VRAGEN EN ANTWOORDEN

 

A. K. te K. vraagt: Waar en wanneer zal het Duizendjarig Rijk van Christus zijn?

 

Over het Duizendjarig Rijk loopen de meeningen onder de geloovigen zeer uiteen. Men heeft de zoogenaamde "letterlijke'' en "geestelijke" opvatting van Openb. 20. De voorstanders van de "geestelijke" verklaring zien in het binden van Satan door den engel de overwinning van Christus op Golgotha, want, volgens hun zeggen, heeft

Christus toen Satan overwonnen. De geloovigen kunnen nu schuilen in Christus, waardoor Satan hen niet kan bereiken. Uit deze opvatting volgt dan, dat we nu in het Duizendjarig Rijk zouden leven! De overwinning van Christus en de gebondenheid van Satan wordt dan gezien in de doorwerking van het Evangelie en de terugdringing van het Heidendom door het Christendom. Het Duizendjarig Rijk moet dan zijn aangevangen met de hemelvaart van Christus en duurt tot aan Zijn wederkomst. Dat dit een veel langere periode is dan duizend jaren (het is nu reeds bijna twee duizend jaar) wordt niet als een bezwaar gevoeld, want ook het getal duizend zou dan niet letterlijk, maar symbolisch moeten worden opgevat.

Tegen deze opvatting zijn evenwel ernstige bezwaren. Natuurlijk is het juist, dat Christus op Golgotha Satan heeft overwonnen, maar dat dit hetzelfde is als de binding en de verzegeling van Satan, die ons in Openb. 20 beschreven wordt, is onaannemelijk. Het ziet er op de wereld allerminst naar uit, dat Satan gebonden en opgesloten is! Een van Gods wege gebonden en verzegeld wezen zou niet de kracht kunnen uitoefenen, die wij dagelijks nog van Satan zien! Door het Nieuwe Testament wordt in het geheel niet geleerd, dat Satan gedurende deze bedeeling is gebonden, juist het tegendeel. Gods kinderen worden daar aangespoord, om te waken tegen de macht van den duivel, den duivel geen plaats te geven, de geheele wapenrusting aan te doen om te kunnen staan tegen de listige omleidingen des duivels, den duivel te weerstaan, enz. Hoe kan een duivel, die gebonden is, zich nog veranderen in een engel des lichts, zooals Paulus zegt in 2 Kor. 11 : 14? Hoe kan een in den afgrond geworpen Satan Paulus en zijn metgezellen verhinderen, naar Thessalonika te reizen? (1 Thess. 2 : 18.) Indien Satan nu reeds is gebonden, hoe kan dan Petrus schrijven: "Uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een brullende leeuw, zoekende wien hij zou kunnen verslinden." (1 Petr. 5 : 8.) Een overwonnen vijand kan nog wel lastig zijn, maar een gebonden en verzegelde vijand is tot dingen als bovengenoemd niet meer in staat.

Van een overwinning van het Heidendom door het Christendom valt ook nog niet veel te bespeuren. Wel heeft het Evangelie groote overwinningen behaald in de wereld, maar van een overwinning en verchristelijking der geheele wereld is nooit sprake geweest en zal ook nooit sprake zijn. Er zijn, na twintig eeuwen Evangelieprediking, nog altijd meer Heidenen en aanhangers van valsche godsdiensten dan Christenen. We spreken dan nog niet eens over de afgoderij en den vormendienst onder de Christenen zelf! Van "Christelijke volkeren" kan men in dezen tijd eigenlijk niet meer spreken. In den laatsten oorlog bestreden de "Christelijke volkeren" elkander met de wreedste middelen, die het menschelijk brein kan uitdenken, en ze staan nu tot de tanden gewapend tegenover elkander, en een nog grter conflict dreigt uit te breken. Als we letten op den gruwelijken oorlog tusschen China en Japan, lijkt het er meer op, dat Satan over de wereld regeert dan Christus. Als we nu in het Duizendjarig Rijk leven, is het een vreemdsoortig rijk: heelemaal niet in overeenstemming met het Vrederijk, dat ons in Openbaring 20 wordt geteekend! Het oude Heidendom, dat men als overwonnen beschouwde, begint in dezen tijd den kop weer op te steken en verdrukt en benauwt de Gemeente van Christus. Men moet wel de oogen sluiten voor de werkelijkheid om te kunnen meenen, dat we nu in het Duizendjarig Rijk leven.

