LIJDENS-DOEL

Gij, Heer, die toch van ál mijn tijden
de vreugden én de smarten kent -
werk door Uw Geest een vrucht uit 't lijden,
dat Gij mij zendt!

Gij weeft zoo vele donkre draden
door 't weefsel van mijn levenskleed,
maar toont, dat Ge ook op duistre paden
mij niet vergeet.

Na goede gaaft Ge ook bange jaren,
na overvloed ook zorg en nood -
maar juist in smarten doet Ge ervaren:
Uw trouw is groot!

Als ondanks ál ons smeeken, zorgen,
de weg-der-diepte ons niet ontging -
lag in dat lijden nog verborgen:
Uw zegening.

En wildet Gij geen antwoord geven,
als 'k zuchtend het "waartoe?" U vroeg, -
als 'k weet: Uw hand leidt mij door 't leven,
is dát genoeg.

Dan word ik niet gekweld door vragen,
niet neergedrukt door smartgevoel -
dan blijft mij dit bewustzijn schragen:
God weet het doel.

Eens toch zult Ge álles mij verklaren,
ál wat ik thans doorleef, doorsta;
tot zoolang: wil mijn hart bewaren
door UW GENA!

H. la R.

Vorig gedicht

Volgend gedicht