De akker vol linzen

 

(2 Sam. 23 : 11, 12)

Een van de eersten onder de machtige helden van David was Samma, de zoon van Ag, de Harariet. Zijn plaats op de rol van eer staat vast. Br J. N. Darby zegt met het oog daarop: "De Heilige Geest noemt de sterke mannen van David en vermeldt breedvoerig hun daden van dapperheid en toewijding, daden, die een naam en plaats verkrijgen, wanneer God de volken opschrijft (Ps. 87 : 5, 6)."

Het is van buitengewoon belang, dat de naam Samma door twee grote Hebreeuwse taalkenners van naam verschillend vertaald is, maar dat men in beide betekenissen een voorbeeld ziet n in de man n in de tijd waarin hij leefde.

Dr Patrick Fairbairn zegt, dat Samma "verwoesting en verlatenheid" betekent. Dr Robert Young geeft de naam weer door "roem en vermaardheid". Ongetwijfeld was de tijd van Samma er een van verwoesting en trouweloosheid voor Gods volk, waarin hij een onsterfelijke roem en vermaardheid verkreeg. Zo kunnen beide geleerden in dezen veilig gevolgd worden.

De Filistijnen, waarover in het Oude Testament meer is vermeld dan van elk ander volk behalve Isral, deden n van hun periodieke rooftochten, terwijl zij overal vrees en ontsteltenis verspreidden. Doch toen deze plunderende troep aan het stuk grond van Samma kwam, ontmoetten zij een vastberaden tegenstand en leden uiteindelijk de nederlaag. Het verhaal, dat een kleine schets is van een zeer dappere daad, verloopt aldus: "Toen de Filistijnen verzameld waren in een dorp, en aldaar een stuk akkers was vol linzen, en het volk voor het aangezicht der Filistijnen vluchtte, zo stelde hij zich in het midden van dat stuk, en verloste het, en sloeg de Filistijnen, en de Here wrocht een groot heil."

Deze aartsvijanden van Isral hadden het volk des Heren gedurende enige geslachten in slavernij gehouden, waardoor ze nu en dan volkomen gedemoraliseerd werden. Zelfs hun verschijning werd telkens het teken voor een onterende vlucht. Maar deze keer was er een man, die hun woedende aanval weerstond. Een vergelijking van de verschillende vertalingen van deze tekst is belangwekkend en dient om te illustreren hoe zij, wier lot het is om te leven in tijden van geestelijke verwoesting en verlatenheid, in een "dag van kleine dingen" roem en vermaardheid kunnen verwerven.

Deze verschillende vertalingen dienen er toe om de rijkdom van de verborgen betekenis in het oorspronkelijke aan de oppervlakte te brengen. Zo hier de woorden: een stuk akker; hij stelde zich; hij verloste; sloeg; en wrocht een groot heil. Deze alle stellen ons de echte atmosfeer van de tekst voor, n.l. die van bezit, doel en bewaring.

Samma, de man wiens naam de tweevoudige en tegengestelde betekenis draagt van "verwoesting en verlatenheid" en van "roem en vermaardheid" vond nu een gelegenheid. Isral was hier ontmoedigd, zwak en hulpeloos; de Filistijnen daarentegen waren sterk, overwinnaars en onbeschaamd. Hier hebben we wat zowel de macht van het woedende en teugelloze kwaad vertegenwoordigt, dat onbeschaamd het volk van God aanvalt, als de worsteling, de moed en de verovering, die het gevolg zijn van de weerstand van de man door wie God een grote overwinning wrocht. De ene gedachte, die uit dit verhaal naar voren treedt, is deze, die we dikwijls in de Schrift vinden, dat in dagen van nederlaag en tegenspoed God een man nodig heeft, die zich met zijn gehele hart geeft. Als de Heer slechts iemand een begin kan laten maken, als Hij temidden van de schandelijke wilde vlucht en volkomen nederlaag maar een man vindt, die de stormloop, de vlucht tegenhoudt; een ziel die ongeloof en paniek en vrees laat varen en Hem begint te geloven, dan zal het getij van de slag worden gekeerd. Samma werd een schouwspel voor moe geschreide ogen, een schouwspel voor alle neerslachtige gelovigen en losgeslagen afvalligen.

Een profeet van latere datum zou bevestigen, dat "een volk dat zijn God kent, sterk zal zijn en heldendaden doen" (Dan. 11 : 32 nieuwe vertaling).

Samma was iemand wiens geschiedenis de waarheid van deze woorden illustreerde, zelfs vrdat zij waren uitgesproken. Hij stond alln, hield weerstand, stelde zichzelf in het midden van zijn stuk land. Maar waarom dit vertoon van dapperheid over een stuk akker vol linzen? Is dat nu wel de moeite waard? Ten eerste, merk op, dat de onbelangrijkheid van het stuk land slechts schijnbaar en oppervlakkig was. Het feit, dat het een stuk land van God was, maakte hier alles uit in de ogen van de man Gods. Dat was voor Samma het belangrijkste.