Ofschoon het waar is, dat Christus Satan heeft overwonnen op Golgotha, daarmede is hij nog niet gebonden en in den afgrond gesloten. Principiel heeft Christus den Duivel overwonnen, maar toch heeft deze nog een groote macht. Straks zal Satan zijn hoogste troeven nog uitspelen, door in den persoon van den Antichrist over de wereld te heerschen! Christus heeft wel overwonnen, maar Hij heeft Zijn koninkrijk nog niet opgericht. Hij is heengereisd om het Koninkrijk te ontvangen en dan weder te keeren. (Luk. 19 : 12-28.) In dezen wachtenstijd wordt het Evangelie gepredikt tot een getuigenis allen volkeren, en door de prediking van het Evangelie wordt er een Bruidsgemeente gevormd, die straks met Hem zal deelen in Zijn heerlijkheid. Maar Satan doet nog zijn uiterste best om de wereldheerschappij te behouden, en het Koninkrijk van Christus en van God te verijdelen. Naarmate de wederkomst des Heeren dichter nadert, zal de toorn van Satan toenemen en zal hij tot een grooter machtsontplooiing, komen. (Openb. 12 : 12.) Een laatsten geweldigen strijd zal hij aanbinden door zijn troon en groote macht aan het Beest, den Antichrist te geven, waardoor de heele wereld hem zal aanbidden. (Openb. 13 : 4.) Maar dan is de tijd gekomen, dat Christus hem zal teniet doen door de verschijning Zijner komst en zal verteren met den adem Zijns monds. (2 Thess. 2 : 8.) Dan zal Satan worden gebonden en de overwinning van Christus, die op Golgotha is begonnen, tot volle openbaring komen.

Wat moeten we nu verstaan onder de duizendjarige heerschappij van Christus met Zijn heiligen, waarover in Openb. 20 wordt gesproken? Wordt hiermee bedoeld de hemelsche heerlijkheid, die de geloovigen eens zullen genieten? Maar deze zal niet meer onderbroken worden, en Openb. 20 zegt uitdrukkelijk dat aan het einde der duizend jaren Satan weer uit zijn gevangenis ontbonden wordt.

Daar het dus zeker is, dat we nu niet in het Duizendjarig Rijk leven en met het Duizendjarig Rijk k niet de eeuwige toestand na het eindoordeel kan worden bedoeld, zoo blijft niets anders over dan te denken aan een persoonlijke heerschappij van Christus op aarde met Zijn heiligen. Deze Christusregeering zal zich in de toekomst verwerkelijken.

