TWEE WANDELAARS

 

Amos 3 : 3

 

Isral was uit Egypte verlost; bevoorrecht boven alle andere volken. De onderscheiding was grt, maar dientengevolge k de verantwoordelijkheid!
Zou genade ooit een vrijbrief tot zondigen zijn?
Het omgekeerde!
Drom, omdat Ik ulieden alleen gekend heb uit alle geslachten, zal Ik al uw ongerechtigheden over ulieden bezoeken.

En dan volgt het beeld van twee wandelaars.
Vertrouwelijk wisselen ze hun gedachten uit. Ze dringen in elkaars overleggingen in. Te zamen beraadslagen ze.
Kunnen we ons twee wandelaars denken, waarvan de een mijlenver met het hart van den ander verwijderd leeft? Twee wandelaars, als de een tegenovergestelde gedachten en oogmerken heeft? Neen, samen wandelen veronderstelt overeenstemming in gedachten en willen.

"Zullen twee," vraagt Amos, "zullen twee samen wandelen, tenzij, dat zij bijeen (d.i. overeen) gekomen zijn?"
Pasten Jehovah en Isral nog bij elkaar?
Het beeld spreekt duidelijk, en het predikt met een ontzaglijken ernst, dat Isral omkeeren moest, totl omkeeren!
Dn zou het met zijn God kunnen wandelen.

J. T.