Wel kn ziekte het gevolg zijn van onze zonden bijv. door dronkenschap of ontucht. Men moet dan de gevolgen van zijn zonden levenslang in het lichaam meedragen.

Anderzijds gebruikt God soms ziekte als tuchtmiddel voor Zijn kinderen, bijv. 1 Kor. 11 : 30-32 waar men geen rekening hield met de heiligheid van de broodbreking.

Ten laatste zien wij in Hebr. 12 dat God de moeilijkheden, waarbij zeker ook ziekte was, gebruikte om Zijn kinderen dichter bij Zich te

brengen, opdat zij Zijner heiligheid deelachtig zouden worden.

Ziekte kan dus een geheel verschillende oorzaak hebben en wij moeten ons wel wachten een oordeel uit te spreken, zoals de discipelen deden bij de blindgeborene.

Al zijn wij zelf gezond, wij lijden onder de vele ziekten die ook bij de gelovigen gevonden worden. Dit moet ons meer brengen tot persoonlijk en vooral gemeenschappelijk gebed.

Waarom zijn de bidstonden dikwijls zo slecht bezet? Moesten er niet net zoveel broeders en zusters zijn als 's Zondagsmorgens? Wij hebben toch een Vader die almachtig is en elke ziekte, ook die door doktoren ongeneeslijk verklaard is, geheel kan wegnemen. Bovendien weten wij dat Hij ons hoort, dat Hij gebeden wil zijn. Velen onzer hebben in hun leven verhoringen meegemaakt op het gebed voor zieken, die door de geneesheer waren opgegeven. Dezer dagen hoorde ik een uitspraak van een gelovige dokter die zeide dat hij dit in zijn praktijk meermalen had ondervonden.

Het is echter niet zo, dat God altijd verhoort en geneest. En ook niet dat de ziekte verdwijnt, wanneer wij het vaste geloof hebben dat God ons beter maakt, als iemand ons de handen oplegt en wij gemeenschappelijk bidden.

Dat geloof is niet naar Gods gedachten. De consequentie zou dan zijn, dat wanneer iemand niet herstelde, hij te weinig geloof bezat. Denk u eens in, welk een schade dit aan de zielen der zieken kan toebrengen. Neen, wij geloven in Gods almacht, die alles kan, maar ook in Gods liefde die weet welk kruis wij nodig hebben tot ons heil en tot de heerlijkheid Gods. God heeft met alles Zijn bedoeling.

Nu hoort men wel eens: "Ja, maar wij kunnen bidden in Jezus' naam en dan heeft God toch beloofd, dat Hij zal verhoren."

Laten wij daarmee voorzichtig zijn. In Jezus' naam bidden wil zeggen: bidden, alsof Hijzelf het gewenste vraagt. Dat zijn alln de dingen of aangelegenheden, waarvan wij de zekerheid hebben, dat ze naar Gods wil en gedachten zijn. En zouden wij durven beweren, dat wij dat weten van het verlost-worden van beproevingen of ziekten die wij doormaken?

 

Tenslotte iets over de bekende plaats uit Jacobus 5 : 13-16. Dit gedeelte wordt wel eens als bewijs aangehaald voor de genezing "door het gebed". Bij nader onderzoek blijkt dit echter een heel bijzonder geval te zijn, want de verzen 13-16 horen bij elkaar. Daar vindt men een lid der Gemeente die weet, dat zijn zonden de oorzaak zijn van zijn ziekte. Hij komt in Gods licht en ziet zijn kwaad. Nu gaat hij niet naar een gebouw, waar vele andere zieken door handoplegging van enkelen en het gebed van de massa genezing hopen te vinden, maar op zijn verzoek komen de oudsten der Gemeente bij hem en hij belijdt zijn schuld. Dit waren grove zonden, die krachtens hun natuur straf mede brachten en in dit bijzondere geval geeft God genezing. God had met de tuchtiging Zijn doel bereikt en nam de ziekte op het gebed der ouderlingen weg [2]. Toen de Gemeente pas gevormd was en er nog geen verdeeldheid en ontrouw was, kon Gods Geest op krachtige wijze werken. En toch zegt Jacobus er achter "Het krachtig gebed eens rechtvaardigen vermag veel," d.w.z. niet alles.

Elia bad in overeenstemming met de gedachten van God en zijn gebed werd verhoord. Maar Elia kon ook zeggen: "Ik sta voor God." Welnu, indien de oudsten z voor God stonden, zouden ze ook kunnen bidden in overeenstemming met Zijn gedachten. Zij zouden dan weten dat God met deze ziekte Zijn doel bereikt had.

Laten wij in deze zo tere zaak vooral voorzichtig zijn en ons geheel laten leiden door Gods Woord en Geest.

Wij hebben in ons midden ook zieken. Laten we allen de behoefte gevoelen om persoonlijk voor hen te bidden en dit ook gemeenschappelijk te doen, zodat onze bidstonden vol worden. Laat ons gebed met energie geladen zijn, maar laat het slot zijn: "Uw wil geschiede." Er zijn vele gelovigen die ziek of gebrekkig zijn en die geloven dat God machtig is, ze te genezen en er ook voortdurend om bidden, maar wier gebeden tot nu toe niet verhoord werden.

Voor hen het volgende:

Geloof, dat uw Hemelse Vader u liefheeft en het nodig oordeelt dat ge dit zware kruis draagt. En wanneer ge dit uit Zijn hand aanneemt, dan zult ge van Hem hetzelfde antwoord ontvangen dat Paulus kreeg: "Mijn genade is u genoeg."


[1] Overgenomen uit "De Kringkoerier" van de Vergadering in Den Haag.

[2] Het onjuist toepassen van de verzen Jac. 5 : 14, 15 heeft in de loop der eeuwen in de Christenheid al zo veel verkeerds gebracht. De R. K. kerk grondt nl. op deze verzen de leer van het laatste Oliesel als sacrament der stervenden Wanneer ze in de protestantse kringen ook verkeerd uitgelegd zouden worden, bestaat het gevaar, dat men een Protestants Lourdes krijgt.