Als we dit eenmaal hebben ingezien, ontdekken we, dat er van het Duizendjarig Rijk niet alleen sprake is in Openb. 20, maar ook in vele andere Schriftuurplaatsen. Lees b.v. Jes. 9 : 1-6, Jes. 11, en u zult zien, dat ook dezen profeet een Vrederijk op aarde heeft voor den geest gestaan onder de regeering van den Messias. Ook in Jes. 40-66 wordt veelvuldig over dit Vrederijk gesproken. Het zou te ver voeren, indien we alle teksten, die hierop betrekking hebben, gingen aanhalen. Bij de geboorte van Jezus kondigt de engel Gabril aan: "Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden. En de Heere God zal Hem den troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn tot in eeuwigheid." (Luk. 1 : 32 en 33.) Wij verwachten nog steeds de vervulling van het laatste deel dezer voorzegging. Bij een aandachtige lezing van 1 Kor. 15 : 23-28 wordt ons het volgende duidelijk: Christus is opgestaan als de Eersteling, straks zullen alleen zij, die Christus toebehooren, met Hem worden opgewekt, de levend overgeblevenen in een punt des tijds veranderd, en gezamenlijk zullen zij den Heer tegemoet gevoerd worden in de lucht. (1 Kor. 15 : 51 en 52 en 1 Thess. 4 : 13-17.) Daarna wordt het Koninkrijk opgericht. Maar 1 Kor. 13 leert k, dat de Christusheerschappij niet eeuwig zal duren, doch dat Christus het Koninkrijk aan den Vader zal overgeven, opdat God zij alles in allen. Uit Openb. 20 weten we, dat dit zal gepaard gaan met de ontbinding van Satan en zijn oordeel, de algemeene opstanding der dooden en het eindoordeel.

We blijven dus geheel in Schriftuurlijke lijn, indien we gelooven in een duizendjarige Christusregeering, na de heerschappij van het Beest of den Antichrist en vrdat het oordeel "over levenden en dooden" zal plaats hebben. De volgorde der gebeurtenissen in het boek der Openbaring stemt hier volkomen mede overeen. In Openb. 13 wordt ons het optreden van het Beest en den Valschen Profeet beschreven. In Openb. 14 zien we de overwinnaars, die het Lam volgen, wr het ook heengaat. Hoofdstuk 15-18 beschrijven ons de daarop volgende gerichten, die over de wereld komen. Doch als we tot Openb. 19 genaderd zijn, beluisteren we de halleluja's, die de komst van den Koning aankondigen. Christus komt weder met Zijn heiligen en aan de heerschappij van het Beest en den Valschen Profeet wordt een einde gemaakt: de Satan wordt voor duizend jaar in den afgrond verzegeld! We zien dan verder uit Openb. 20, hoe het Duizendjarig Rijk wordt opgericht. Gelijk we boven reeds hebben gezien, gaat dit Duizendjarig Rijk na het eindgericht over in de Godsregeering.

Het Duizendjarig Rijk verwachten we dus na de heerschappij van den Antichrist.

We zien in onze dagen reeds hoe deze dingen worden voorbereid. De wereld zakt steeds dieper weg, en ze roept om een sterken man. Er zijn dictators opgestaan, die inderdaad veel voor hun volk hebben gedaan. Onder deze dictators heeft de Gemeente van Christus het echter niet gemakkelijk, evenmin als in het communistisch Rusland. Deze dictators zijn ook vervuld met imperialistische plannen; willen het oude Romeinsche Rijk weer herstellen. Groote oorlogen zijn daarom in de toekomst niet te vermijden. De volken van het Oosten zijn ontwaakt om hun rol in den grooten eindtijd te vervullen, en Isral zien we herleven en terugkeeren naar Palestina. Uit het gewoel dezer volkerenzee zal straks het Beest te voorschijn komen en het wereldbestuur ter hand nemen. (Openb. 13 : 1-8.) Voor een tijd zal het schijnen, alsof hij orde zal brengen in den hopeloozen wereldchaos, doch zijn heerschappij zal een antichristelijke zijn en op het verderf uitloopen. Maar vrdat hij zijn macht zal openbaren, wordt de Gemeente van Christus opgenomen en haar Bruidegom tegemoet gevoerd. (1 Thess. 4 : 13-17.) Mt Zijn Bruid keert Christus dan weder om den troon van het Romeinsche Rijk en van den Antichrist neder te werpen, en gedurende het Duizendjarig Rijk met Zijn bruid in heerlijkheid te heerschen.

Indien we deze dingen weten en gelooven, verwachten we geen wereldverbetering, van welke politieke of godsdienstige strooming ook, maar zien we uit naar de Christus-regeering.