Wie zijn deze onbesneden Filistijnen, dat zij in dit grondgebied zouden invallen en het beroven van de arbeid van Gods volk? Zij mogen als sprinkhanen over deze streek zwerven en trachten te doden, te stelen en te vernietigen, maar zij moeten weerstaan, verslagen en teruggedreven worden. Zo verwezenlijkte Samma de belangrijkheid van wat onbetekenend voor iemand anders mocht schijnen. Hij stelt zich in het midden van het stuk, plaatst zich vastberaden voor God en bewijst door zijn daden, dat hij inderdaad een "man Gods" is.

Ten tweede is de plaats, die door Samma persoonlijk wordt ingenomen in treffende tegenstelling met de lafheid van zijn medestrijders, "want het volk vluchtte voor het aangezicht der Filistijnen". Geeft het maar op; het is niet waard er iets voor te wagen, waarom te strijden voor zulk een onbetekenend ding als een akker vol linzen? Dit was blijkbaar de geest van hen die vluchtten.

Maar Samma die door zijn handelwijze op het besluit van Nehemia, in later dagen, vooruitliep, zei feitelijk: "Zou een man als ik vlieden?" (Neh. 6 : 11). Terwijl hij besefte dat de aanval steeds de beste verdediging is, wierp hij zich snel in de bres en versloeg de stropers. De macht van de vijand van God en Zijn volk, en de machteloosheid van de door plotselinge vrees bevangen vluchtenden, verhoogde slechts de moed van de ene man, die in een dag van verwoesting en verlatenheid vastberaden voor God stond. Hij verheugde zich over de macht en de tegenwoordigheid van de God van Isral en de Heer wrocht een grote overwinning, een grote bevrijding.

Dit alles is tot onze lering geschreven (Rom. 15 : 4). Dit zijn blijkbaar oude dingen, maar zij hebben hun moderne tegenhangers. "Hetgeen van Jezus Christus is" (Fil. 2 : 21) wordt altijd door de Filistijnse geest der wereld, of zelfs door de godsdienstige wereld aangevallen. Somtijds zoeken de vijanden toenadering in de schittering van tijd, gevoel, zaken, geld, persoonlijk gerief, ontspanning, maar het stuk heilige grond en wat erop groeit, wordt aangevallen. Dingen, die eertijds van groot belang werden geacht, schijnen hun waarde nu te verliezen. Waarom een beslissend standpunt in te nemen wat geestelijke dingen betreft met het gevaar tijd, gemak, gezondheid of geld te verliezen? Het is betreurenswaardig, dat de vergaderingen des Heren achteruitgaan en de vergaderplaatsen worden gesloten. Kan ik er wat aan doen, zo spreekt men soms, dat er een gebrek aan belangstelling omtrent de dingen des Heren schijnt te zijn? Het is diep te betreuren, dat bijdragen voor de behoeftige heiligen en de dienstknechten des Heren automatisch minder worden. Het is wel een "dag van kleine dingen", een tijd van "verwoesting en verlatenheid", dat moeten we bekennen en over het algemeen verval ernstig treuren. Een prachtig voorwendsel voor werkeloosheid wat de dingen van Jezus Christus betreft. Dit is allesbehalve de verklaring van de boodschap die in deze oude geschiedenis ligt en die toch door Gods Geest tot onze lering is vermeld. Sta, sta vast, wedersta, stel u zelf, vastgelovend dat wie ook afvallig wordt, de Heer voor een man zal zorgen die zich nog bekommert om de dingen die van Christus zijn.

Men behoeft niet lang te leven om sommigen te zien, die eens jong en beslist waren, met een ijver en somtijds zelfs met overvloedige kennis, maar die nu tot op zekere hoogte oud en koud, in alle dingen voorzichtig en bedachtzaam zijn geworden, behalve in die van Jezus Christus. Terwijl er ook herinneringen zijn aan anderen, wier treurige verlatenheid iemand met huivering doet bidden: "Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn" (Psalm 119 : 117).

Toch blijven "de dingen, die van Christus zijn". Zij roepen om mensen Gods, die gelijk Samma willen staande blijven, al zou het alleen zijn, en standvastig voor anderen opkomen. Filistijnen van modernisme, vleselijke godsdienst en wereldsgezindheid vallen ook nu nog het "stuk grond met linzen" dat aan onze zorg is toevertrouwd, aan, en de noodzaak voor ernstig strijden, is nog steeds een eis des geloofs. Zei een dapper strijder in de dagen van verwoesting en verval niet: "Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geindigd, ik heb het geloof behouden: voorts is mij weggelegd de kroon der gerechtigheid, welke mij de Heer, de rechtvaardige Rechter, in die dag geven zal, en niet alleen aan mij, maar ook aan allen, die zijn verschijning liefhebben" (2 Tim. 4 : 7, 8).

Waarom Paulus, en wij niet? Had hij grotere verplichtingen aan Christus dan wij? Of worden we door de liefde van Christus niet langer gedrongen? Samma, n van de eerste drie, verkreeg zijn roem en vermaardheid in de dagen, toen David, de gezalfde des Heren, verworpen werd door hen, over wie hij bestemd was te regeren.

Paulus, de grootste van Christus' dienstknechten, ontving eveneens de kroon der gerechtigheid in de dienst van een verworpen Heer.Beiden moesten echter strijden en door beiden gaf de Heer een grote overwinning. Moge ons de genade gegeven worden hun voorbeeld te volgen!

(Uit het Engels).

J.M. Sr.