Wonderen en tekenen in de Bijbel

 

III

 

De studie van natuurwetenschappen leert ons iets van de verborgenheden van de stof en de energie. Geluid, licht, warmte, zwaartekracht vallen onder deze tak van wetenschap, want zij zijn alle verschillende vormen van energie. De wetten die hen regeren, zijn alle door de grote Wetgever geordend.
Hij, en Hij alleen begrijpt en kent ze geheel, en wij kunnen er van verzekerd zijn dat Hij nauwkeuriger is betreffende het handhaven van deze wetten, dan de mannen der wetenschap die beweren, dat er geen wonderen gebeuren.

Wij kunnen ons niet voorstellen de enorme macht, die een natuur- of scheikundige zou hebben, die alle kennis had van de krachten der natuur en van de eigenschappen van elke stof. Hij zou ongehoorde wonderen kunnen verrichten als hij van deze krachten gebruik kon maken.

Maar de God van de Bijbel, - de God der natuur, - de God der wonderen, weet al deze dingen, en als wij daarbij in aanmerking nemen Zijn onbeperkte wijsheid, erkennen we Hem als Degene die elke kracht onvoorwaardelijk aan Hem doet gehoorzaam zijn.

Er is een belangrijke kracht, waar de natuurwetenschap buiten staat. Zij is niet te vinden onder de wetten van de natuurkundigen, en toch is zij de grootste kracht, die alle andere beheerst. Men heeft haar zelfs geen naam gegeven. Het is de kracht van het Goddelijk "staande houden".
"Hij houdt alle dingen staande door Zijn machtwoord" (Psalm 119 vs 90 en 91).

Wie kan de belangrijkheid bepalen van deze kracht, te midden van de natuurwetten? De instandhouding der dingen door een uitdrukkelijk bevel! Niet maar een instandhouden van energie, wat door de wetenschap erkend wordt - de bestendiging van de kracht -, maar een voortdurende persoonlijke controle; "alle dingen bestaan te zamen door Hem" (Kol. 1:17). "Naar uwe ordinantiŽn blijven zij nog heden staan, want zij alle zijn uwe knechten" (Ps. 119:91).

In een signaalhuis kunnen we zien hoe van hieruit alles op een groot spoorwegknooppunt wordt geregeld en bestuurd. We kunnen niet Gods signalen zien, of begrijpen hoe het woord van Zijn kracht wordt overgebracht aan de krachten der natuur. Wij kunnen niet zien hoe Hij de hefboom in werking stelt.
Wij weten alleen dat Zijn wetten Hem gehoorzamen met een nauwkeurigheid en stiptheid, die in ieder menselijk stelsel onbekend zijn.
Er is nog nooit 'n fout gemaakt in dit opzicht. Als deze controle - de kracht van het staande houden - werd opgeheven, zouden niet alleen vele botsingen het gevolg zijn, maar het zou de ondergang betekenen van het heelal. Het is veel gemakkelijker voor de God van het heelal een zgn. wonder te volbrengen, dan voor een seinwachter om een grote locomotief met een trein op een zijspoor te laten rijden.

Rationalisten, die wonderen loochenen, zijn gelijk mensen die niets van een spoorwegsysteem afweten, en denken dat de treinen altijd op hetzelfde spoor moeten blijven en niet van hun normale banen kunnen worden afgevoerd. Zo iets te beweren betekent eenvoudig, dat men niets afweet van het werk in het seinhuisje. De natuurwetten zijn de ordinantiŽn van God, en op verschillende bijbelplaatsen wordt er naar verwezen:

Jeremia 31 : 35 en 36

de ordeningen van de maan en sterren,

Jeremia 33 : 25

de ordeningen van de hemel en de aarde,

Job 38 : 33

de ordeningen des hemels,

Psalm 148 : 3-6

Hij heeft de zon, maan, sterren, hemelen, en wateren een orde gegeven.

