Aan de dis des Heren

't Is, of 'k Uw lichtgestalte zie,
als wij Uw dood gedenken,
Heer Jezus: Gij breekt ons het brood,
wil ons de beker schenken.
Het aardse gaat op d' achtergrond,
het hemelse komt nader.
Wij zien U als 't geslachte Lam
en God als onze Vader.

Ja, Gij staat tussen God en ons,
o Redder onzer zielen!
Gij hebt mijn grote schuld betaald,
dit doet mij dankbaar knielen.
Als God mijn zonden niet gedenkt,
moet ik ze ook vergeten.
Ik mag U door Uw werk op ít kruis
mijn Heer, mijn Heiland heten.

Heb dank voor 't voorrecht, dat de week
met Uw dag mag beginnen.
Gij loutert door Uw Woord en Geest
ons hart en onze zinnen.
Wij denken aan Uw wederkomst,
dan wijkt al 't aardse duister.
Wij zien U in Uw heerlijkheid,
in al Uw glans en luister.

N.C.O.

Vorig gedicht

Volgend gedicht