ZWAARTEKRACHT

 

Onder al de natuurkrachten is die der zwaartekracht de meest omvangrijke in haar uitwerking. Zij openbaart zich op verschillende wijzen, en haar uitwerking beperkt zich niet tot de aarde, maar in verschillend karakter, tot de uiterste grenzen van het heelal.
Door haar invloed bewegen zich de voorwerpen en blijven op ťťn plaats: zij staan of vallen, en de atmosfeer zelf wordt door haar beÔnvloed. De wetten der zwaartekracht werden door GalileÔ vermoed; ontdekt en afgemeten door Newton en anderen, maar geen natuurkundige was in staat meer te doen dan de kracht te berekenen. Hij kan ze niet tot ontwrichting brengen, noch in werkelijkheid volledig verklaren waarom verschillende stoffen meer gewicht hebben dan andere, of, meer beÔnvloed worden door de zwaartekracht.
Deze kracht, met al haar ingewikkeldheid en ver-rijkende resultaten, zoals alle natuurkrachten, is alleen het werk van de Schepper.
Hoeveel ligt er opgesloten in de simpele mededeling; zomer en winter, die hebt Gij geformeerd (Ps. 74 : 17).
Zij sluit alle grote krachten in, die de banen der planeten bepalen.
Kepler ontdekte sommige van de wondervolle wetten, die de loop der aarde beheersen.
Wij bewonderen het intellect van de man, die een onderdeel van de geheimen van het uitspansel kon ontknopen; maar wat zeggen we van de grootheid van Hem die de wetten maakte, die aan de zon en elk der planeten de kracht gaf elkander aan te trekken en door middel van de zwaartekracht ieder in de aangewezen weg houdt.
Als wij trachten de bedoeling te verstaan van de wetten van Kepler, beginnen we te beseffen hoeveel de uitspraak van de Psalmist en de belofte aan Noach werkelijk betekenen.
Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden.
In Jesaja 40 : 12 lezen we, dat Hij "de bergen woog met een waag en de heuvelen met een weegschaal," maar Hij gaf hun ook hun gewicht. Salomo zegt in een van zijn boeken (niet in de Bijbel): "Gij hebt alles geordend naar maat, getal en gewicht."

De veranderingen in de atmosfeer zijn in grote mate van invloed op deze zwaartekracht. De natuurwetenschap zegt ons: het verschil tussen het gewicht van de lucht en de neveldeeltjes, waarvan de wolken gevormd zijn, die hun opwaartse beweging veroorzaakt, hebben regen ten gevolge als ze vloeibaar zijn, door de zwaartekracht der aarde. Als we lezen wat Job zegt in hoofdstuk 28 : 24-27 en 37 : 16, berust dit op absoluut wetenschappelijke nauwkeurigheid.
Er worden twee treffende wonderen verteld in de bijbel, waarin deze kracht op wonderbare wijze buiten werking wordt gesteld door een grotere kracht, en zij zijn zeer veelbetekenend om ons te helpen iets te ontdekken van de wegen, waarlangs God wonderen doet.
Het eerste is: 2 Kon. 6, waar het ijzer van de geleende bijl, dat op de bodem van de Jordaan was gevallen, naar boven kwam door een hout dat in het water werd geworpen. Het soortelijk gewicht van ijzer is veel groter dan van water, daarom zonk de bijl. Maar ijzer is ook zwaarder dan hout, zodat een nieuwe kracht moest worden ingevoerd, waardoor het hout een sterkere aantrekkingskracht kreeg. Het werd zo sterk als een magneet en de wet der zwaartekracht was overwonnen.
Hetzelfde zien we op het meer van Galilea, als de Heer op het water wandelt en Petrus tot Hem komt.
In beide gevallen werd de wet van de zwaartekracht te niet gedaan door een grotere kracht. Wij kunnen hieruit veel leren, want dit is de weg waar langs God handelt, zowel in de geestelijke als in de natuurlijke wereld.
De wet der zwaartekracht wordt niet buiten werking gesteld als de magneet het ijzer aantrekt; alleen de grotere kracht van het magnetisme overtreft haar. Geen natuuronderzoeker twijfelt aan de werking van de magneet. Hij zegt niet dat het onmogelijk is dat ijzer door de lucht zweeft, maar dat het op de aarde moet vallen. Hij neemt rustig de magnetische invloed aan. Maar bij deze wonderen wordt een Goddelijke kracht ingeschakeld, waarvan de wetenschap niets weet. De wet der zwaartekracht kan overwonnen worden door de arm van een klein kind. De bal, die volgens natuurwetten op de grond moet vallen, springt op naar het plafond, als zij haar zwakke krachten aanwendt.
Kan menselijke onmacht meer bereiken dan Goddelijke almacht? Als God de kracht van Zijn arm aanwendt, kan Hij gemakkelijk Zijn eigen wetten opheffen.

B.L.